Aan de slag voor de klas

Op deze pagina is ook content beschikbaar exclusief voor leden, Log in om toegang te krijgen tot deze content

Het Verbond van verzekeraars heeft in 2019 samen met de banken en het onderwijs het convenant ’Aan de slag voor de klas’ gesloten. Het convenant is inmiddels afgelopen. Wat heeft het opgeleverd? En hoe kijken betrokkenen erop terug? In deze longread de feiten, en de ervaringen van twee verzekeraars en één overstapper.

Op 11 februari 2019 zet Richard Weurding namens het Verbond van Verzekeraars zijn handtekening onder het convenant Aan de slag voor de klas. Het doel is helder: de verzekeringsbranche wil werknemers helpen die een (gedeeltelijke) overstap naar het onderwijs overwegen. Dat kan zijn omdat ze in hun eigen organisatie boventallig zijn geworden, maar het kan ook zijn dat ze gewoon graag aan de slag voor de klas willen. “Via het convenant wordt de deur naar het onderwijs in ieder geval wijd opengezet”, aldus Weurding in 2019.

Overstappers

Twee jaar later hebben in ieder geval 215 medewerkers van financials die in de WW terecht waren gekomen, de overstap naar het onderwijs gemaakt. Vanuit de verzekeringsbranche zijn zeker tientallen overgestapt. Alle betrokken partijen zijn voorzichtig met het noemen van aantallen. Dat heeft onder meer te maken met het feit dat veel medewerkers nog middenin het opleidingstraject zitten, maar ook omdat “het simpelweg lastig is om te concluderen dat iemand alleen op basis van het convenant is overgestapt”, vertelt Talentadviseur Fred Beemer van a.s.r. in deze longread.

Kant-en-klare handleiding

Hij benadrukt dat het veel belangrijker is dat mensen die een overstap overwegen, nu ook weten hoe dat kan. Alle opgedane ervaringen, kennis en inzichten vanuit het convenant hebben namelijk geleid tot een kant en klare handreiking, ook weer onder de noemer Aan de slag voor de klas. De vijf benodigde stappen voor een carrièreswitch worden daarin op een rijtje gezet:
1. Informatievoorziening: mensen die een switch overwegen, hebben drie maanden tot twee jaar nodig om een keuze te maken. Een goede (vindbare) informatievoorziening is daarbij cruciaal.
2. Werving: ook verwachtingsmanagement speelt een grote rol. De lerarentekorten verschillen per regio, schoolvak en opleiding.
3. Kennismaking: een intensieve kennismaking helpt. Liefst regionaal en in samenwerking met banken, verzekeraars, regionale loketten, deelnemende scholen en opleidingen.
4. Opleiding: er zijn verschillende manieren om de overstap te maken: werken-leren, voltijd of deeltijd opleiding, gastdocent in combinatie met een andere baan.
5. Begeleiding: een van de aandachtspunten betreft de salariskloof tussen de oude werkgever en het onderwijs. De onderwijsinstelling wordt daarnaast getipt om te zorgen voor een goede begeleiding en inzet van de zij-instromer.
In de handreiking is verder onder meer een voorlichtingspakket en een promotievideo van ‘rolmodel’ Merel van Vroonhoven (die haar taak als bestuurder van de AFM neerlegde om over te stappen naar het speciaal onderwijs) te vinden. Maar genoeg nu over de theorie. Zowel het convenant als de handreiking zijn op onze website terug te vinden. Scroll verder voor de praktijkverhalen van Talentadviseur Fred Beemer, Learning Expert Lindsey Unitli en overstapper Ben Verweij.

Talentadviseur Fred Beemer: "Meer samenwerken levert betere resultaten op"

Fred Beemer is talentadviseur bij a.s.r. en lid van de werkgroep Zij-instroom van het Verbond die zich bezighoudt met het convenant Aan de slag voor de klas. Hij is blij met de resultaten tot nu toe, maar benadrukt ook dat het project voor hem nog niet klaar is. “Ik hoop echt dat we hier nog lang mee doorgaan.”

Om maar meteen met de deur in huis te vallen, wat doet een talentadviseur?

“Ik houd me bezig met de ontwikkeling van collega’s binnen a.s.r. Dat betekent dat ik ondersteun bij het in beweging zijn zoals ik dat altijd noem. Dat kan een ontwikkeltraject zijn, omdat iemand iets anders wil gaan doen. Of omdat iemand wil ontdekken waar nu echt zijn passie en kwaliteiten liggen. Of ik zorg voor begeleiding bij een reorganisatie. Ons uitgangspunt is dat iedereen talent heeft en zich kan en mag ontwikkelen.”

Waarom ben jij lid van de werkgroep van het Verbond?

“Het eerlijke antwoord is dat mijn leidinggevende me naar voren heeft geschoven, maar het echte antwoord is dat ik het leuk vind om mee te denken en te doen. Ik doe dit werk al langer. Zo’n twee jaar voordat het convenant Aan de slag voor de klas ging spelen, waren wij al met andere (grote) bedrijven betrokken bij het Mobiliteitsnetwerk Utrecht om meer mensen in het onderwijs te krijgen.”

Wat is het doel van de werkgroep Zij-instroom?

“Het primaire doel is om meer mensen de overstap te laten maken. De eerste stap bij de start zo’n drie jaar geleden was om veel meer samenhang te creëren in alle losse initiatieven die er waren om mensen te enthousiasmeren voor het onderwijs. Er was een wirwar aan informatie: onduidelijk, niet up-to-date en onvolledig. Je kon er geen touw aan vast knopen. Ons doel was dan ook allereerst om met alle betrokken partijen een proces samen te stellen. Dat is gelukt. We hebben met het primair onderwijs, het voortgezet onderwijs, de MBO-scholen, het HBO en de universiteiten kunnen zorgen voor meer stroomlijning in het proces.”

Was dat proces alleen voor verzekeraars bedoeld of voor de hele financiële sector?

“In eerste instantie is dit vanuit het Verbond opgestart, maar uiteindelijk is het een groter geheel geworden, waarbij ook de banken werden betrokken. Ik vond dat wel mooi, want daarmee gaven we heel duidelijk aan dat het niet alleen ons belang, maar het belang van heel Nederland was om meer mensen voor de klas te krijgen.”

En is dat gelukt: meer mensen voor de klas?

“Het is nu nog te vroeg om daar een uitspraak over te doen. Het proces is goed in kaart gebracht. Ook de samenwerking vind ik goed geslaagd. Het was niet van ‘kijk mij eens iets goeds doen’, maar met zijn allen iets goeds neer zetten. Meer samenwerken levert betere resultaten op. Mensen kunnen de weg naar het onderwijs nu veel beter vinden, maar we hangen de vlag nog niet uit.”

Weet jij hoeveel mensen van verzekeraars nu al zijn overgestapt?

“Dat vind ik lastig, omdat dat niet altijd goed inzichtelijk is. Kijk alleen eens naar a.s.r. Zo’n twee jaar voordat het convenant is ondertekend en wij met het Verbond aan de slag gingen, hebben wij al stappen gezet. We hebben zo’n drie tot vier sessies per jaar georganiseerd om mensen te informeren over een overstap naar het onderwijs. Dan is het achteraf lastig concluderen of iemand is overgestapt, omdat hij of zij tijdens zo’n sessie enthousiast is geworden of door het convenant. Ik vind het zelf ook niet zo relevant.”

Waarom niet?

“Omdat het appels met peren vergelijken is. De insteek is voor iedereen weer anders. Als een medewerker te maken heeft met een reorganisatie en geen werk meer heeft, is de belasting om een studie te volbrengen wellicht minder dan wanneer iemand de opleiding naast zijn reguliere werk doet. Bovendien is het voor mij geen doel op zich om iedereen richting het onderwijs te bewegen. Begrijp me goed, wij kijken heel graag naar medewerkers die de overstap willen maken. We helpen ze ook, maar het gaat om meer. Mensen moeten hun passie volgen. Daarom kijken wij niet alleen naar het onderwijs, maar ook naar onder meer de bouw en de zorg.”

Als iemand zich morgen bij jou meldt, wat doe jij dan?

“Dan gaan we eerst in gesprek om vast te stellen of hij/zij wel de juiste kwaliteiten in huis heeft om les te geven. Daarnaast gaan we op zoek naar de juiste drijfveren. Waar ligt iemands passie? Waar wordt hij of zij blij van? Als iemand echt graag wil én de kwaliteiten in huis heeft, kan ik hem of haar meenemen naar de volgende stap. Dat kan bijvoorbeeld een routebeschrijving of de proeftuin Zin in lesgeven zijn. Daar kun je, door jezelf drie dagen intensief onder te dompelen, achterhalen of het onderwijs echt wat voor jou is. Wij helpen onze mensen graag op weg, maar we houden niet hun handje vast. Ze zullen het toch echt zelf moeten doen.”

Krijgen jullie veel reacties van overstappers?

“Zeker. Toevallig kreeg ik gisteren een telefoontje van een collega die één dag in de week werkt bij de Hogeschool Amsterdam en vier bij ons. Hij is gevraagd om volledig over te stappen naar de Hogeschool en heeft daar ja tegen gezegd. Mooi toch? Als het je passie is, is het fantastisch om de overstap te maken naar het onderwijs. Aan de andere kant krijgen we ook terug dat het lastig is om een school te vinden als startende leerkracht. Opmerkelijk, want er is nog steeds een groot lerarentekort. En ten slotte krijgen we regelmatig te horen dat een vaste baan lastig te combineren is met een studie. Wij zijn een voorstander van duaal werknemerschap. Dan kun je bijvoorbeeld twee dagen in de week bij het onderwijs aan de slag en drie dagen bij a.s.r. blijven werken.”

En nu? Het convenant is dit voorjaar geëindigd. Zijn jullie klaar?

“Voor mij is het nog lang niet klaar. Ik hoop echt dat we hier verder mee gaan. En als we op een dag wel ‘klaar zijn’ met het onderwijs, dan kunnen we onze pijlers richten op de bouw en de zorg.”

"Wij zijn een groot voorstander van duaal werknemerschap: paar dagen per week voor de klas en een paar dagen werken bij a.s.r."

Learning Expert Lindsey Unitli: “Het onderwijs gaat nooit uit mijn hart”

Als er één persoon in de verzekeringssector is die weet wat het inhoudt om voor de klas te staan, is het Lindsey Unitli wel. Ze werkt als Learning Expert bij NN Group, maar is haar loopbaan begonnen als leerkracht van groep 7 op een basisschool in Hoogeveen. “Het onderwijs gaat nooit helemaal uit mijn hart.”

Huisje, boompje, beestje

Unitli is lid van de werkgroep van het Verbond en ambassadeur van het convenant Aan de slag voor de klas. “Het roept natuurlijk ook vragen op dat ik als voormalig onderwijzer nu probeer om meer mensen het onderwijs in te krijgen”, vertelt ze lachend. Ze is in Drenthe opgegroeid, leefde huisje-boompje-beestje en stond al jong voor de klas. “En toen ging het kriebelen. Ik wilde mezelf graag verder ontwikkelen en meer van de wereld ontdekken. Ik ben weer gaan studeren en naar Amsterdam verhuisd. Na het halen van mijn master ben ik het bedrijfsleven ingerold. En toen het convenant werd gesloten, werd er binnen NN vanzelfsprekend naar mij gekeken.”

Informatiebijeenkomsten

Ze benadrukt dat het convenant een mooie boost aan het onderwijs heeft gegeven. “Het leeft bij medewerkers in de verzekeringsbranche. Er is genoeg interesse. Ik heb van de nodige collega’s wel gehoord dat ze altijd al aan het onderwijs hebben gedacht. Wat dat betreft heeft het convenant wel een mooi vuurtje aangewakkerd.”
In samenwerking met enkele andere partijen heeft NN een informatiebijeenkomst georganiseerd waar meer dan honderd geïnteresseerden op af zijn gekomen. “Wij vinden het belangrijk om ons steentje bij te dragen aan de maatschappij. Daarnaast willen we onze medewerkers de kans geven om hun talenten te ontwikkelen en ook kritisch naar hun eigen loopbaan te kijken. En natuurlijk speelt de vraag Heb je nog dromen voor de toekomst? daar een belangrijke rol bij. Uiteindelijk heeft een aantal collega’s de stap ook daadwerkelijk genomen. De meesten hebben voor de deeltijdopleiding gekozen en dat betekent dat er nu nog collega’s aan het studeren zijn om leerkracht te worden.”

Evaluatie

Het aantal echte overstappers/zij-instromers vanuit de verzekeringsbedrijfstak is tot nu toe vrij laag en dat heeft volgens Unitli verschillende oorzaken. “Soms is het moment er nog niet. Of iemand kampt met een financiële drempel en hikt aan tegen de zekerheid die wegvalt. Of het onderwijs leek mooi, maar uiteindelijk matcht het niet. En laten we eerlijk zijn, dat is ook een waardevol inzicht. Als een collega altijd al graag het onderwijs in wilde, maar het valt in de praktijk tegen, is nee immers ook een antwoord.”

Begeleiding

Op de vraag wat er wat haar betreft beter of anders kan, volgt eerst een aarzeling. “Er gebeurt zoveel moois in het onderwijs, maar de boodschap die wij veel terugkrijgen, heeft betrekking op de begeleiding in de praktijk. Het is voor onze collega’s vaak nog zoeken. We kunnen heel veel informatiepunten oprichten, maar wij denken dat je mensen echt mee kunt krijgen in het onderwijs als er meer begeleiding is voor het werken in de praktijk. Daarnaast is er nog winst te boeken op de inrichting van de lerarenopleiding. Bijvoorbeeld door deze flexibeler te maken en rekening te houden met de doelgroep die al veel levens- en werkervaring heeft. ”

Omscholen

Het convenant is nu afgelopen, maar dat betekent niet dat het voor NN ook klaar is. “Iedereen kan bij ons een verzoek indienen voor omscholing. Dat blijft. Als onderwijskundige houd ik me bezig met het leren en ontwikkelen van de organisatie en van de collega’s. Ik kan straks natuurlijk nog steeds medewerkers naar het onderwijs verwijzen en als ik een kans zie, zal ik dat ook zeker doen.”

"Wij denken dat je mensen echt mee kunt krijgen in het onderwijs als er meer begeleiding is"

Overstapper Ben Verweij: “Les geven vond ik altijd al leuk”

Ben Verweij gaat in september zijn zesde schooljaar in als docent op een MBO-opleiding. Hij is als zij-instromer van start gegaan en heeft geen moment spijt gehad van zijn overstap. “Toen ik net was begonnen, vroeg mijn zoon: ‘Dus dit voelt niet als werken?’ Hij sloeg de spijker op zijn kop. In de verzekeringsbedrijfstak ging ik elke dag naar mijn werk. Dit was anders.”

Hectische tijd

Ben geeft als docent Economie les in marketing, communicatie en marktonderzoek op een MBO-school in Amersfoort. Daarnaast begeleidt hij sinds 2019 studenten Junior Accountmanagement in Gouda naar hun examen. Na bijna een kwart eeuw in de verzekeringsbedrijfstak te hebben gewerkt, is Ben in 2016 in een heel andere wereld terechtgekomen.
Op de dag van het interview heeft hij zijn vrije dag, maar het is een hectische tijd. “Ik ben mentor van de examenklas, al drie jaar. Het is echt leuk om ze zo lang te volgen en te mogen begeleiden. Morgen moet ik ze allemaal bellen. Ik hoop dat van de 28 studenten iets meer dan de helft volgende week zijn diploma krijgt uitgereikt. Een enkeling zal ik nog wat langer begeleiden, omdat die er nog een jaar aan vastplakt, maar in september begin ik opnieuw. Dan word ik weer mentor van de jongste studenten, de eerste klas.”

Fysiotherapeut

Ben klinkt niet alleen erg enthousiast als hij vertelt over zijn nieuwe vak, hij is het ook. Zoals zovelen is Ben in de jaren negentig ‘per ongeluk’ in de verzekeringssector terechtgekomen. Als fysiotherapeut kon hij na zijn militaire dienst geen baan vinden. Daarom ging hij bij AMEV aan de slag: leren en werken. Totdat hij niks meer bij leerde en iets anders wilde. Dat werd de marketing. Ben ging van AMEV naar Zwitserleven en toen hij, ruim 25 jaar verder, vijftig werd, vroeg hij het zich hardop af: is dit het nou? “Een midlifecrisis vind ik een te groot woord, maar ik vond mijn werk niet meer leuk. De compliance-afdelingen bij verzekeraars groeiden als kool en dat ging ten koste van het ondernemerschap. We raakten het vak van marketeer kwijt heb ik wel eens geroepen. Vroeger stuurde ik een brochure de organisatie in en kreeg die een week later terug. Maar ineens duurde het maanden en herkende ik niks meer van mijn eigen werk.”

Zij-instromer

Ben is op dat moment lid van de leerlingencommissie bij een muziekvereniging. Hij heeft veel met jeugd te maken en besluit tot actie. Hij wil graag het onderwijs in en meldt zich bij de Hogeschool Arnhem en Nijmegen. Daar krijgt hij het advies te solliciteren op een functie bij het MBO en zijn Pedagogisch Didactisch Getuigschrift te halen. In 2016 heeft hij een gesprek om als docent Rekenen aan de slag te gaan, maar de school ziet hem liever als docent Economie. Ben zegt ja en naast zijn werk gaat hij één dag in de week naar school.
Op basis van zijn werkervaring komt hij er vakinhoudelijk wel uit, maar de pedagogiek en het didactische deel vallen hem zo nu en dan vies tegen. “Mijn ervaring met lesgeven heeft me er doorheen getrokken, maar op pedagogisch vlak heb ik veel moeten leren. Een school werkt allang niet meer zoals het in mijn tijd was.”

Korte instructies en veel opdrachten

In 2018 haalt Ben zijn Pedagogisch Didactisch Getuigschrift. Hij is officieel tweedegraads docent op het MBO en leert in de praktijk ontzettend snel bij. “Naast de school is ook de jeugd anders. Jongeren zijn ontzettend mondig. Daar moet je mee leren omgaan, want het mag wel eens een tandje minder. Ze vinden ook vaak dat ze recht hebben op dingen. En anders vinden hun ouders dat wel. Dat is een groot verschil met vroeger. Als studenten voor de eerste keer mijn klas binnenstappen, zeg ik altijd dat het mijn streven is dat we over drie jaar collega’s zijn en we hopelijk als gelijkgestemden over het vak kunnen praten. Ik ben ook erg bezig met die beroepshouding. Gewoon op tijd komen, je spullen op tijd af hebben. Dat soort dingen. Studenten hebben vaak bijbaantjes of lopen stage. Dan vraag ik altijd: zit je bij je baas ook op je telefoon als die tegen je praat? Of zou je dit stuk, zo vol met taalfouten, ook bij je stage inleveren? Waarom doe je het dan wel bij mij?”
Volgens Ben werkt het ‘ouderwetse’ lesgeven, de pure kennisoverdracht van vroeger, nu niet meer. “Zeker niet in het MBO. Ik geef de studenten kort instructies en dan gaan ze zelf aan de slag met opdrachten. Het is tegenwoordig meer coachen dan lesgeven. En vergis je niet, als een student een grote mond heeft, zit daar vaak iets achter. Als ik ze dan na de les spreek, hoor ik geregeld over problemen die ze (thuis) hebben.”

Bedrijfsleven

Die problemen hoorde Ben ook toen hij nog fysiotherapeut was, maar als 23-jarige kon hij daar niet mee dealen. “Ik snapte er niks van als iemand helemaal leegliep op de behandeltafel. Nu kan ik dat wel. Ik zie het ook bij jonge collega’s op school. Ik leer veel van ze, maar zie ook dat ze ervaring missen. Dan hoor ik ze bijvoorbeeld tegen studenten zeggen dat je er in een bedrijf meteen uitvliegt als je een fout maakt. Dat is natuurlijk onzin. Als zij eerst vijf jaar in het bedrijfsleven zouden werken voordat ze het onderwijs in zouden gaan, weten ze precies hoe het daar werkt. Die kennis missen ze nu. Als ik les geef over marketing en communicatie, geef ik ook veel voorbeelden uit de verzekeringssector. Studenten zeggen wel eens: waarom bent u daar eigenlijk gestopt? U vertelt er zo enthousiast over.”

Jongeren zijn puur

De vraag rijst: mondige studenten, kritische ouders, wat is er zo leuk aan lesgeven? Ben hoeft er niet lang over na te denken. “De ondubbelzinnigheid van studenten vind ik geweldig. Als ik het slecht doe, krijg ik het te horen. En als ik het goed doe ook. Bij een verzekeraar heb je met verschillende afdelingen en dus met verschillende belangen te maken. Studenten zeggen gewoon dat ze het een stomme opdracht vinden. Jonge mensen zijn puur. Dat vind ik leuk.”
En dan tot slot: waarom zouden anderen uit de financiële wereld, ook de overstap moeten wagen? Ben is gedecideerd. “Je moet het onderwijs ingaan, omdat je dat zelf wilt. Niet omdat er een convenant of een andere regeling is. Het lesgeven moet in je zitten. Een oud-collega van AMEV, die pedagogisch is opgeleid, benaderde me pas. Hij denkt er ook over om het onderwijs in te gaan. Hij is er geknipt voor. Ik heb al een paar keer mensen in mijn klas gehad die een dag meeliepen en dan benadruk ik altijd dat ik mijn ziel en zaligheid in de verzekeringssector ben kwijtgeraakt, maar nu ook weet dat je in het onderwijs meer voor jezelf moet zorgen. Toen ik bij een verzekeraar werkte, was mijn vrouw een keer ziek en leefde mijn teamleider met me mee. Toen ik net in het onderwijs zat en 32 uur werkte, wilde ze mij al 28 lesuren geven. Ik zat in mijn eerste jaar en heb nee gezegd. Dat vonden ze heel raar, maar eerlijk gezegd heb ik in het bedrijfsleven nooit gehad dat ik dacht: nu gaan jullie te ver. En dat is de belangrijkste tip die ik heb: je moet weten wat je wilt en eerlijk zijn naar jezelf!”

"De ondubbelzinnigheid van studenten vind ik geweldig. Als ik het slecht doe, krijg ik het te horen. En als ik het goed doe ook."

Sociale Agenda

Het convenant Aan de slag voor de klas is een van de uitwerkingen van de Sociale Agenda. In die agenda is de gezamenlijke visie van de sociale partners over het huidige en het toekomstige arbeidsklimaat van de verzekeringssector opgenomen. Een belangrijke ambitie van deze Sociale Agenda is om werknemers te stimuleren zelf de regie te nemen over hun loopbaan, maar wel gefaciliteerd door de werkgever. Cruciaal daarbij is de vraag welke werkzaamheden en welk toekomstperspectief passen bij de persoonlijke ontwikkeling van de werknemer. Zowel binnen als buiten de verzekeringsbranche.

Zorg en welzijn

Naast het onderwijs besteden verzekeraars ook veel aandacht aan de zorg. In 2018 is de campagne Ik Zorg gestart om nieuwe medewerkers te werven. Meer dan 600 professionals door heel het land laten zien, voelen en ervaren hoe divers, breed en betekenisvol hun werk is. Ik Zorg is onderdeel van het Actieprogramma Werken in de Zorg met als doel om in 2022 de personeelstekorten terug te brengen.


Was dit artikel nuttig?