Funderingsschade raakt een groeiende groep woningbezitters. Volgens het kabinet kunnen de komende jaren tot 425.000 gebouwen met funderingsproblemen te maken krijgen. Binnen 25 jaar kan dit aantal oplopen tot 780.000 gebouwen. De gevolgen zijn groot. Bewoners kunnen te maken krijgen met hoge herstelkosten, onzekerheid over hun woning en een daling van de woningwaarde.
Meer ruimte voor financiering
Eigenaren die een te laag inkomen hebben om funderingsherstel via hun eigen kredietverstrekker te financieren, kunnen terecht bij het Fonds Duurzaam Funderingsherstel. Het fonds krijgt dit jaar € 20 miljoen extra. Daarmee moet financiering ook bereikbaar worden voor mensen die onvoldoende mogelijkheden hebben om herstel zelf te bekostigen.
Uit onderzoek onder bijna 3.800 inwoners blijkt dat mensen vooral behoefte hebben aan duidelijke informatie, ondersteuning bij herstelkeuzes en betaalbare financieringsmogelijkheden.
Risico's eerder zichtbaar
Een belangrijk onderdeel van de aanpak is dat funderingsinformatie eerder beschikbaar komt voor woningkopers en eigenaren. Sinds 1 april 2026 krijgt de fundering meer aandacht in taxatierapporten. Bij een verhoogd risico kan aanvullend onderzoek nodig zijn. Het doel is dat mogelijke problemen nog eerder in beeld komen, zodat eigenaren beter weten waar zij aan toe zijn en kopers met het uitbrengen van het bod rekening kunnen houden met funderingsrisico’s als die concreet spelen. Transparantie moet daarbij samengaan met duidelijke uitleg en handelingsperspectief.
Samen aan de slag
Op 1 september starten acht innovatieprojecten voor funderingsonderzoek en herstel. Overheid en deelnemende partijen investeren samen € 4,5 miljoen in nieuwe oplossingen die onderzoek en herstel sneller en betaalbaarder moeten maken.
Binnen de Nationale Aanpak Funderingen werken overheden, financiële partijen, kennisinstellingen, maatschappelijke organisaties en marktpartijen samen. Het Verbond steunt deze aanpak. Funderingsschade raakt niet alleen woningen, maar ook de financiële zekerheid van huishoudens en de leefbaarheid van buurten.