Tien procent van de werknemers deed in 2007 mee aan de levensloopregeling, drie procentpunt meer dan in 2006. Dat staat in de nieuwste uitgave van Verzekerd!, die op 7 februari verschijnt. Hoewel het percentage deelnemers steeg, stemmen de uitkomsten adjunct-manager Fred Treur van het Centrum voor Verzekeringsstatistiek (CVS) niet optimistisch. “De kleine groep die deelneemt, gebruikt levensloop voornamelijk voor vroegpensioen en niet voor het ‘spitsuur van het leven’, waar de regeling juist voor is bedoeld.”
De resultaten komen van de Consumentenmonitor, een opiniepeiling die het CVS jaarlijks houdt onder Nederlandse huishoudens. De cijfers laten zien dat vorig jaar tien procent meedeed aan levenloop en dat twee procent overweegt in 2008 in te stappen. “Als alles meezit, doet dit jaar dus twaalf procent mee, maar dat is nog steeds erg weinig”, benadrukt Treur.
De verplichte keuzemogelijkheid voor spaarloon óf levensloop lijkt het succes van de levensloopregeling nog altijd in de weg te staan. Van de ondervraagden gaf in 2007 dertig procent aan niet mee te doen, omdat hij al een spaarloonregeling heeft. Daarnaast participeert een kwart niet vanwege de onzekerheid over het voortbestaan van levensloop en geeft bijna vijftig procent aan ‘gewoon niet geïnteresseerd te zijn’.
Alleen voor hoge inkomens?
De verplichte keuzemogelijkheid, de onzekerheid over het voortbestaan en een gebrek aan interesse lijken dus de belangrijkste hindernissen voor een succesvolle levensloop, maar volgens Treur spelen meer factoren een rol. Zo antwoordde twintig procent van de niet-deelnemers op de vraag wanneer hij wél zou meedoen: ‘als ik een hoger inkomen zou hebben’. “Veel mensen (bijna veertig procent) denken nog altijd dat levensloop alleen voor mensen met hoge inkomens interessant is. Dat percentage daalt wel, maar van de mensen die minder dan de helft van het modale inkomen verdienen, deed in 2007 slechts acht procent mee, terwijl het percentage onder mensen met een inkomen van meer dan anderhalf keer modaal zestien procent bedraagt.”
Ook leeftijd speelt een belangrijke rol bij het wel of niet meedoen.
Discrepantie
Volgens Treur is de discrepantie tussen het doel van de levensloopregeling en de redenen waarvoor die nu wordt gebruikt, een andere opvallende onderzoeksuitkomst. “Een belangrijke reden waarom het kabinet de regeling in 2006 lanceerde, was om jonge mensen, die in het ‘spitsuur van het leven’ staan, de mogelijkheid te bieden werk en zorg beter te combineren. Cijfers van de Consumentenmonitor wijzen echter uit dat mensen levensloop nauwelijks gebruiken voor een sabbatical of zorgverlof. De belangrijkste reden om mee te doen (63 procent) is om eerder met pensioen te kunnen. Motieven die met het spitsuur van het leven te maken hebben, worden hooguit in tweede instantie en dan alleen in combinatie met vroegpensioen genoemd. Grote vraag is waarom er zo weinig gebruik wordt gemaakt van levensloop. Daarnaast is de vraag of de regeling in zijn huidige vorm wel dé oplossing is voor het ‘spitsuur van het leven’-probleem.”
Aanbevelingen
Verder onderzoek naar de motivaties van de consument is volgens Treur dan ook nodig, maar de Consumentenmonitor geeft volgens hem wel een goede indicatie wat er moet gebeuren. “Het integreren van spaarloon en levensloop, heldere communicatie en meer zekerheid over het voortbestaan van de regeling zijn de belangrijkste, maar daarnaast moet ook worden bekeken hoe de regeling voor lagere inkomensgroepen aantrekkelijker kan worden gemaakt. Verder moet de regeling voor meerdere doeleinden kunnen worden ingezet, aangezien twaalf procent overweegt dan wel mee te doen.”
Nieuwsbericht - 06 februari 2008