Skip to Content

De meeste winst is te behalen voor de WIA

De discussie over arbeidsongeschiktheid begint vaak bij de WIA, maar de grootste winst is eerder te behalen. Door gezondheidsproblemen tijdig te signaleren, werknemers goed te begeleiden en uitval zoveel mogelijk te voorkomen, kunnen meer mensen duurzaam aan het werk blijven. Die lijn bracht het Verbond van Verzekeraars eerder ook naar voren in een position paper over de toekomst van de WIA. Daarin stelde het Verbond dat vooral de periode vóór instroom in de WIA meer aandacht verdient. Dat vraagt om meer aandacht voor duurzame inzetbaarheid, goede begeleiding bij verzuim en effectieve re-integratie. Ook een betere verbinding tussen zorg, werk en preventie kan daarbij helpen. De onderzoekers wijzen er in het ESB-artikel bovendien op dat werk voor veel mensen meer is dan een inkomen alleen. Het biedt structuur, sociale contacten en draagt vaak bij aan herstel en welzijn. 

Psychisch verzuim vraagt om gerichte aanpak

Een belangrijke oorzaak van de stijgende uitval is psychisch verzuim. Klachten als stress, overspanning en burn-out leiden steeds vaker tot langdurige afwezigheid van werk. Het Verbond ziet hier een belangrijke opgave voor werkgevers, arbodiensten, overheid en verzekeraars. 
Daarom werkt de sector samen met andere partijen aan meer kennis over effectieve preventie, betere ondersteuning van werkgevers en een sterkere focus op wat aantoonbaar werkt bij het voorkomen van uitval. 

Gezondheid is ook arbeidsmarktbeleid

De boodschap van het ESB-artikel reikt verder dan gezondheidszorg alleen. Een gezondere bevolking betekent niet alleen minder ziekte, maar ook meer mensen die kunnen deelnemen aan het arbeidsproces. Daarmee raakt gezondheid direct aan vraagstukken als arbeidsmarktkrapte, productiviteit en de houdbaarheid van de sociale zekerheid. 
Voor het Verbond is dat reden om preventie nadrukkelijker op de agenda te zetten. Want hoe belangrijk een goed vangnet ook is, de grootste maatschappelijke winst ontstaat wanneer minder mensen daar een beroep op hoeven te doen.