Brexit-deal zonder duidelijkheid over clearing en financiële diensten

Op deze pagina is ook content beschikbaar exclusief voor leden, Log in om toegang te krijgen tot deze content
04-01-2021

Op het nippertje presenteerde het Verenigd Koninkrijk en de EU op Kerstavond het Brexit-akkoord tussen het Verenigd Koninkrijk en 27 EU-lidstaten. Een boekwerk van maar liefst 1246 pagina’s dat in de basis voldoet aan de belangrijkste eisen: een beschermde interne markt voor de EU en de vrijheid voor het VK om zijn eigen wetten te maken.

Let wel, het gaat om een voorlopige Draft UK – EU Trade and Cooperation Agreement, want het concept Brexit handelsverdrag moet nog goedgekeurd worden door het Britse parlement, het Europese Parlement en de Raad van Ministers van de Europese Unie. Een deal dat het probleem van de verplichte clearing van (rente)derivaten bij een clearing house (nog) niet oplost. Onder meer de Londense City wordt deels afhankelijk van de EU om de sector zogeheten ‘equivalentie’ te geven. Dat wil zeggen dat de EU moet beoordelen of zij de Britse financiële regels gelijkwaardig acht aan die van Europa, en daarmee de Britse banken en financiële dienstverleners toelaat tot de Europese markt. De benodigde equivalentiebeslissing (gelijkwaardigheidsbesluit) van de Britse EMIR-regels en van London Clearing House blijft een unilateraal besluit van de Europese Unie dat nu geldt voor 12 maanden vanaf de terugtrekking van het VK uit de EU. Het zorgt ervoor dat de clearing in het Verenigd Koninkrijk voorlopig kan worden voortgezet, terwijl partijen op zoek gaan naar alternatieven op het Europese vasteland.

Geen invoerheffingen

De overeenkomst gaat vooral over handel in goederen (waar de EU een handelsoverschot heeft op het VK) waar geen invoerheffingen of volumebeperkingen (quota) voor gelden. Van groot belang voor ondernemers, exporteurs van landbouwproducten en de auto-industrie, die anders geconfronteerd zouden worden met stevige tarieven. Maar juich niet te vroeg: mocht het VK uit de pas gaan lopen, dan mag de EU ingrijpen door bijvoorbeeld toch invoerheffingen in te voeren. En dat geldt ook voor het VK. De grote vraag is hoe dit in de praktijk uitpakt.

Bijna geen woord over financiële diensten

Het Verdrag gaat bijna niet over handel in (financiële) diensten, waar het VK een handelsoverschot heeft op de EU (bepaalt 80% van de Britse economie). De handelsovereenkomst behandelt financiële diensten op dezelfde manier als vrijhandelsverdragen tussen de EU en andere landen. Het VK en de EU mikken op maart 2021 voor het afsluiten van een Memorandum of Understanding over een raamwerk voor samenwerking tussen toezichthouders die toezien op financiële dienstverlening.

Geen alternatief

Wel is er een Draft UK – EU declaration opgesteld over financiële diensten, maar die valt vooral op door wat er niet in staat. Het document bevat geen enkele bepaling over equivalentie voor financiële diensten, dit is de status waarmee de Britse financiële dienstverleners in de EU actief mogen zijn. Hierdoor zijn equivalentiebeslissingen gelijk aan unilaterale besluiten van beide partijen waarover geen onderhandeling plaatsvindt. Wat betekent dat het VK of de EU kunnen besluiten deze binnen 30 dagen in te trekken. Daardoor vormen deze besluiten geen eenvoudig alternatief voor een Britse verzekeraar om zich te vestigen in een EU lidstaat met paspoort-rechten. Het Verenigd Koninkrijk heeft al aangegeven zulke equivalentiebeslissingen te willen nemen, maar de Europese Commissie heeft die stap nog niet gezet.

​​​​​​​Zie ook de Q&A op EU website. De Britse regering heeft een samenvatting gepubliceerd van de handelsovereenkomst. 


Was dit artikel nuttig?