Skip to Content

De wereldwijde obligatiemarkt is onrustig aan het vierde kwartaal begonnen. De rente op tienjarige staatsobligaties, een belangrijke graadmeter op de financiële markten, is in onder meer de Verenigde Staten, Frankrijk, Duitsland en Nederland flink opgelopen.

Dat heeft gevolgen voor financiële markten en daarmee voor verzekeraars. Wanneer de rente stijgt, daalt doorgaans de waarde van bestaande obligaties. Een obligatie is een lening aan een overheid of bedrijf, waarover de belegger rente ontvangt. Voor verzekeraars zijn obligaties belangrijk omdat ze relatief stabiele en voorspelbare inkomsten bieden en goed aansluiten bij toekomstige verplichtingen, zoals het uitbetalen van verzekeringsclaims. Door een stijgende rente wordt het voor overheden, bedrijven, zoals verzekeraars en huishoudens dus duurder om geld te lenen. Een hogere marktrente kan bijvoorbeeld ook doorwerken in de hypotheekrente.

Voor de stijging is niet één duidelijke oorzaak aan te wijzen. Financiële markten houden onder meer rekening met de ontwikkeling van de inflatie, geopolitieke onzekerheid en de grote behoefte aan kapitaal voor investeringen in bijvoorbeeld infrastructuur, energie en AI. Ook de oplopende overheidsschulden in verschillende landen spelen daarbij een rol.

Verzekeraars beleggen voor de lange termijn

Verzekeraars merken de gevolgen van de hogere rente. Obligaties vormen een belangrijk onderdeel van hun beleggingsportefeuilles en dalen doorgaans in waarde wanneer de marktrente stijgt. Tegelijkertijd is het belangrijk om niet alleen naar de beleggingen te kijken. Tegenover die beleggingen staan namelijk toekomstige verplichtingen aan verzekerden. Bij een hogere rente is er in de berekening vandaag minder geld nodig om later hetzelfde bedrag te kunnen uitkeren.

Verzekeraars stemmen hun beleggingen en toekomstige verplichtingen daarom zoveel mogelijk op elkaar af. Daardoor is het effect van een rentestijging op hun totale financiële positie vaak kleiner dan alleen de daling van obligatiekoersen doet vermoeden.
Daarnaast zijn de beleggingsportefeuilles van verzekeraars breed gespreid. Zij beleggen onder meer in staats- en bedrijfsobligaties, aandelen, hypotheken, vastgoed en infrastructuur. Die spreiding helpt om risico’s op te vangen.

DNB: verzekeraars kunnen renteschok goed opvangen

De Nederlandsche Bank (DNB) onderzocht vorig jaar specifiek wat een plotselinge rentestijging betekent voor de liquiditeitspositie van Nederlandse verzekeraars. In een stressscenario waarin de rente in korte tijd met één procentpunt stijgt, kunnen verzekeraars volgens DNB zonder veel moeite aan de extra behoefte aan liquiditeit voldoen.

Ook de kans dat Nederlandse verzekeraars door zo’n renteschok op grote schaal beleggingen moeten verkopen en daarmee de onrust op financiële markten verder versterken, acht DNB klein. Wel benadrukt de toezichthouder dat het belangrijk is dat de geldmarkten ook in tijden van stress goed blijven functioneren.

"In een stressscenario waarin de rente in korte tijd met één procentpunt stijgt, kunnen verzekeraars volgens DNB zonder veel moeite aan de extra behoefte aan liquiditeit voldoen."

Dat betekent niet dat sterke bewegingen op de obligatiemarkt geen aandacht vragen. Verzekeraars houden de ontwikkelingen nauwlettend in de gaten. Tegelijkertijd laten de huidige bewegingen zien waarom spreiding, voldoende buffers en een goede aansluiting tussen beleggingen en toekomstige verplichtingen belangrijke onderdelen zijn van het risicobeheer van verzekeraars.

David Baas, beleidsadviseur duurzaam beleggen bij het Verbond van Verzekeraars