Tijdens een deelsessie op de klimaatmiddag 2026 nemen Erik Platvoet en Ron Galesloot van Brandweer Amsterdam-Amstelland en deelnemers van de landelijke Kerngroep Brandveilig Biobased de zaal van dertig deelnemers mee in de kansen en risico’s van deze ontwikkeling.
“Biobased bouwen gaat gewoon gebeuren en wij denken mee hoe dat brandveilig kan” zegt Platvoet. “Het is een noodzakelijke ontwikkeling als je kijkt naar de CO₂ en stikstof uitstoot, die moet naar beneden.” Juist daarom is het voor de brandweer belangrijk om nu goed na te denken over de gevolgen voor brandveiligheid, incidentbestrijding en schade.
Wat is Biobased bouwen?
Biobased bouwen maakt gebruik van natuurlijke, hernieuwbare materialen zoals hout, vlas en hennep. Deze grondstoffen groeien na oogst binnen honderd jaar volledig terug, waardoor ze als hernieuwbaar worden beschouwd. De materialen worden ecologisch verantwoord geteeld, geoogst en verwerkt, met aandacht voor het behoud van gezonde ecosystemen. Biobased bouwmaterialen kunnen ook afkomstig zijn van dierlijke bronnen, schimmels of bacteriën. In tegenstelling tot traditionele bouwmaterialen bevatten ze geen grondstoffen uit geologische bronnen zoals zand of klei. Een belangrijk voordeel is dat de materialen aan het einde van hun levensduur opnieuw gebruikt kunnen worden of veilig terugkeren in de natuur, bijvoorbeeld als compost. Zo dragen biobased materialen bij aan circulair bouwen en een duurzamere bouwsector, terwijl gebouwen vaak ook nog eens een lange levensduur hebben.
Licht en massief: twee verschillende werelden
In de discussie over brandveiligheid maken de sprekers een belangrijk onderscheid tussen lichte en massieve bouwsystemen.
Met lichte systemen wordt bijvoorbeeld houtskeletbouw bedoeld. Daarbij bestaat de constructie uit houten stijlen met daartussen isolatie en beplating, zoals gipsplaten. Dit type bouw wordt al lang toegepast, vooral in landen als de Verenigde Staten. In Nederland komt het vaak voor in bijvoorbeeld tijdelijke bouw of optoppen.
Bij massieve houtbouw wordt juist gebruikt gemaakt van massieve elementen, zoals kruislings gelijmd hout. Deze constructies vormen zelf de dragende muren van een gebouw en maken ook hogere gebouwen mogelijk. Het verschil tussen lichte en massieve houtbouw is belangrijk voor het verschil in risico’s.
“Maar waarom worden er in biobased gebouwen toch vaak gipsplaten gebruikt?” vraagt iemand uit de zaal.
Galesloot legt dat uit aan de hand van een voorbeeld: “Dat lijkt op het eerste gezicht tegenstrijdig. Je bouwt immers met biobased materialen, maar voegt tegelijkertijd weer andere materialen toe. Bekleding, zoals gipsplaten aan de binnenzijde van wanden, heeft echter meerdere functies. In de praktijk wordt bekleding vaak toegepast om geluid tussen woningen te beperken. Tegelijk heeft diezelfde laag ook een belangrijk effect op de brandveiligheid. Doordat het materiaal wordt afgeschermd, blijft de constructie buiten schot.”
“Op het moment dat je onbeschermd hout hebt, brand niet alleen de inventaris maar ook de constructie zelf,” legt Platvoet uit. “Dan wordt de brand simpelweg groter, want in plaats van brand in een gebouw, is er dan sprake van een gebouw in de brand.”
De IKEA-kast
Tijdens de sessie gaat Galesloot in op tijdelijke bouw en wat dit betekent in de praktijk. Daarbij kan een gebouw voldoen aan het niveau van bestaande bouw, terwijl het toch voor langere tijd op één plek blijft staan. De term tijdelijk zegt bovendien niet zozeer iets over het gebouw zelf, maar over de locatie. Soms gaat het om bouwwerken die eerder ergens anders hebben gestaan en later elders zijn geplaatst.
Om dat principe uit te leggen gebruikt Galesloot een vergelijking. “Wie van jullie heeft wel eens een IKEA kast uit elkaar gehaald en daarna weer in elkaar gezet? En bij wie zag hij er daarna nog precies hetzelfde uit?” Wanneer elementen uit elkaar worden gehaald en opnieuw worden opgebouwd, kan dat invloed hebben op de functionaliteit van de constructie.
Gluren bij de buren
Een van de deelnemers vraagt hoe het zit in andere landen. In Scandinavië en Noord-Amerika wordt al langer met hout gebouwd. Is de balans tussen duurzaamheid en veiligheid daar al gevonden?
“We kijken zeker naar andere landen,” zegt Platvoet. “Maar onze regelgeving, brandweerinzet en manier van bouwen zijn niet één op één vergelijkbaar.” Wat in het ene land werkt, past dus niet automatisch in de Nederlandse context.
Het gaat volgens hem vooral om het vinden van de juiste balans. “Voor mensen geldt dat iedereen gelijk is, maar niet hetzelfde. Als mensen minder mobiel zijn, dan heeft dat invloed op vluchtveiligheid. Dat geldt ook voor bouwmaterialen. Niet elk materiaal past optimaal bij elk type gebouw, op elke plek en op elke hoogte.”
In de zaal ontspringt zich een discussie over de risico’s. Hoe ontwikkelen risico’s zich wanneer biobased bouwen verder opschaalt? Wat betekent dat voor schadebeelden en verzekerbaarheid?
De boodschap van Erik Platvoet en Ron Galesloot is duidelijk. Biobased bouwen zal doorgaan. De uitdaging is om duurzaamheid, brandveiligheid en schadebeheersing daarbij in balans te houden.
Meer lezen over Biobased bouwen? Durf te groeien - Building Balance