Nota van Wijziging maakt ‘Bedrag ineens’ onnodig complex

Op deze pagina is ook content beschikbaar exclusief voor leden, Log in om toegang te krijgen tot deze content
17-11-2020

De vandaag voorgestelde Nota van Wijziging bij het Wetsvoorstel bedrag ineens, RVU en verlofsparen, creëert disproportionele complexiteit op het gebied van administratie, communicatie en keuzebegeleiding waar het gaat om het uitkeren van een bedrag ineens bij pensionering. Daardoor levert een goed idee voor zowel deelnemers als betrokken uitvoerders grote problemen op. Dat stellen het Verbond van Verzekeraars en de Pensioenfederatie in een eerste reactie op de nota van wijziging waar de Tweede Kamer vanmiddag mee heeft ingestemd.

Tijdens de Kamerbehandeling is erop gewezen dat het belastingtarief in de eerste schijf afhankelijk is van de verjaardag van de belastingplichtige in het jaar waarin iemand AOW-gerechtigd wordt. Om deze ongelijke fiscale behandeling van deelnemers tegen te gaan is een Nota van Wijziging opgesteld. Deelnemers kiezen op pensioeningangsdatum of ze een eenmalige uitkering willen. Ze kunnen deze uitkering dan meteen krijgen, of in februari volgend op het jaar dat ze AOW gerechtigd worden.

Het bedrag ineens levert sowieso al complexiteit op, kiezen wanneer die ingaat levert nog meer complexiteit op. De grootste bottleneck zit in de manier waarop het (verlaagde) pensioen vervolgens wordt uitgekeerd. Dat kan op twee manieren:

a. De (verlaagde) pensioenuitkering (90%) wordt bepaald vanaf begin tot overlijden. Op enig moment ontvangt men het bedrag ineens.
b. De pensioenuitkering begint eerst op 100% te lopen. Dan krijgt men het bedrag ineens dat maximaal 10% van de resterende pensioenuitkeringen bedraagt. Pas daarna krijgt men de verlaagde uitkering. Er is gekozen, tegen het expliciete advies van alle uitvoerders in, voor de laatste optie.

Complexiteit voor de deelnemers

Naast het doorrekenen van kosten (aan het individu dan wel het collectief) zijn er nadelen voor de deelnemers met deze invulling.

  • Een variant waarbij gedurende de eerste periode 100% van het pensioen wordt uitgekeerd, na enkele jaren 10% van de dan resterende pensioenuitkeringen en vervolgens een verlaagde pensioenuitkering levenslang, is voor deelnemers moeilijk te begrijpen. Het is ook lastig uit te leggen (in deelnemerscommunicatie) en de keuzebegeleiding is ronduit ingewikkeld.
  • Een deelnemer moet een afweging maken tussen twee niet goed te vergelijken situaties (verschillende bedragen en verschillen in belasting- en premieheffing). Bijvoorbeeld: een eenmalige uitkering op 62-jarige leeftijd als daarover AOW-premie verschuldigd is versus een lagere eenmalige uitkering 4 à 5 jaar later zonder AOW-premie en vanaf dat moment een lagere levenslange. Deelnemers begeleiden in een verstandige keuze hierover lijkt niet haalbaar.
  • Deze problemen worden nog onoverzichtelijker bij de variabele uitkering (die in de nabije toekomst veel vaker voor zal gaan komen). Bij een variabele uitkering zal de uiteindelijke (eenmalige) uitkering meebewegen met de resultaten (beleggingsrendementen en ontwikkeling levensverwachting). 

Dit staat nog los van eventuele complexiteit inzake toeslagen waar de deelnemer rekening mee moet houden bij gebruikmaking van de regeling en de communicatie en keuze-infrastructuur die voor dat probleem opgetuigd moet worden. De operationele impact is fors. De berekeningen die gemaakt moeten worden zijn ingewikkeld, wat leidt tot een toename van de kans op fouten. De kosten van uitvoering van deze variant nemen toe in de vorm van extra communicatie en (keuze)begeleiding, complexe (her)berekening van pensioen en inregelen in de financiële keten.

Alternatieven

Verbond en Pensioenfederatie hebben eenvoudiger alternatieven aangedragen, die hopelijk aan de orde kunnen komen bij de behandeling van het wetsvoorstel in de Eerste Kamer.

1. Vrijstelling van AOW-premie
Het meest eenvoudige alternatief dat hetzelfde effect bewerkstelligt is wettelijk te regelen dat er geen AOW-premie (zijnde 17,9% voor inkomen tot € 34.713) wordt ingehouden over de uitkering. Deze aanpassing zal uiteraard impact hebben op de uitvoering door de Belastingdienst, maar raakt dan één uitvoeringsorganisatie en niet ruim 200 pensioenuitvoerders, verzekeraars en banken die allemaal investeringen moeten doen om hetzelfde effect te realiseren. Bovendien is deze variant veel eenvoudiger te begrijpen voor deelnemers.

2. Oplossing voor samenloop bereiken AOW-gerechtigde leeftijd en pensioeningang
Mensen die in hetzelfde jaar met pensioen gaan als dat ze AOW-gerechtigd worden, ontvangen standaard de (uitbetaling van de) eenmalige uitkering in januari van het volgende jaar, tenzij zij ervoor kiezen om de eenmalige uitkering direct bij pensioeningang te ontvangen (opt-out). In dat laatste geval is het reguliere belastingtarief (inclusief AOW-heffing) verschuldigd.


Was dit artikel nuttig?