Skip to Content

Jaarlijks worden er duizenden uitspraken gedaan over verzekerings- en aansprakelijkheidskwesties. Sommige, of meerdere uitspraken over een bepaald vraagstuk, kunnen impact hebben op de werkprocessen van verzekeraars, gevolmachtigd agenten en tussenpersonen. Dat kan gaan over de formulering van polisvoorwaarden, de hantering van betaaltermijnen, communicatie met (potentiële) klanten, aandachtspunten bij het inschatten van risico’s of het beoordelen van claims.

Bestuurdersaansprakelijkheid

Van der Pool: “Neem een zaak over een dakdekkersbedrijf. Dit bedrijf had een aansprakelijkheidsverzekering voor bedrijven, een AVB. Bij werkzaamheden ontstond brand en tijdens de schadeafwikkeling bleek dat die verzekering een uitsluiting bevatte voor brandgevaarlijke werkzaamheden. De opstalverzekeraar van de benadeelde stelde vervolgens de bestuurder van het bedrijf aansprakelijk voor het niet hebben van dekking voor zo’n evident bedrijfsrisico voor deze onderneming. De rechtbank oordeelde dat bestuurders inderdaad verantwoordelijk zijn voor het verzekeren van dergelijke evidente risico’s.”

Ze vervolgt: “Deze uitspraak is voor meerdere verzekeringsspecialisten relevant. Zo moeten schadebehandelaren weten op welke manieren verhaal mogelijk is. En acceptanten en accountmanagers die zich bezighouden met zakelijke verzekeringen moeten klanten kunnen wijzen op het aansprakelijkheidsrisico voor bedrijven én bestuurders als zij geen toereikende verzekeringsdekking hebben afgesloten.”

Ook aandacht voor het verzekeringsrecht

Daarnaast benadrukken Van der Pool en Montulet dat in hun colleges ook het verzekeringsrecht aan bod komt. “Want het aansprakelijkheids- en verzekeringsrecht zijn vaak nauw met elkaar verbonden”, legt Montulet uit.

“Een van de rechtszaken die impact heeft gehad op de werkprocessen is het Fjordenpaarden-arrest. Dat arrest heeft ertoe geleid dat een eerder door rechters, en vervolgens ook door verzekeraars, gehanteerd onderscheid in polisvoorwaarden niet meer geldt. Schadebehandelaren kunnen daardoor niet altijd meer zeggen dat een schade zonder meer is uitgesloten, omdat in de voorwaarden stellig staat dat er geen dekking is. De Hoge Raad heeft namelijk duidelijk gemaakt dat het wat genuanceerder ligt. Daarbij is er mogelijk een grotere rol voor acceptanten weggelegd om in hun communicatie met klanten duidelijker te zijn over wat er is verzekerd, en dan met name onder welke voorwaarden.”

Schending mededelingsplicht

Dan nog iets waar op dit moment veel om te doen is in de rechtspraak: de schending van de mededelingsplicht en de twee maanden-termijn. “Dat is de wettelijke termijn waarbinnen een verzekeraar na ontdekking daarvan een beroep kan doen op de schending van de mededelingsplicht bij het sluiten van de verzekeringsovereenkomst”, vertelt Montulet.

“In de afgelopen tijd is er best wel wat jurisprudentie geweest over wanneer die twee maanden-termijn precies begint”, vult Van der Pool aan. “Daarom bespreken we in ons volgende college het arrest van de Hoge Raad van 27 februari 2026. Want, wanneer moet je als verzekeraar uiterlijk ‘kennis geven’ na schending van de mededelingsplicht? En wanneer telt kennis van de medisch adviseur als kennis van de verzekeraar?

“Deze colleges zijn prettige geheugensteuntjes voor medewerkers met een brede praktijk. Want sommige onderwerpen komen nou eenmaal vaker voor dan andere.”

Thema’s op 28 mei

Naast het voorbeeld over de schending van de mededelingsplicht wordt in het college ook het volgende behandeld:

Productaansprakelijkheid medische hulpmiddelen (ECLI:NL:RBAMS:2025:9951)

Wanneer zijn “bijwerkingen” niet meer normaal en wordt een medisch hulpmiddel ‘gebrekkig’? Meer dan 60.000 claimanten, één kernvraag: kwalificeren de (ernstige) bijwerkingen van borstimplantaten als een gebrek in de zin van art. 6:186 BW? We lopen langs de belangrijkste lijnen en betrekken daarbij het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 17 december 2025.

Brandregres op niet particulieren (ECLI:NL:RBDHA:2026:614)

Brandregres door verzekeraars op bedrijven: wanneer kan het wél, wanneer juist niet? Is verwijtbaarheid vereist? We duiden de Bedrijfsregeling Brandregres aan de hand van het vonnis van de rechtbank Den Haag 14 van januari 2026.

Onrechtmatige hinder door gemeente (ECLI:NL:GHARL:2026:843)

Wanneer is het “bonken” van putdeksels méér dan een irritatie? Kan de gemeente als wegbeheerder op grond van art. 6:174 BW (gebrekkige opstal) of art. 6:162 BW (onrechtmatige hinder) aansprakelijk worden gehouden voor kelder- en isolatiekosten én een bevel tot verwijderen of asfalteren? We bespreken hoe de rechter aankijkt tegen metingen, het ontbreken van harde normen, de belangenafweging en de (on)mogelijkheden van maatregelen.

Veel verschillende voorbeelden

De twee advocaten selecteren bewust een brede mix van uitspraken op verschillende rechtsgebieden, van productaansprakelijkheid, wegbeheerdersaansprakelijkheid tot bestuurdersaansprakelijkheid en de verzekeringen die daarvoor dekking bieden. “Wij geven de voorbeelden, schetsen het kader én leggen uit wat een uitspraak relevant maakt voor medewerkers in de verzekeringssector”, besluit Van der Pool. “En omdat zij vaak een brede praktijk hebben, zijn deze colleges prettige geheugensteuntjes. Sommige onderwerpen komen nou eenmaal vaker voor dan anderen. Dus als je eens met iets specifieks te maken krijgt, kan je terugvallen op onze voorbeelden én de benodigde informatie sneller terugvinden.”