Kernreactoren varen al decennialang over de wereldzeeën. Ze worden vooral gebruikt voor militaire schepen en ijsbrekers. De stap naar grootschalige commerciële toepassing bleef tot nu toe echter uit. Volgens Jan Emblemsvåg, professor aan de Norwegian University of Science and Technology (NTNU), verdient de technologie een nieuwe blik.
Een belangrijke reden daarvoor is de enorme hoeveelheid energie die de internationale scheepvaart nodig heeft. Alternatieve brandstoffen kunnen de CO₂-uitstoot terugdringen, maar de productie ervan vraagt zeer grote hoeveelheden elektriciteit uit bijvoorbeeld wind en zon.
Kernenergie levert hoge energiedichtheid
Daar ligt volgens Emblemsvåg een belangrijk voordeel van kernenergie. De energiedichtheid is zeer hoog, waardoor een schip relatief weinig brandstof hoeft mee te nemen. Tegelijkertijd veroorzaakt nucleaire voortstuwing tijdens het varen vrijwel geen CO₂-uitstoot.
Technische mogelijkheden alleen zijn volgens de hoogleraar echter niet voldoende. Een oplossing moet ook economisch aantrekkelijk zijn. Onderzoekers van zijn universiteit kijken daarom niet alleen naar de veiligheid van verschillende reactorconcepten, maar ook naar kosten en commerciële toepasbaarheid.
Ook de druk waaronder een reactor werkt, speelt een belangrijke rol. Een reactor die onder relatief lage druk functioneert, kan het risico op een explosie beperken. Passieve veiligheid – waarbij een reactor bij problemen veilig kan worden gehouden zonder dat actieve systemen hoeven in te grijpen – is eveneens een belangrijk criterium.
"Nucleaire voortstuwing veroorzaakt tijdens het varen vrijwel geen CO₂-uitstoot."
Jan Emblemsvåg
Seeing is believing
De plannen gaan inmiddels verder dan theoretisch onderzoek. In het programma SFI SAINT wordt onder meer gekeken naar een tanker voor vloeibaar aardgas, een offshore-schip en een drijvend platform. Naast de reactor zelf worden de integratie in het schip, regelgeving, menselijke factoren, veiligheid en businessmodellen onderzocht.
Uiteindelijk moeten er twee tot vier demonstratieprojecten komen. De gedachte daarachter is eenvoudig: seeing is believing. Een daadwerkelijk varend schip maakt het mogelijk om de technologie te bekijken, ermee te werken en veiligheidsdata te verzamelen. Dat kan volgens de onderzoekers ook helpen om het vertrouwen bij overheden, havens en verzekeraars te vergroten.
Nuclear Drive
Het Verbond en de Vereende gaan deelnemen aan het project Nuclear Drive. Binnen dit project wordt onderzocht hoe nucleaire voortstuwing van commerciële schepen in Nederland daadwerkelijk mogelijk kan worden. Het gaat dus niet alleen om de techniek van kleine/modulaire reactoren, maar juist ook om de randvoorwaarden: wet- en regelgeving, toezicht, bemanning en opleiding, aansprakelijkheid, maatschappelijk draagvlak én verzekerbaarheid.
Verzekering als struikelblok
Juist verzekeraars kunnen een cruciale rol spelen bij de vraag of nucleaire scheepvaart daadwerkelijk van de grond komt. Expert op het gebied van kernenergie en verzekeren, Mark Tetley, wees er tijdens de conferentie op dat de huidige juridische en verzekeringstechnische kaders vooral zijn ingericht op kerncentrales op land. Daar bevindt het risico zich op een vaste plek. Bij een nucleair aangedreven schip verplaatst de reactor zich en kan deze verschillende landen en havens aandoen.
Nucleaire risico's worden bovendien door veel commerciële verzekeringen uitgesloten. De aansprakelijkheid voor nucleaire schade is traditioneel sterk geconcentreerd bij de exploitant van een nucleaire installatie. Dat bood volgens Tetley duidelijkheid over waar het risico en de aansprakelijkheid lagen. Bij mobiele kernreactoren past die bestaande systematiek niet zonder meer.
Mark Tetley
‘Insurance will follow’
Toch ziet hij mogelijkheden voor verzekeraars. Nieuwe reactortechnologieën kunnen een ander risicoprofiel hebben dan traditionele kerncentrales. Dat vraagt er volgens hem om opnieuw te kijken naar risico's die verzekeraars tot nu toe veelal uitsluiten. Zijn verwachting is uiteindelijk optimistisch: ‘insurance will follow’.
Ook internationaal begint de regelgeving in beweging te komen. De International Maritime Organization (IMO), de VN-organisatie voor de internationale scheepvaart, heeft afgesproken de bestaande internationale veiligheidsregels voor nucleaire koopvaardijschepen (Nuclear Code) te herzien. Ook buigt de juridische commissie van de IMO zich over de civielrechtelijke aansprakelijkheid rond nucleaire brandstoffen.
De vraag is daarmee niet alleen of een reactor veilig genoeg kan worden gemaakt voor een koopvaardijschip. Minstens zo belangrijk is wie aansprakelijk is wanneer er iets misgaat en welke risico's de commerciële verzekeringsmarkt uiteindelijk kan en wil dragen.
Sean Dalton nieuwe president IUMI
De Amerikaan Sean M. Dalton is tijdens de IUMI-conferentie in Rotterdam gekozen tot nieuwe president. Hij volgt de Fransman Frédéric Denèfle op en krijgt een termijn van vier jaar.
De nieuwe IUMI-president is Executive Vice President en Head of Marine Underwriting North America bij Munich Re US en was al vice-president van IUMI. Daarnaast is Dalton voorzitter van het American Institute of Marine Underwriters (AIMU). Hij wordt de 27e president van IUMI, dat in 1874 werd opgericht.
Tijdens zijn termijn wil Dalton onder meer aandacht vragen voor de maritieme verzekeringssector als aantrekkelijke werkgever. Ook diversiteit en inclusie, onderwijs, AI en duurzaamheid staan hoog op zijn agenda.
Zijn voorganger Denèfle was sinds 2022 president. De Fransman kijkt terug op een periode waarin de sector te maken kreeg met sancties, handelstarieven en conflicten, maar waarin tegelijkertijd nieuwe mogelijkheden ontstonden door onder meer AI en digitalisering.
Tekst: Christel Dieleman, foto's: IUMI.