Waarom dit nu speelt
De uitvoering bij UWV loopt vast. Dat raakt mensen die wachten op duidelijkheid over hun WIA-aanvraag of herbeoordeling. Zij blijven daardoor langer in onzekerheid over hun inkomen en hun kansen om weer te werken. Ook voor werkgevers en verzekeraars heeft dat gevolgen. De rekening komt dan niet altijd terecht op de plek waar die hoort.
De WIA is bedoeld voor mensen die door ziekte niet of minder kunnen werken. De wet biedt inkomen als werken niet lukt. Tegelijk stimuleert de WIA mensen om terug te keren naar werk als dat nog kan. Volgens het Verbond zit het grootste probleem niet in de wet zelf, maar in de uitvoering. Een nieuw stelsel lost de wachttijden niet op; daarvoor moet het beoordelingsproces op de schop.
Meer doen vóór de WIA-poort
De meeste winst is te behalen voordat iemand in de WIA komt. Hoe langer iemand niet meedoet op de arbeidsmarkt, hoe moeilijker het is om te re-integreren. In de eerste twee ziektejaren kunnen werkgever, werknemer, bedrijfsarts en andere betrokkenen vaak nog veel doen. Vooral het tweede ziektejaar verdient meer aandacht. Dat jaar is nu soms vooral wachten op de WIA-beoordeling. Het kan juist een jaar zijn waarin mensen gericht worden geholpen naar passend werk. Als terugkeer naar de eigen functie niet lukt, kan werk bij een andere werkgever nieuw perspectief bieden.
Effectiever beoordelen: gebruik wat al bekend is
Ook bij de beoordeling zelf kan tijd worden gewonnen. In de eerste twee ziektejaren is vaak al veel medische informatie verzameld. Denk aan informatie van de bedrijfsarts en waar relevant de behandelend arts. Als die informatie goed en overzichtelijk wordt aangeleverd, kan de verzekeringsarts daar beter op voortbouwen. Aanvullend onderzoek blijft nodig als informatie ontbreekt of als werknemer, werkgever of bedrijfsarts twijfel heeft over de belastbaarheid.
Waar het dossier duidelijk is, kan de verzekeringsarts sneller en gerichter beoordelen. Zo wordt schaarse medische capaciteit vooral ingezet waar die echt nodig is.
Herbeoordelingen horen erbij
Een WIA-beoordeling is geen eindpunt. Iemands gezondheid kan verbeteren of verslechteren. Ook de mogelijkheden om te werken kunnen veranderen. Daarom zijn herbeoordelingen nodig. Ze zorgen ervoor dat een uitkering blijft passen bij de situatie van dat moment. Bij ongeveer driekwart van de herbeoordelingen die verzekeraars aanvragen, verandert het arbeidsongeschiktheidspercentage. Dat laat zien dat herbeoordelingen geen bijzaak zijn. Juist daarom is het zorgelijk dat ze de laatste jaren steeds minder vaak worden uitgevoerd. Het kabinet wil -zeer terecht- voorwaarden stellen aan het mogen aanvragen van herbeoordelingen. Hierbij kan worden voortgebouwd op afspraken die UWV en verzekeraars hierover al hebben gemaakt.
De WIA verdient betere uitvoering
Door de problemen bij UWV klinkt vaker de roep om een grote wijziging van het stelsel. Volgens het Verbond is dat geen verstandige route. In elk stelsel voor arbeidsongeschiktheid moeten mensen worden beoordeeld. Ook blijft het belangrijk om onderscheid te maken tussen mensen bij wie herstel nog mogelijk is en mensen bij wie dat niet meer reëel is. De kern van het probleem is nu vooral dat UWV te weinig ruimte heeft om beoordelingen tijdig te doen. De inzet van het Verbond is daarom praktisch: voorkom onnodige instroom, gebruik bestaande medische informatie beter, pak herbeoordelingen weer structureel op en werk achterstanden gericht weg. Dat vraagt om duidelijke keuzes en regie, zodat verbeteringen niet blijven hangen in goede bedoelingen. Zo kan de WIA blijven doen waarvoor zij bedoeld is: zekerheid bieden aan mensen die dat nodig hebben, en werk mogelijk maken waar dat kan.