Skip to Content

Rente en inflatie: wat gebeurt er?

Op deze pagina is ook content beschikbaar exclusief voor leden Log in voor toegang of vraag account aan.

De rente stijgt. Goed nieuws voor de één (bijvoorbeeld pensioenfondsen en banken), slecht nieuws voor de ander (consumenten en bedrijven). Wat betekent de stijgende rente voor verzekeraars? Zijn zij er blij mee? Of niet? En wat is eigenlijk stagflatie? Beleidsadviseur Ron Batten legt uit.

1. Inflatie en stagnatie leiden tot stagflatie. Wat is dat en wat betekent het voor verzekeraars?

“Als inflatie gepaard gaat met stagnatie, geen economische groei dus, dan spreken we van stagflatie. En als de economie niet groeit, groeit de verzekeringssector ook niet. Zo simpel is het. Maar eerlijk gezegd groeien moderne economieën, waaronder die van ons, nooit heel hard. Daarnaast vormen rente en inflatie meer risico voor verzekeraars dan een stagnatie van de economie.”

2. Waarom hangen die rente en inflatie zo nauw met elkaar samen?

“Daarover verschillen de meningen. Zelfs economen weten nog steeds niet hoe dat precies zit. Op hoofdlijnen gaan ze altijd uit van een aantal vuistregels. De eerste is dat inflatie het gevolg kan zijn van schaarste waardoor de prijzen stijgen. Die schaarste kan allerlei oorzaken hebben, maar wordt nu vooral veroorzaakt door verstoringen van de logistieke keten. Dat heeft onder meer te maken met de corona-lockdowns in China en uiteraard met de oorlog in Oekraïne. Het tweede punt is dat de huidige inflatie ervoor zorgt dat de kapitaalmarktrente stijgt. Datzelfde geldt voor de rente die de centrale banken gebruiken voor het bepalen van leentarieven. En als de banken hogere rentes hanteren, koelt de economie ‘vanzelf’ af, doordat bedrijven niet meer zo goedkoop kunnen lenen.”

3. Maar er is nog kapitaal genoeg, toch?

“Klopt. Zowel de inflatie als de rente stijgen namelijk op de korte termijn. Daarmee doel ik niet op maanden, maar op jaren. En omdat we te maken met een vergrijzing van de totale wereldbevolking en een wereldwijde welvaartstoename blijven we met zijn allen sparen voor ons pensioen. Dat zijn de redenen dat kapitaal nog steeds niet schaars is. Sterker nog, het kapitaal is er in overvloed, zodat de rente op de langere termijn waarschijnlijk weer zal zakken.”

4. Wat betekent de inflatie voor de klanten van verzekeraars. Gaan zij straks meer premie betalen?

“Het inflatietempo is voor consumenten niet hetzelfde als voor verzekeringen. Bovendien kan een prijsstijging voor medische kosten of voor autoreparaties totaal anders uitpakken, maar inflatie kan er zeker voor zorgen dat de schadelast voor verzekeraars toeneemt. Verzekeraars houden daar, bij de berekening van hun buffers, al rekening mee. Zij keren de schades gewoon uit, maar bij veel prijsstijgingen, gaat dat ten koste van de winst. Als Verbond gaan wij niet over de premie, maar iedereen snapt dat de premie kan stijgen als jouw verzekeraar meer moet betalen om de schade te herstellen.”

5. Scheelt dat per verzekeraar? Heeft bijvoorbeeld een arbeidsongeschiktheidsverzekeraar meer of minder last van inflatie dan een levensverzekeraar?

“Een uitkering van een arbeidsongeschiktheidsverzekeraar is gebaseerd op lonen en loonstijgingen. Niet op de inflatie zelf, dus deze verzekeraars hebben er niet zo’n last van. Hetzelfde geldt eigenlijk voor levensverzekeraars, zeker als het om een pensioenverzekering gaat. Meestal is op dat soort polissen afgesproken dat de begunstigde de waarde van de beleggingen aan het einde van de looptijd krijgt uitgekeerd. Op dat moment merkt de begunstigde meteen of de aandelen en obligaties zijn gedaald in waarde. Andere levensverzekeringen keren een vooraf afgesproken som geld uit. Die verandert niet, maar uiteraard kan de begunstigde er door de inflatie wel minder mee doen of minder voor kopen.”

6. En hoe werkt dat bij schadeverzekeraars? Hebben zij wel last van inflatie?

“In zijn algemeenheid moeten verzekeraars in hun technische voorzieningen rekening houden met inflatie, waardoor hun kosten kunnen oplopen en claims hoger worden. Europese regelgeving (Solvency II) zorgt ervoor dat verzekeraars zijn voorbereid op toekomstige ontwikkelingen. Het is niet voor niets dat ze jaarlijks nieuwe berekeningen moeten maken. Die regels schrijven ook voor dat de technische voorzieningen van schadeverzekeraars moeten stijgen als er meer inflatie is. Het klinkt wellicht wat technisch, maar het komt erop neer dat ze meer geld in kas moeten hebben om aan hun verplichtingen te kunnen voldoen. Om bij die autoreparaties te blijven, als garages hun prijzen in tijden van inflatie verhogen, moeten verzekeraars meer geld uitkeren bij schade en moeten ze dus ook meer in kas hebben.”

7. En die hogere schadelast berekenen ze dan door aan de consument?

“Zo’n vaart loopt dat niet. Verzekeraars houden namelijk in hun berekeningen standaard al rekening met meerjaarlijkse inflatie, juist om veel premieschommelingen te voorkomen. Alleen als de inflatie lang heel hoog blijft, kan dat gevolgen hebben voor de zogenoemde Ultimate Forward Rate. Deze UFR kun je vergelijken met de rekenrente bij pensioenfondsen. Verzekeraars gebruiken deze om uit te rekenen hoeveel technische voorzieningen ze moeten aanhouden. Deze UFR wordt berekend op basis van de gemiddelde rente van de laatste zestig jaar. Als de inflatie lang duurt, kan die UFR dus omhoog gaan.”

8. En dan? Wat betekent dat voor de solvabiliteit van verzekeraars?

“Rentestijgingen zorgen ervoor dat de waarde van zowel de toekomstige verplichtingen als die van beleggingen daalt. Dat heeft dus invloed op de solvabiliteit, maar het is lastig te zeggen in welke richting. De waarde van de beleggingen en die van de toekomstige verplichtingen dalen namelijk nooit in hetzelfde tempo. Als de waarde van de beleggingen het hardst daalt, is dat slecht voor de solvabiliteit, maar als de waarde van de toekomstige verplichtingen juist het hardst daalt, is dat goed voor de solvabiliteit.”

9. Geldt dat mechanisme voor alle verzekeraars? Of pakt dat voor de Nederlandse sector anders uit?

“Dat laatste. Verzekeraars in Nederland stoppen hun geld over het algemeen weinig in aandelenbeleggingen en veel in obligaties. Je moet dan denken aan staatsobligaties en bedrijfsleningen. Dalende aandelenkoersen raken Nederlandse verzekeraars dus niet zozeer, maar dat geldt uiteraard wel voor dalende obligatiekoersen. Om het nog wat ingewikkelder te maken, is het per definitie niet zo dat dalende obligatiekoersen slecht zijn voor de solvabiliteit. Verzekeraars kunnen die obligatiebeleggingen namelijk gewoon aanhouden tot het einde van de looptijd. Ze krijgen in dat geval de hoofdsom weer terug.”

10. Vooralsnog geen reden tot zorg dus?

“Nee zeker niet. Bovendien moeten verzekeraars periodiek de nodige rapportages inleveren bij De Nederlandsche Bank (DNB). Als er al problemen ontstaan, zal DNB in een vroeg stadium meteen ingrijpen.”

Meer lezen over solvabiliteit en regelgeving? Kijk op onze speciale themapagina!


Was dit nuttig?