Nu de temperatuur weer is gedaald naar werkbare waarden, zetten pensioenadviseurs en uitvoerders de eindsprint in. Doel is om alle regelingen uiterlijk in 2027 aangepast te hebben aan het nieuwe pensioenstelsel. Dat betekent dat ze de komende maanden de handen meer dan vol hebben aan het begeleiden van werkgevers/deelnemers naar tijdige en passende keuzes. Denk aan zaken als overgangsregimes, vlakke premies, nabestaandenpensioen en life cycles.
Die inspanning is de moeite overigens meer dan waard, want met de overgang naar een stelsel op basis van premieregelingen wordt ons pensioen begrijpelijker en persoonlijker. Beide begrippen zijn essentieel voor het versterken van het vertrouwen, maar natuurlijk nog geen garantie. De uitkomst kan immers nog steeds tegenvallen, en teleurstellingen zijn nooit goed voor het vertrouwen. Daarom blijft er ook na de transitie nog volop werk aan de winkel om te borgen dat de deelnemer realistische verwachtingen heeft en dat we die dan ook waarmaken. Na de eindsprint begint dus eigenlijk de volgende etappe.
Wat is een goede premie?
Voor het resultaat maakt het niet zoveel uit of je kiest voor een solidaire of een flexibele premieregeling. Bepalend is vooral hoeveel premie wordt ingelegd. Uitvoerders bepalen niet wat een goede premie is. Werkgever en werknemers moeten in het arbeidsvoorwaardenoverleg de juiste balans vinden tussen de financiƫle ruimte van een organisatie, en de pensioenambitie. Op zich hoeft een lage premie geen probleem te zijn. Die premie maakt namelijk deel uit van een breder arbeidsvoorwaardenpakket en kan het resultaat zijn van een bewuste afweging.
Aanvullende stappen
En zolang de deelnemers zich realiseren dat er aanvullende stappen nodig zijn om voldoende inkomen te hebben na pensionering hoeft ook een premie van tien procent geen probleem te zijn. Maar helaas is dat niet altijd het geval, waardoor het risico op teleurstellende uitkomsten alsnog op de loer ligt.
Daar ligt een taak voor uitvoerders. Hoe lager de premie, hoe belangrijker het wordt dat deelnemers begrijpen wat ze mogen verwachten en wat ze moeten doen. En voor alle duidelijkheid: de uitvoerder bepaalt niet de (hoogte van de) premie, maar kan wel duidelijk maken welke verwachtingen bij een bepaald premieniveau gerechtvaardigd zijn.
Harold Herbert: "Hoe lager de premie, hoe belangrijker het is dat deelnemers begrijpen wat ze mogen verwachten. En wat ze kunnen doen"

Actief betrokken deelnemers
Doordat het stelsel veel persoonlijker wordt, ontstaan er ook meer mogelijkheden voor individuele keuzes. Daar ligt een kans om de deelnemer actiever te betrekken bij het pensioen en daarmee het vertrouwen beter te borgen. Positieve en negatieve beleggingsrendementen werken vrijwel direct door in het pensioenkapitaal. Daarom is het extra belangrijk dat de balans tussen rendement en risico aansluit bij persoonlijke voorkeuren, zodat mensen niet meer risico lopen dan ze zelf willen. En misschien nemen deelnemers, in de ogen van professionals, dan wel te weinig risico en missen ze daardoor rendement. Maar we weten al veel langer dat mensen hechten aan zekerheid en daarvoor willen betalen.
Passende keuzes
Tegelijkertijd weten we ook dat de meeste mensen niet vanzelf actief gaan kiezen als ze de mogelijkheid krijgen. Vaak laten zij de standaardkeuze staan. Daar hoeft niets mis mee te zijn. Een goede standaardkeuze kan zelfs voor veel deelnemers passend zijn. Want meer keuzevrijheid leidt niet automatisch tot betere pensioenuitkomsten.
De relevante vraag is volgens mij dan ook niet hoeveel keuzes een regeling aanbiedt, maar of een deelnemer op het juiste moment tot een passende keuze kan komen. Dat vraagt niet alleen om begrijpelijke informatie, maar vooral ook om handelingsperspectief. Je moet immers wel eerst weten waarom een keuze voor jou relevant kan zijn en welke gevolgen die keuze heeft. Ook op het gebied van activerende communicatie en keuzebegeleiding ligt een belangrijke vervolgopdracht voor uitvoerders. Het doel is daarbij niet dat iedere deelnemer op alle punten actief keuzes moet maken. Wij willen graag dat de mensen voor wie een keuze relevant is, deze bewust kunnen maken.
"Wij willen graag dat de mensen voor wie een keuze relevant is, een bewuste keuze maken"
Volgende fase
Tot nu toe was de pensioentransitie vooral een juridische, administratieve en operationele opgave. Uitvoerders/werkgevers moesten regelingen aanpassen, nieuwe systemen inrichten en deelnemers informeren.
Als dat traject is afgerond, verschuift het vraagstuk. Premieregelingen bieden volop mogelijkheden om te borgen dat de verwachtingen van de deelnemers worden waargemaakt, zodat vermijdbare teleurstellingen ook uitblijven. Dan gaat het niet langer alleen om de vraag of een regeling volgens de nieuwe regels is ingericht, maar vooral om wat die regeling voor de deelnemer betekent. Is de verhouding tussen premie en ambitie voldoende doordacht? Hebben deelnemers een realistisch beeld van wat zij kunnen verwachten? En zijn ze bereid en in staat om op relevante momenten passende keuzes te maken?