Op deze pagina is ook content beschikbaar exclusief voor leden, Log in om toegang te krijgen tot deze content

Data, data en nog eens data

Data, data en nog eens data

Er komt steeds meer data beschikbaar, die toegankelijker is en makkelijker te verbinden met andere data. Maar, van wie is die data eigenlijk? Wat kan een verzekeraar er mee? Hoe beveiligt hij de data het beste? En hoe zit het met de ethiek? De Schademiddag 2018 van het Verbond ging over data. In deze longread een uitgebreide terugblik.

“Data is vandaag de dag hét thema”, zo trapte sectorvoorzitter Robert Otto de Schademiddag af, die traditiegetrouw in ’t Spant in Bussum plaatsvond. Hij had de eer om de aanwezige leden een voorproefje te geven van de iets opkrabbelende cijfers over 2017. “Afgelopen jaar hebben we een opleving kunnen zien. En hoewel ik altijd voorstander ben van het vieren van feestjes, is dat dit keer echt te vroeg. Laten we eerlijk zijn, we zijn 2018 niet echt heel lekker begonnen. Ik ben dan ook benieuwd hoe we hier volgend jaar staan.”

Nieuwsgierig? De cijfers worden op 20 juni bekend gemaakt, op de Algemene Ledenvergadering van het Verbond. De marktcijfers zijn voor leden diezelfde dag beschikbaar op CVSnet.

“De breedte en diversiteit van de sector is groot”

“Een hele volle agenda.” Ferdinand Soeteman, manager Schade van het Verbond van Verzekeraars, somt het tijdens het plenaire deel van de Schadedag ‘even’ op. De meest impactvolle trends, innovaties en technologische ontwikkelingen, maatschappelijke bewegingen, veranderende wet- en regelgeving, nieuwe markten die ontstaan. De drie V’s uit de Schadestrategie moeten richting geven: Verdienen, Vernieuwen, Vakmanschap.

850A1824.jpg

“Frappant”. Zo kwalificeert Soeteman het feit dat de gevolgen van de Brexit dit jaar niet in de top 10 meest impactvolle trends staat. Maar op de eerste drie plaatsen van de lijst die voortvloeit uit een enquête in de branche geven verzekeraars al jaren hetzelfde antwoord: verdere, interne digitalisering, innovatie en regel- en toezichtdruk. “Wel een paar interessante binnenkomers”, vervolgt Soeteman zijn betoog. “Met stip op 4 schadelastbeheersing.”

Dynamisch spectrum
Ook maatschappelijke bewegingen vertalen zich naar trends in verzekeringsland. Zo wordt in de sector de veranderende arbeidsmarkt als achtste genoemd en MVO/duurzaam beleggen staat op nummer 9. Maar de veranderende solidariteit – denk aan broodfondsen –, de aanhoudend lage rente en de sterke toename van het aantal zzp’ers staan er niet bij. Hoe anticipeert de verzekeraar van de toekomst op dat brede en dynamische spectrum? Soeteman noemt de highlights van de Schadestrategie van het Verbond.

Toverwoord
Bij het onderdeel ‘Verdienen’ zijn er de nieuwe risico’s en dus kansen. Zo is Cyber verdubbeld en loopt er op het thema Klimaat een onderzoek naar een verzekering voor overstromingen van secundaire waterkeringen. Op het gebied van Smart Homes doemt de vraag op wat je als markt collectief doet en wat hoort tot het eigen onderscheidend vermogen. Data, het overkoepelende thema van deze zesde Schadedag, is een terugkerend toverwoord. “Data is gemeengoed. Samen met het KNMI wordt bijvoorbeeld gewerkt aan modellen om op zeer lokaal niveau hagelbuien te voorspellen.”
 
IPad op wielen
En ook bij het onderdeel Vernieuwen komt het belang van data naar voren. “Er is”, volgens Soeteman, “een duidelijke marktbeweging van traditionele risicodrager naar dienstverlener.” En daarbij speelt data een centrale rol. “Een auto is tegenwoordig een iPad op wielen. Dat genereert zo ontzettend veel gegevens.” Binnen het toekomstige speelveld van autonome voertuigen en directe verzekeringen moet de rol van de verzekeraar worden herijkt. Soeteman schetst de contouren van nieuwe ecosystemen en benadrukt tegelijkertijd de noodzaak oog te hebben voor lopende reputatiedossiers: opzegkosten, letselschade en afschrijvingstermijnen. “En daarbij ligt ons belang in zelfregulering.”

Breed en divers
Vakmanschap, de derde ‘V’ uit de Schadestrategie, is van essentieel belang. Het ontwikkelen van vakkennis, het aantrekken van risicoprofessionals. Blijven vernieuwen en blijven leren. Want naast genoemde trends en ontwikkelingen spelen er nog tal van onderwerpen in de schadesector. Neem het asbestverbod 2024, de aardbevingsschade in Groningen, stalbranden, verkeersveiligheid, fraude en onverzekerbaarheid. “De breedte en diversiteit van de sector is groot.”

“Data wordt steeds belangrijker”

Als stuurgroeplid van het Data Competence Centre (DCC) kan ze als geen ander het belang van data inschatten. “Data delen betekent kracht. Het DCC helpt verzekeraars om meer waarde te creëren met hun collectieve data.” Miranda Graftdijk, manager Dienstverlening bij het Verbond, was een van de sprekers op de Schademiddag.

850A1909.jpg

Het delen van data is niet nieuw, benadrukte ze meteen aan het begin. Sterker nog, “verzekeraars delen al sinds de Middeleeuwen data om risico’s goed te kunnen inschatten”. Het belangrijkste probleem zit volgens haar vandaag de dag vooral in de toegang tot bruikbare data. “Data wordt steeds belangrijker. Er is zoveel data. We kunnen ook veel meer data opslaan, maar verzekeraars lopen wel tegen een regieprobleem aan. Buiten dat het elke dag weer een uitdaging is om de data veilig te houden, benutten verzekeraars het ‘collectieve geheugen’ veel te weinig.” Ze noemt als voorbeeld de CIS Databank. “Jullie weten deze gelukkig wel te vinden, maar zelfs daar is nog een wereld te winnen.”
 
Regie op data
Die regie op de collectieve data is sinds kort in handen van het Data Competence Centre (DCC), dat drie doelen kent: 1. de regie op data terug krijgen/behouden, 2. meer efficiency teweegbrengen in dataverzameling en –deling, 3. waarde toevoegen.
Naast het Verbond is er een aantal stichtingen in het DCC vertegenwoordigd dat zich dagelijks met data bezighoudt: EPS, CIS, PV en SIVI, waarbij de laatstgenoemde de ondersteunende partij is. “Ons uiteindelijke doel”, aldus Graftdijk, is om dé verzekeringsplek voor data te worden, zodat verzekeraars een veilige toegang krijgen tot betrouwbare (collectieve) data en informatie.”
 
Opzetaanrijdingen
Volgens Graftdijk is uit een rondetafel eind vorig jaar gebleken dat verzekeraars de toegevoegde waarde van het DCC wel zien. “En ze zien ook toegevoegde waarde voor hun eigen business, niet alleen voor een efficiëntere en effectievere fraudebestrijding.” Ze gaf een voorbeeld van opzetaanrijdingen die waren ontdekt door de claimsdata van twee verzekeraars te combineren. “Eenzelfde exercitie hebben we gedaan met de data van alle verzekeraars. Daar zijn maar liefst 2.300 verdachte aanrijdingen boven water gekomen die we nader willen onderzoeken met de betrokken verzekeraars.”
 
Betere preventie bij hagel
Ze gaf nog een ander voorbeeld van het praktisch nut van het DCC, maar dan uit een heel andere hoek, die van het klimaat. “Samen met een aantal verzekeraars en het KNMI hebben we een workshop Hagelschade gedaan. Als verzekeraars hun schadegegevens delen met het KNMI kunnen beiden daar hun voordeel mee doen. Het KNMI kan zijn voorspellingsmodellen verbeteren en verzekeraars kunnen risico’s voortaan beter inschatten en dus een beter onderbouwde premie berekenen. En als je vooraf preciezer weet waar de hagel valt, kun je ook je klanten beter informeren over preventiemaatregelen.”
 
Data, data en nog eens data
Natuurlijk zijn er niet alleen maar kansen. Het DCC moet ook een aantal drempels overwinnen. “Verzekeraars hebben voor AI-toepassingen (AI = Artificial Intelligence)  grote hoeveelheden data uit diverse bronnen nodig, maar wie is eigenlijk de eigenaar van de data? Of eigent zich die data toe? En hoe betrouwbaar is die data? Wat zijn de kosten van het inkopen en verzamelen van data? Er is al met al heel veel werk mee gemoeid en we zijn nog maar net op weg.”

Graftdijk zag daarom aan het slot van haar betoog de kans schoon om voor een volle zaal (190 mensen) de Klankbordgroep van het DCC te promoten. “Als leden van het Verbond zich daarvoor willen aanmelden of ideeën/suggesties willen delen: dcc@verzekeraars.nl.”

Data en ethiek

Technologie is niet neutraal. Dat was de belangrijkste conclusie die filosoof en schrijver Jochanan Eynikel voor de deelnemers aan de deelsessie over Data-ethiek in petto had. Hij nam de aanwezige leden mee op zijn weg naar een maatschappelijk verantwoorde digitalisering. “Ethiek leeft in jullie wereld. Dat blijkt wel uit de Solidariteitsmonitor.”

850A2064.jpg

Eynikel is auteur van het boek Robot aan het stuur en hij benadrukte meteen dat data de samenleving verandert. “Het meest evident is natuurlijk de privacy. Neem ondernemer Gary Vanyerchuk, die miljoenen volgers heeft op YouTube. Hij riep pas: ‘Privacy is dead! And it’s not a big deal.’ Dat is niet waar. Kijk naar Zuckerberg. In 2010 zei hij dat privacy vroeger goed was, maar mensen tegenwoordig meer open zijn en willen delen. Diezelfde Zuckerberg kreeg echter een paar weken geleden in de zogenoemde Facebook Hearings een paar vragen voorgelegd waaruit het tegendeel bleek: Wilt u delen in welk hotel u heeft geslapen? Nee. Wilt u delen met wie u heeft gebeld? Nee. We delen veel, maar het feit dat de CEO van Facebook nu een andere kijk op privacy begint te ontwikkelen, zegt genoeg. Enkele jaren geleden wimpelde Zuckerberg nog alle verantwoordelijkheid af met: ‘We are a tech company. Technology is neutral.’ Nu ziet hij in dat zijn product niet zo onschuldig is en wil hij Facebook bijsturen: ‘We need to fix Facebook.”
 
Pianotrap
Eynikel gaf vervolgens een reeks voorbeelden waaruit eerder het tegendeel blijkt. Hij is dan ook van mening dat ons gedrag wel degelijk wordt beïnvloed door technologie. Zo liet hij het filmpje zien van een simpele trap in een metro, naast de roltrap, waarvan de treden worden omgetoverd in pianotoetsen. En warempel, ineens laat iedereen de roltrap links liggen. “Je kunt het dus zoveel leuker maken dat je het gedrag van mensen kunt sturen.”
Technologie beïnvloedt ons gedrag en daarom is het niet neutraal, meent Eynikel. “De flitspaal dwingt ons tot goed gedrag, net zoals Holle Bolle Gijs ons een duwtje in de goede richting geeft.”
 
Moreel kompas
Maar, de maatschappelijk verantwoorde digitalisering vergt veel meer. Ook van verzekeraars, die steeds vaker te maken met een nieuwe wereld. “Tot nu toe moesten wij leren met machines om te gaan en kregen we bijvoorbeeld rijlessen, maar we gaan steeds meer naar een wereld waarin de machine met de mens moet leren omgaan.” En daarvoor hebben we, volgens Eynikel, niet alleen technologische expertise, maar ook een moreel kompas nodig. En wel in de vorm van de drie m’en achter innovatie: mens, maatschappij en morele consequenties.

Hij noemt het voorbeeld van de little box van Admiral. Deze box meet je rijgedrag en als je goed rijdt, krijg je korting. Maar Admiral doet meer. Het heeft bijvoorbeeld zelf een soort impactanalyse op zijn site gezet, waarin veel voorkomende vragen worden beantwoord. Denk aan vragen als: gaat de black box mij afleiden? en Gaan jullie mijn ouders vertellen wanneer en waar ik rijd? “Bij een impactanalyse hoort echter ook dat je kijkt naar waarden”, benadrukt Eynikel die doelt op waarden als rechtvaardigheid (je betaalt voor het risico) en privacy (wordt privacy een ruilmiddel, omdat je alleen korting krijgt als je je gegevens geeft?).

“Data kan meer inzicht geven in risico’s en de vraag is hoe verzekeraars daar mee omgaan”, vertelt hij tot slot. “Verzekeraars moeten, net als ze met de Solidariteitsmonitor hebben gedaan, hun producten in lijn brengen met technologie en ethiek. Je kunt en mag niet alles van de overheid verwachten.”

De wondere wereld van databeveiliging

Of het nu gaat om een datalek via de website van Frans Bauer, een supermarktketen die en passant wordt platgelegd door een inbraak bij de NSA of een digitale afpersing door het argeloos klikken van een medewerker op een privémail. Hackers kunnen verrassend makkelijk binnendringen in computers.

850A2028.jpg

Tijdens de sessie ‘Databeveiliging’ werden leden bijgepraat over de verstrekkende gevaren van cybercriminaliteit en het belang van deugdelijke cybersecurity. Enthousiast steekt Erik de Jong, Chief Research Officer bij Fox-IT, van wal. “Databeveiliging strekt zich uit van geopolitiek tot de kleine bits en bytes. Het is overal en absoluut geen ver-van-je-bedshow.”

Veelkoppig monster
Wie denkt dat cybercriminaliteit aan hen voorbij gaat, heeft het mis. Als we De Jong moeten geloven, loopt de bakker op de hoek tot aan zwaar beveiligde multinationals risico op hacking. “En daarbij gaat het niet meer om die lachwekkende e-mail uit Nigeria.” Internetcriminaliteit is geprofessionaliseerd en kost bedrijven zakken met geld. “Het is niet alleen de schade die ontstaat door het lekken van bijvoorbeeld persoonsgegevens of bedrijfsgevoelige informatie. Onlangs werd het gehele transportsysteem van een internationaal vervoersbedrijf lamgelegd. Containers hingen letterlijk van het ene moment op het andere in de lucht. “Het is een veelkoppig monster dat overal kan opduiken. Laatst kregen we een melding van een virus in een laadpaal voor elektrische auto’s. Hilarisch!”

Hoog hek
De meeste bedrijven waar De Jong komt, denken hun beveiliging redelijk op orde te hebben. “Maar dat kom ik zelden tegen. Je kan wel een hoog hek bouwen, maar iedereen kan daar uiteindelijk overheen klimmen.” Bijkomend probleem: bij het stelen van data wordt een kopie gemaakt en komen de meeste bedrijven pas na een paar maanden erachter dat ze bestolen zijn. Internetcriminelen kunnen buiten de deur worden gehouden door technische, procedurele en organisatorische preventie. “Dat is vaak heel simpel, bijvoorbeeld mensen die uit dienst gaan niet meer de mogelijkheid geven om in te loggen. En een jaarlijkse cyberoefening kan een organisatie goed voorbereiden op een aanval. “Net als een brandoefening.”

Eenmaal geïnfecteerd is het zaak snel en adequaat in beeld te krijgen, professionele hulp in te roepen en leren van gemaakte fouten. De Jong wijst er nog even fijntjes op dat een goed beveiligingsbeleid ook de AVG raakt. “Bij een inbraak moet binnen 72 uur melding worden gedaan bij Autoriteit Persoonsgegevens. Dan kun je vragen krijgen die lijken op een forensisch onderzoek. Heb je je zaken niet goed op orde, dan kun je trammelant verwachten.”

Wees gewaarschuwd!
Tot slot, omdat De Jong, “het niet kan laten”, nog een paar voorbeelden waaruit blijkt dat digitale diefstal vaak kinderlijk eenvoudig is. Een oude truc: inbreken in de e-mailserver en een factuur onderscheppen. “Bij een klant werd door simpelweg het rekeningnummer te wijzigen twee ton gestolen.” Nog brutaler kan het door een e-mail vanuit de directie aan de administratieafdeling te sturen met een verzoek voor een directe overboeking. In het voorbeeld van Erik gebeurde dat onder het valse voorwendsel dat de directeur geen geld kon overschrijven vanwege een slechte wifi-verbinding. “Maar het kan nog gekker”, vertelt Erik met sprankelende ogen. “Wij zijn eens gebeld door een bedrijf waarbij de complete ICT-afdeling van de ene op de andere dag spoorloos was verdwenen. Het bleek een complot en alles was vergrendeld. Dan moet je het gehackte systeem eerst hacken om toegang te krijgen.” De omgekeerde wereld, of liever de wondere wereld van databeveiliging.

Big data en verzekeraars

Uber, John Deere, Amazon, Netflix, het kwam allemaal voorbij in de presentatie van Gerrit Schipper (Erasmus Universiteit). Hij leidde de deelsessie Big data en verzekeraars: de gevolgen voor de klant, en had een mooie boodschap voor het Verbond. “De beste manier om business te bedrijven, is om het samen te doen. Liefst onder de regie van een branchevereniging zoals een aantal verzekeraars in Californië dat doet.”

850A2038.jpg

Schipper is executive director van het Erasmus Centre for Data Analytics en ging in zijn inleiding vooral in op de klant. “Je ziet en merkt aan alles dat de klant in een andere positie komt.” Hij benadrukte aan het begin van zijn betoog dat wij Nederlanders vaak wat conservatief zijn als er iets nieuws aan zit te komen. “Maar als het er eenmaal is, zijn wij een van de eersten die er bovenop duiken.”
 
Amerika
Vanzelfsprekend was zijn blik veelvuldig gericht op Amerika, dat nu eenmaal vooroploopt. “De huishoudelijke apparatuur die in de VS wordt gebruikt en met het internet is verbonden, is hier nog niet eens verkrijgbaar.” Artificial Intelligence (AI), ook wel kunstmatige intelligentie genoemd, helpt ons om sterker en slimmer te worden, meent Schipper. Simpel voorbeeld. Netflix houdt exact bij wat je kijkt en hoe lang je kijkt. Vervolgens krijg je een aanbeveling die vaak verrassend goed bij jou past.

Ander voorbeeld dat hij gaf, is van een Amerikaans warenhuis dat je via een app helpt te navigeren door het enorme gebouw. Aan de hand van je aankoopgedrag krijg jij bijvoorbeeld wel tien procent korting op een bepaald product en de persoon die naast je staat en ook in dat product is geïnteresseerd niet. “De vraag is of Nederland klaar is voor zo’n winkel die met behulp van AI wordt gerund.”
 
John Deere
Een voorbeeld dat met name verzekeraars zal aanspreken, betreft John Deere, fabrikant van tractor en landbouwmachines. Via MyJohnDeere krijgen de klanten allerlei informatie, over de grond, over het realtime weer, noem maar op. De gegevens worden echter in Amerika ook gedeeld met de verzekeraars, uiteraard met goedkeuring van de klant. “Er ontstaan in de VS nieuwe ecosystemen, waardoor het voor de hele gemeenschap efficiënter wordt”, aldus Schipper, die en passant ook nog even de naam van Hartford liet vallen, “een verzekeraar die vliegende robots inzet, onder meer om verbrande huizen te schouwen.”
 
Zelfrijdende auto
“Maar”, zo benadrukte hij hardop, “de meest spraakmakende ontwikkeling waar we allemaal op zitten te wachten, is de zelfrijdende auto. Ford is de meest optimistische fabrikant die de eerste zelfrijdende auto’s al in 2020 verwachten, maar zelfs de meest pessimistische fabrikanten denken dat rond 2025 de eerste zelfrijdende auto’s op onze wegen zal rijden.” De gevolgen zijn niet mals, houdt hij zijn gehoor voor. “Minder schade voor u, maar dat heeft ook weer gevolgen voor de herstelbedrijven. Daarnaast ook minder diefstal, doordat omkatten veel lastiger wordt.”

Schipper voorspelt dat klanten straks een vast bedrag betalen voor mobiliteit. Of dat nou een auto of de bus is, maakt niet uit, maar zeker is dat de verzekering daar al bij is inbegrepen. “Dat heeft enorme gevolgen voor de verzekeringsbranche en het zit er echt aan te komen. Sterker nog, het gaat harder dan u denkt.”

Veel oefenen
Schipper benadrukte in zijn inleiding ook dat oefenen cruciaal is voor verzekeraars. Maar dan moet je volgens hem wel weten hoe. “Gary King, professor in de VS, zegt heel treffend dat big data niet gaat over big data, maar over analytics. Als je met andere woorden niet weet hoe je goede analyses moet maken, heb je ook niks aan data.”

Verzekeraars moeten zich daarbij meer richten op de hoe-vraag. Schipper: “Bedrijven richten zich vaak op het wat, terwijl de hoe-vraag pas achteraf komt. In data-analytics moet echter de beslissing die je vandaag neemt, morgen ook nog goed zijn. Dat is een leerproces en zeker niet makkelijk, maar daarom moeten verzekeraars ook veel oefenen. Ik geloof daar heilig in. Leren doe je door te oefenen.”

Datakwaliteit

De kwaliteit van data is van groot belang voor een verzekeraar. Het vormt immers de basis van zijn bestaan. Geen wonder dus dat er in een deelsessie volop aandacht was voor datakwaliteit. Jaap de Louw, voorzitter van de gelijknamige werkgroep onder governance van het Bestuurlijk Overleg tussen NVGA en het Verbond, nam samen met twee ‘collega’s’ de deelnemers mee in de wereld van datakwaliteit.

combi.jpg

Welke data is nodig en welke noodzakelijk om te voldoen aan alle verplichtingen? Wanneer is data eigenlijk van de juiste kwaliteit? En welke hindernissen ondervindt de keten om data van de juiste kwaliteit te voorzien? Het lijkt zo’n open deur, maar samen met Stefan van den Berg, voormalig lid van de werkgroep Datakwaliteit, en Herman Lenferink (SIVI), benadrukte De Louw dat risico’s alleen met de juiste verzekeringsdata goed kunnen worden ingedeeld en ingeschat. Zelfs het cumulatierisico kan eruit worden afgeleid. “Veel strategische, tactische en operationele beslissingen hangen dan ook af van datakwaliteit. Het onderwerp is zelfs zo belangrijk dat het tot één van de kerntaken van de toezichthouder behoort. Solvency II bevat immers allerlei informatie en vereisten voor het vaststellen van de balans, het eigen vermogen, de interne bedrijfsvoering, interne modellen/rapportages en de kapitaaleisen.”

Solvabiliteit
In de deelsessie kwam dan ook nadrukkelijk naar voren dat de solvabiliteit niet alleen wordt berekend op basis van de economische balans en het eigen vermogen, maar ook de omvang en samenstelling van de verzekeringsportefeuille een flinke duit in het zakje doen. “En dat is precies de kern van onze presentatie. Want hoe krijgt een verzekeraar inzicht in die omvang en samenstelling van zijn verzekeringsportefeuille, zeker als een deel van de primaire werkzaamheden is uitbesteed via volmacht?”

Tijd voor een voorbeeld. Ongeveer een kwart van de premie (3,5 miljard euro) loopt via de volmachtketen, die momenteel bestaat uit zo’n 300 gevolmachtigd agenten. Al die agenten gebruiken hun eigen softwarepakket om de polissen te administreren en te beheren. De vraag rijst hoe een verzekeraar de juiste informatie binnenkrijgt? Hoe weet hij of de verschillende gevolmachtigd agenten niet toevallig Dorpstraat 1, 3, 5, 7 tot 79 in de boeken hebben staan, waardoor er een cumulatierisico ontstaat als brand overslaat?

Dataprotocollen
Voordat een analyse mogelijk is, moet een verzekeraar met andere woorden eerst in staat zijn de data (risico’s) die hij van de ene gevolmachtigd agent ontvangt, te vergelijken/combineren met de data die hij van een andere agent krijgt en de data die de verzekeraar via het directe of provinciale kanaal in de boeken heeft. Om dat proces beter te laten verlopen, zijn er diverse dataprotocollen ontwikkeld, zodat de in te vullen velden per verzekeringstype of de oorzaken van schade vaststaan. “Maar”, zo waarschuwden de drie inleiders, “het alleen hebben van een dataprotocol leidt helaas niet tot succes.” Ze gaven het voorbeeld van de autoverzekering in Nederland, waarbij het veld “kenteken” verplicht is. Het veld moet echter wel gevuld worden, én de juiste informatie bevatten. Hetzelfde geldt bijvoorbeeld voor het vastleggen van schadeoorzaken. Die moeten aansluiten bij het protocol en in voldoende mate gespecificeerd zijn. “En dit zijn dan nog simpele voorbeelden. De werkelijkheid is talloze malen ingewikkelder”, besloot Stefan van den Berg. Denk alleen eens aan ‘simpele’ zaken als het verschil tussen een hoofd of kleine letter.

Jaap de Louw voegde daaraan toe dat “met 3,5 miljard euro premie en een toezichthouder die graag wil dat verzekeraars aan Solvency II voldoen” de urgentie zeker wel wordt gevoeld. Er zijn dan ook verschillende partijen in de keten die aan oplossingen werken. Zo biedt SIVI als onafhankelijk ontwikkelaar en beheerder van standaarden in de verzekeringsbranche ondersteuning bij het vinden van een oplossing. De expertise die zij hebben op het gebied van protocollen en data is goud waard.

Informatie-gestuurde veiligheid met Big data

Slimme camera’s inzetten in de strijd tegen internationale smokkel. Geursensors gebruiken om illegale postzendingen te detecteren. Geluidscamera’s gebruiken bij het lokaliseren van hennepkwekerijen. Hoogtechnologische veiligheidsoplossingen helpen politie en justitie in hun strijd voor een veiligere samenleving.

850A2007.jpg

“Het gaat bij ons allemaal om informatie-gestuurde veiligheid”, vertelt Alexander Heijnen, programmadirecteur bij DITSS. Tijdens de sessie ‘Big data in de praktijk’ doet hij, samen met hoofdinspecteur bij de politie Ruud de la Cousine, uit de doeken hoe data een steeds crucialere rol spelen bij opsporing, ondermijning en moderne risico- en crisisbeheersing.

Heijnen werkt bij stichting DITSS, oftewel The Dutch Institute for Technology, Safety & Security. DITSS werkt samen met haar triple helix partners (overheden, onderwijsinstellingen en ondernemers) met behulp van technologie en sociale innovaties aan oplossingen voor een veilige samenleving. Centraal uitgangspunt is het onderling beschikbaar maken van data door bijvoorbeeld sensing, Internet of Things en open sources als social media.

In een handomdraai
In een filmpje laten de twee zien hoe dat in de praktijk werkt. Te zien is hoe een moderne meldkamercentralist een melding binnenkrijgt van een gewelddadige inbraak. Aan de hand van slimme vragen en de inzet van social media, Google Maps, Google Streetview en andere open bronnen wordt in een handomdraai een compleet beeld geschetst van de situatie ter plaatse. “En daarmee kan”, betoogt Heijnen, “meer waardevolle informatie worden meegegeven aan hulpverleners.

PSV
‘In veel gevallen’, vult De la Cousine aan, “gaat het om innovaties die al bestaan en door ons worden doorontwikkeld.” In het kader van crowdbeheersing zet de politie al gezichtsherkenning in. “Ik kom zelf uit Eindhoven en ben fanatiek aanhanger van PSV. Maar ik ben niet de enige. Bij de huldiging kwamen tienduizenden fans op het stadsplein af. En daar kunnen in verband met veiligheid maximaal 25.000 man op.” Met behulp van algoritmes die statische beelden herkennen, weet de politie in hoeverre een menigte stil blijft staan of beweegt. “Dan hoef je het dus niet meer af te sluiten met hekken om het aantal mensen te tellen en kun je gericht je politiemacht inzetten voor het bewaken van de rust.”

In de praktijk
In de strijd tegen mensen-, drugs- en explosievensmokkel werkt DITTS met een tiental publieke en private partners samen in het project PASSAnT. In de komende drie jaar wordt in de haven van Oostende en Moerdijk geëxperimenteerd met het combineren van innovatieve oplossingen van onder andere de TU Delft. Zo geven slimme dekzeilen en een slim hekwerk bij aanraking een alarm en kunnen al bestaande camerasystemen daaraan worden gekoppeld. Op die manier kan men ongebruikelijke patronen herkennen om verdachte bewegingen aan het licht brengen.

Moderne data science wordt door DITSS ook ingezet in de smokkel via postpakketten. Door een fieldlab in een postdistributiecentrum op te zetten worden de laatste sensortechnologieën met geurdetectie in de praktijk beproefd en worden praktische werkwijzen ontwikkeld. “Want uiteindelijk gaat het om het doen en zien dat het werkt. Dat is het mooie, dat het werkt!”, aldus De la Cousine.

Fraude opsporen met data? Dat is FRISS!

Met moderne datatechnologieën als Artificial Intelligence (AI) levert FRISS, het internationaal opererende bedrijf uit Utrecht, geautomatiseerde detectie oplossingen voor fraude en risico’s aan schadeverzekeraars. “Fraude is onacceptabel. Dat is onze drijfveer en daar strijden wij voor. Elke dag opnieuw.” Het bedrijf sponsorde de Schademiddag 2018.

850A1939.jpg

Christian van Leeuwen, CTO en medeoprichter van FRISS, windt er tijdens zijn presentatie geen doekjes om. “Datatechnologie is keihard nodig om risico’s op fraude in te perken.” Vanuit de overtuiging dat niet alleen de verzekeraar, maar de hele maatschappij de dupe is van fraude, zet FRISS zich al 12 jaar in om wereldwijd fraude tegen te gaan. Het bedrijf is inmiddels in dertig landen actief. Van Leeuwen: “In alle landen waar wij actief zijn, leren we wat daar de modus operandi zijn. We bundelen onze kennis en ervaring en geven dat vervolgens weer terug aan de verzekeraars.”

The holy grail
De Chief Technology Officer ziet een duidelijke beweging naar het toepassen van kunstmatige intelligentie. “We komen uit een koude winter en verkeren sinds twee jaar in een hete zomer. AI is aan het hypen en wordt nu gezien als the holy grail. Maar in wezen gaat het er om data de juiste wijze te koppelen. Daarmee kun je patronen herkennen en fraude opsporen. Fraudebestrijding met data? Dat zijn wij!”

Meer weten? www.friss.com


Was dit artikel nuttig?

Cookies

{cookieText}