Op deze pagina is ook content beschikbaar exclusief voor leden, Log in om toegang te krijgen tot deze content

Communiceren over een weeffout

Ik blijf me erover verbazen: iedereen is het eens dat er iets moet veranderen, waarom er iets moet veranderen, waartoe er iets moet veranderen, hoe er iets moet veranderen en ook dat het bijzonder urgent is dat er iets verandert. Als dat mij bij thuis het geval is – vrouwlief roept: “Die vaatwasser is al een week stuk, er moet NU een andere komen!” – dan gaan we dat meteen regelen. Maar de overheid en pensioenpolder krijgen het voor elkaar om in zo’n situatie tien jaar te kletsen voor er een plan ligt, en dan nóg is er geen definitief akkoord. Wonderlijk is dat.

Doorbraak?

Natuurlijk: het gaat over heel veel geld, grote belangen en het is wat ingewikkelder dan een kapotte vaatwasser die je kunt laten repareren of vervangen. Maar toch heb ik me de afgelopen tien jaar vaak verkeken op dit dossier. Hoe vaak is er wel niet een ‘doorbraak’ aangekondigd en hoe vaak vond die toch niet plaats? Of er was een akkoord dat bij nader inzien een stap(je) in de goede richting bleek? Intussen stapelden de rapporten zich op. Maar, het geduldig wachten is beloond: minister Koolmees heeft ‘de nadere uitwerking van het pensioenakkoord’ naar de Tweede Kamer gestuurd.

Communiceren als uitdaging

Communiceren over pensioen is best een uitdaging. Om te beginnen, roept het woord pensioen bij de meeste gewone burgers – blijkt uit neurologisch onderzoek – doodsangsten op. Het is saai, ligt voor de meesten ver in de toekomst en het stelsel staat tot de enkels in een poel van onbehagen. Jongeren denken dat ouderen er met de poet vandoor gaan en ouderen morren dat ze minder krijgen dan ooit plechtig was beloofd. Wat ook niet helpt, is dat de pensioendeskundigen zich een jargon hebben eigengemaakt dat van de planeet Klingon lijkt te komen. Invaren, staffels, aanspraken, transities, dekkingsgraden. Zie daar als geïnteresseerde burger maar eens wakker bij te blijven.

Rinkelende telefoons

Toen het akkoord uitlekte, leek het echter alsof er plotseling een lamp was aangeknipt. Journalisten probeerden te begrijpen wat er was afgesproken. Telefoons rinkelden, mijn mailbox stroomde vol. Mensen in mijn directe omgeving die ik nooit over het pensioenstelsel hoor, vroegen ineens aan me of ik het in gewone taal kon uitleggen. “Gaan we er op voor- of achteruit?” Tsja, dat is nu meteen de lastigste vraag, omdat gratis geld niet bestaat. Was het maar waar. De problemen waar fondsen mee worstelen (simpel gezegd: minder geld op de plank dan nodig is om de komende veertig jaar alle beloftes na te komen), kunnen niet zomaar worden weggetoverd. De oplossing ligt dan voor de hand: stop met het doen van beloftes en leg uit dat wat je later krijgt in belangrijke mate afhangt van wat je er nu instopt en hoe dat rendeert.

Serieus probleem

Mijn belangrijkste uitdaging was: hoe krijg je goed over de bühne dat verzekeraars positief zijn over het bereikte akkoord – want wat er is afgesproken spoort heel behoorlijk met wat wij al tien jaar bepleiten. Maar tegelijkertijd hebben we een serieus probleem met een onderdeel daaruit: de onbedoelde gevolgen die het akkoord heeft voor de 50.000 werkgevers en circa 1,3 miljoen werknemers met een moderne pensioenregeling. Paradoxaal genoeg worden die regelingen niet eenvoudiger, transparanter en kostenefficiënter, maar juist complexer, ingewikkelder en duurder. Dat was toch niet de bedoeling?

Weeffout in akkoord

We kozen voor de term ‘weeffout’, waarbij ik moest denken aan mijn reumatische moeder die bij het breien wel eens een steek liet vallen. Op haar sjaals en sokken was weinig aan te merken, omdat ze zo’n steek later corrigeerde. Dat moet hier ook gebeuren, bedacht ik. Het bleek aan te slaan. ‘Verbond ziet weeffout in pensioenakkoord’ werd de kop boven menig artikel. We kregen de gelegenheid om uit te leggen hoe en waarom dit akkoord voor onze klanten niet goed uitpakt. In de stukken die minister Koolmees naar de Tweede Kamer stuurde, is een breinaald klaar gelegd om het foutje te repareren. ‘De regeling vergt nadere uitwerking’, staat er plechtig. ‘Partijen verplichten zich in gesprek te gaan ten behoeve van een oplossing’.

Vakbonden

En nu is het afwachten of dat gaat lukken. En ook of de FNV-ledenraad binnen twee weken ‘ja’ kan zeggen tegen een plan dat volgens velen nuttig, noodzakelijk en doordacht is, maar waar nog een los draadje aanhangt. Dat wordt nog een cliffhanger van jewelste, want collega-bond VCP kwam met een boodschap die me deed denken aan een populair radioprogramma (‘We zeggen geen ja, maar ook geen nee’). Zo gaat dat in de polder: draagvlak voor een belangrijke hervorming is niet met één knip van de vingers geregeld. Dan is het herstellen van een weeffoutje eenvoudiger. Wat mij betreft hoeft dat niet nog eens tien jaar te duren.

 Paul Koopman is woordvoerder bij het Verbond van Verzekeraars




Was dit artikel nuttig?