1. Het WODC-rapport Moderne praktijkstructuren voor advocaten heeft de tongen behoorlijk losgemaakt. Terecht? En zijn jullie er blij mee?
“Wij zijn er zeker blij mee”, reageert Hoitinga. “Al vanaf de start van ons schaderegelingskantoor BrandMR zo’n zeven jaar geleden zijn wij bezig met de toegang tot het recht, dat met name voor midden- en lagere inkomens moet worden verbeterd. Het WODC-rapport bevestigt nu dat het aanbod niet goed is geregeld. Het is daarom niet alleen voor ons, maar voor de hele markt een goed rapport. Wij roepen al jaren dat er ook andere vormen moeten worden toegestaan, zodat er op andere manieren diensten kunnen worden aangeboden. Je hoeft alleen maar aan AI te denken om te begrijpen dat er meer innovatie nodig is om de toegang tot het recht te verbeteren.”
"Een van onze belangrijkste bezwaren is dat de advocatuur wordt bestuurd door individueel tuchtrecht”, benadrukt Leermakers op zijn beurt. “Zo hanteert de Nederlandse Orde van Advocaten (NOvA) een regel dat de meerderheid van het bestuur van een advocatenkantoor advocaat moet zijn. Om aan die regel te voldoen, ben ik op mijn 57e advocaat geworden. Ik vind dat eigenlijk heel gek, omdat goed bestuur volgens mij over heel andere dingen gaat. Een bestuurder bij een verzekeraar wordt toch ook niet door het Verbond, maar door DNB getoetst.”
2. Gelijke monniken, gelijke kappen? Pleiten jullie met andere woorden voor onafhankelijk tuchtrecht voor de advocatuur?
Hoitinga: “De essentie is dat de Orde nu individuele advocaten toetst, terwijl wij en het WODC vinden dat er breder moet worden getoetst. Het gaat immers om de totale organisatie, zoals dat nu in de verzekeringsbranche, maar bijvoorbeeld ook in de accountancy onafhankelijk wordt getoetst. Simpel vertaald ligt de uitwerking van de regels voor advocaten nu nog bij de NOvA. Dat betekent dat de beroepsgroep zelf het tempo van verandering kan bepalen, maar ik denk dat de politieke druk hoog wordt als dat veranderen niet snel genoeg gaat.”
Peter Hoitinga: "Ik denk dat de politieke druk hoog wordt als veranderen niet snel genoeg gaat"
3. Wat moet er vooral veranderen?
“Wij merken in de praktijk dat de schaal steeds belangrijker wordt”, aldus Leermakers. We hebben meer middelen nodig, met name om innovatie aan te jagen. Die innovatie is bitterhard nodig. Niet alleen met het oog op ontwikkelingen als AI, maar ook met het oog op vergrijzing. Ik ben zelf 62, dus ik mag het zeggen, maar advocatenkantoren worden vaak gerund door 60-plussers. Er stond vandaag weer een groot artikel in het FD over de zogenoemde verschotting en de sociale advocatuur in Rotterdam. Er is echt wel wat aan de hand. De vraag is groot, maar het aanbod is slecht geregeld. Veel sociale advocaten gaan met pensioen en de nieuwe aanwas is heel beperkt. We moeten echt stoppen met dat denken in schotten. Dat geldt ook voor verzekeraars. Wij kunnen best een rol pakken in de sociale advocatuur, maar we mogen er nu niet in.”
4. Wat betekent het voor verzekeraars als de aanbevelingen uit het WODC-rapport daadwerkelijk worden uitgevoerd?
Leermakers: “Dat biedt kansen. Verzekeraars hebben te maken met een aantal bedreigingen. De eerste is die andere grote discussie die nu speelt, en dat is de vrije advocatenkeuze. Als dat doorgaat, wordt een verzekering duurder en haken verzekerden af. Dan brokkelt de toegang tot het recht nog verder af. Wij denken daarom dat verzekeraars een grotere rol kunnen pakken bij de toegang tot het recht dan dat ze nu doen. Ze beperken zich noodgedwongen tot de mensen die al een verzekering hebben, maar ook daar is een vergrijzing gaande waardoor de doelgroep kleiner wordt. Het WODC-onderzoek biedt meer kansen om de toegang tot het recht voor veel Nederlanders te vergroten.”
Peter Leermakers: "Het WODC-onderzoek biedt meer kansen om de toegang tot het recht voor veel Nederlanders te vergroten"
5. Het is wellicht nog even koffiedik kijken of en wanneer de aanbevelingen worden opgevolgd, maar wat betekent het rapport voor de consument die zijn recht zoekt?
Hoitinga: “Dat is een goede vraag. Op de korte termijn nog weinig, ben ik bang. We moeten afwachten in hoeverre de komende jaren nieuwe initiatieven en experimenten de markt bereiken en in welke mate innovatieve concepten worden toegestaan. Maar zeker is wel dat de consument zijn heil op andere plekken dan de traditionele advocatuur gaat zoeken. Mensen zijn klaar met dat uurtje-factuurtje. Er zijn zelfs al rechterlijke uitspraken dat het uurtje-factuurtje niet meer mag. Morgen verandert er misschien nog niet veel, maar wij zijn optimistisch gestemd dat het een kwestie van tijd is voordat er veranderingen worden doorgevoerd. En terecht, want er moet echt iets gebeuren!”
Drie fases voor hervorming
Het huidige WODC-rapport (Moderne praktijkstructuren voor advocaten – in het belang van een goede rechtsbedeling) borduurt voort op een rapport uit 2023 over alternatieve bedrijfsstructuren in de advocatuur. In dat eerdere rapport is vooral naar regelgeving in andere landen gekeken, terwijl nu de modernisering centraal staat.
Volgens de onderzoekers bestaat er namelijk een duidelijke maatschappelijke behoefte aan vernieuwing die kan helpen om de juridische dienstverlening goedkoper en toegankelijker te maken. In het onderzoek wordt een concreet actieplan voorgesteld in drie fases:
1. In de eerste fase, die uiterlijk in 2028 moet zijn afgerond, ligt de nadruk op het verruimen van bestaande mogelijkheden. Denk aan het verder ontwikkelen van in-huis advocatuur bij schaderegelingskantoren, waardoor ook rechtshulp aan niet-verzekerden kan worden verleend.
2. In de tweede fase (met een horizon tot 2030) wordt gekeken naar verdergaande vernieuwingen zoals multidisciplinaire samenwerkingen en de inzet van extern kapitaal.
3. De derde fase (tot 2032) richt zich tot slot op een fundamentele herziening van de regulering. Een van de aanbevelingen in deze fase is om de regulering van praktijkstructuren niet uitsluitend bij de advocatuur zelf te leggen.
Nieuwsgierig naar het volledige rapport? Lees het hier!