Als je de berichtgeving over de Rode Zee en de Straat van Hormuz volgt, krijg je al snel het beeld van een verzekeringssector die zich terugtrekt als het spannend wordt. Premies schieten omhoog, dekking verdwijnt en de conclusie is makkelijk: verzekeraars laten de wereldhandel vallen zodra de risico’s oplopen.
Die reflex is begrijpelijk, maar doet weinig recht aan hoe verzekeren écht werkt. Verzekeren is alleen mogelijk zolang risico’s nog berekenbaar zijn. En juist dat staat onder druk als geopolitieke spanningen escaleren.
In de Golfregio gaat het inmiddels niet meer om een theoretische dreiging, maar om raketaanvallen, beschadigde tankers en geopolitieke escalatie. Verzekeraars herprijzen dan die veranderde risico’s door oorlogsdekkingen opnieuw te beoordelen en te voorzien van nieuwe, vaak stijgende premies. Dat is niet omdat de markt faalt, maar omdat de markt reageert op de dagelijkse realiteit.
En, eerlijk is eerlijk: dat voelt ongemakkelijk. Zeker in de richting van reders en ondernemers die afhankelijk zijn van internationale handelsroutes. Het is echter geen hardvochtigheid van de verzekeringsmarkt, maar is de kern van verzekeren. En wat veel mensen niet weten, is dat de Nederlandse wet het verzekeren van oorlogsrisico’s in veel gevallen verbiedt.
Cumulatierisico
Bij dat verbod gelden enkele uitzonderingen, waaronder transportverzekeringen. Maar, een transportverzekeraar die het risico van oorlogsdreiging negeert, handelt niet moedig. Eerder onverantwoordelijk. Juist daarom kijken Nederlandse toezichthouders scherp naar de zogenoemde cumulatierisico’s. Dat zijn situaties waarin één (geopolitieke) escalatie in één klap enorm veel geconcentreerde schade kan veroorzaken. Een verzekeraar moet dan razendsnel handelen en daarom is er een Notice of Cancellation opgenomen in de polissen: een opzegtermijn van (meestal) zeven dagen voor alleen het oorlogsrisico. Dat betekent niet dat de polis vervalt, maar wel dat de voorwaarden en premie voor de oorlogsdekking in dat risicogebied veranderen.
Voor reders en ondernemers kunnen de premies van oorlogsdekkingen snel oplopen als spanningen toenemen. Ook kunnen schepen in risicogebieden tijdelijk niet uitvaren of stil komen te liggen, zoals in de Straat van Hormuz, met extra kosten als gevolg. De Koninklijke Vereniging van Nederlandse Reders (KVNR) heeft hiervoor aandacht gevraagd in Den Haag. Inmiddels onderzoekt de politiek of en hoe de overheid kan helpen deze risico’s op te vangen.
Die nationale oproep is begrijpelijk, maar besef wel dat de transportverzekeringsmarkt sterk internationaal georganiseerd is, vooral via Londen en Scandinavië. Bovendien varen veel schepen met een Nederlands belang niet altijd onder een Nederlandse vlag en zijn ook lang niet altijd bij Nederlandse verzekeraars verzekerd.
Een nationale oplossing moeten we met andere woorden aan laten sluiten op de internationale praktijk. Daarvoor is het Noorse model interessant. Kort samengevat hebben rederijen in Noorwegen al in 1935 gezamenlijk een onderlinge verzekering opgezet voor oorlogsrisico’s in de zeevaart. Daarmee kunnen zij de situatie voorkomen, waarin wij nu zijn beland. De Noren hoeven niet te improviseren, terwijl de golven al over het dek slaan, omdat zij collectief zijn voorbereid op risico’s waarvan je weet dat ze ooit plaats zullen vinden.
En dat is de echte kern van verzekeren: risico’s beprijzen en solidariteit organiseren vóórdat het misgaat. Vanuit diezelfde gedachte zet de verzekeringssector haar kennis en ervaring met risico’s graag in om met de overheid en de politiek mee te denken over mogelijke oplossingen voor oorlogsrisico’s.
Marko van Leeuwen is beleidsadviseur Schade. Laura Sonneveld is trainee beleidsadviseur Schade bij het Verbond van Verzekeraars