Eerste Kamer kritisch op wetsvoorstel asbestdaken

Op deze pagina is ook content beschikbaar exclusief voor leden, Log in om toegang te krijgen tot deze content
29-05-2019

Gisteren vond de plenaire behandeling van het wetsvoorstel 'Verwijdering asbest en asbesthoudende producten' in de Eerste Kamer plaats. Als dit wetsvoorstel wordt aangenomen, betekent dit een verbod op zichtbare asbesthoudende daken per 31 december 2024. Verantwoordelijk staatssecretaris Van Veldhoven (Infrastructuur & Waterstaat) trof, van links tot rechts, een zeer kritische Senaat aan.

Hoewel vrijwel alle fracties de noodzaak tot asbestsanering onderschreven, zijn er brede zorgen of het voorliggende wetsvoorstel niet te eenzijdig de lasten voor een publiek belang (namelijk volksgezondheid) bij de gebouweigenaar legt, of het handhaafbaar is en of het verbod per 1 januari 2025 überhaupt haalbaar is. Vanuit verschillende fracties werden pleidooien gehouden voor flexibiliteit in tijd, een meer proportionele aanpak qua risico en financiële ondersteuning. 

Wet als basis
Volgens staatssecretaris van Veldhoven (D66) vormt deze wet de basis voor de aanpak van het asbestprobleem en versterking van het bronbeleid. “Zonder deze wet kunnen we geen helderheid bieden aan eigenaren en de markt op het punt van verzekerbaarheid en verkoopbaarheid van de woningen. Zonder deze wet wordt het ook lastiger om incidenten met asbestbranden en de financiële gevolgen daarvan in de hand te houden.” Ze gaf aan dat er zo’n 180 asbestbranden per jaar zijn. Er wordt gekeken naar mogelijkheden om asbestsanering vanuit open werkbakken toe te staan en dakdekkers asbest te laten saneren.

Betaalbaarheid
Ook deelde zij de zorgen over betaalbaarheid. In het Fonds, dat wordt beheerd door de stichting volkshuisvesting Nederland, komt 5 miljoen euro extra voor specifieke gevallen, waaronder asbesthoudende leien daken. Eind juni zijn de gesprekken over dit fonds met provincies en banken afgerond en zal, via een besluit, de oprichting van dit fonds worden geformaliseerd. De inschattingen zijn dat ongeveer vijf tot tien procent van de asbestdakeigenaren de kosten van sanering niet kunnen dragen.

Verzekeraars
Over verzekeringen gaf de staatssecretaris aan dat verzekeraars zelf de voorwaarden bepalen. “Ze mogen hier onderling niet eens afspraken over maken. Het is natuurlijk wel een teken aan de wand dat de markt behoefte heeft aan juridische duidelijkheid. Laten wij dan de mensen die worden geraakt door deze beweging in de markt helpen om uit die moeilijke situatie te komen.”
Atsma (CDA) vroeg of differentiatie per gemeente de verzekerbaarheid van objecten niet extra complex maakt. Van Veldhoven antwoordde dat sommige verzekeraars al een saneringsplan vragen.

Uitzonderingsgrond
Daarnaast gaf de staatssecretaris aan dat zij van plan is om in de AMvB een uitzonderingsgrond op te nemen voor gemeenten in kennelijk onredelijke gevallen die te maken hebben met sloop, renovatie of verduurzaming, om te voorkomen dat mensen verplicht worden tot een onrendabele investering precies rond 2024.
Wat betreft de flexibiliteit gaf Van Veldhoven aan dat er vanuit het oogpunt van doelmatigheid voor een beperkte periode na ingang van het verbod wel kan worden aangesloten bij een logisch moment voor de sanering van het dak. Te denken valt aan sloop of een grootschalige renovatie waarvoor al een vergunning bij de gemeente is aangevraagd, en een wijkgerichte aanpak die specifiek is gericht op het saneren van de asbestleien of op een grote verduurzamingsoperatie. Voorwaarde is dan wel dat er een concreet plan ligt. Ten slotte gaf zij aan met TNO in gesprek te gaan of een verhoging van de grens van 35 m2, waar eigenaren nu zelf asbest mogen verwijderen, wellicht kan worden verhoogd.

Volgende week stemt de Eerste Kamer over het wetsvoorstel. Alleen D66 en SP gaven op voorhand aan voor het voorstel te zullen stemmen.

 


Was dit artikel nuttig?