De watersnood van juli 2021 liet diepe sporen na in Valkenburg aan de Geul en de rest van Zuid-Limburg. Niet alleen door de enorme materiële schade, maar ook door de langdurige onzekerheid waarmee veel inwoners en ondernemers daarna werden geconfronteerd. De periode na de ramp werd door velen ervaren als een "ramp na de ramp": een ingewikkelde en langdurige zoektocht langs verschillende loketten, regelingen en procedures, niet altijd met succes.
"Complexe en langdurige strijd"
Burgemeester Daan Prevoo ziet dat de gevolgen van de schadeafhandeling nog steeds voelbaar zijn: "In 2021 hebben we een ongekende ramp meegemaakt. Daarna volgde voor velen een tweede beproeving: een complexe en langdurige strijd om schade vergoed te krijgen. Dat heeft veel vertrouwen gekost. Juist daarom moeten we de lessen van de afgelopen vijf jaar serieus nemen. Bij een volgende ramp moeten mensen kunnen rekenen op een overheid die doet wat zij belooft: snel, duidelijk en menselijk.”
Daan Prevoo: "We moeten de lessen van de afgelopen vijf jaar serieus nemen"
"Betrouwbaarheid als uitgangspunt"
Ook Reinier van Zutphen, de Nationale ombudsman concludeerde eerder dat de overheid de verwachtingen die direct na de ramp werden gewekt onvoldoende heeft waargemaakt. Volgens hem moet betrouwbaarheid het uitgangspunt zijn. "Na de watersnood is ruimhartige ondersteuning toegezegd. Veel getroffen inwoners hebben vervolgens ervaren dat er een groot verschil zat tussen woorden en daden. Juist in een crisissituatie hebben mensen behoefte aan snelheid, duidelijkheid, nabijheid en een overheid die doet wat zij zegt. Betrouwbaar overheidshandelen begint met het waarmaken van gewekte verwachtingen."
Reinier van Zutphen: "In een crisissituatie hebben mensen behoefte aan snelheid, duidelijkheid en nabijheid"
"Verzekeren alleen is niet genoeg"
Volgens het Verbond van Verzekeraars zijn sinds 2021 door de verzekeraars belangrijke stappen gezet. Zo wordt schade door lokale overstromingen inmiddels vaker verzekerd en is de eerste hulpverlening na calamiteiten beter georganiseerd. Tegelijkertijd blijft er werk aan de winkel. Geeke Feiter, directeur Schade van het Verbond van Verzekeraars: "De ramp in Limburg heeft laten zien dat verzekeren belangrijk is, maar dat verzekeren alleen niet genoeg is. Extreem weer zal vaker voorkomen. Daarom moeten we schade vóór zijn: door slimmer en klimaatbestendiger te bouwen, mensen beter te waarschuwen (met behulp van het Early Warning Centre van het KNMI) en vooraf duidelijk te regelen wie helpt als het misgaat. Op het moment dat water door de straat stroomt, wil je geen discussie over loketten of verantwoordelijkheden. Dan wil je duidelijkheid, snelheid en handelingsperspectief. Anders krijg je wederom een ramp na de ramp zoals vijf jaar geleden in Valkenburg.”
Geeke Feiter: "Als het water door de straat stroomt, wil je geen discussie over loketten of verantwoordelijkheden"
Investeren in schadeafhandeling
De drie partijen spreken uit dat de samenwerking tussen gemeenten, verzekeraars en hulporganisaties de afgelopen jaren is verbeterd. Tegelijkertijd constateren zij dat de afhandeling van schade bij grote overstromingen vanuit grote rivieren, grote binnenwateren en de zee nog altijd onvoldoende vooraf is geregeld. Zij roepen de Rijksoverheid daarom op om samen met gemeenten, verzekeraars en andere betrokken partijen te komen tot een toekomstbestendig systeem waarin verantwoordelijkheden vooraf helder zijn vastgelegd.
De gezamenlijke boodschap is duidelijk: Nederland moet niet alleen investeren in klimaatadaptatie en preventie, maar ook in een schadeafhandeling die inwoners zekerheid biedt op het moment dat zij die het hardst nodig hebben. "Een ramp is niet altijd te voorkomen, daar zijn we het over eens," besluiten Prevoo, Van Zutphen en Feiter. "Een ramp ná de ramp wél."