Skip to Content

Schmitz legt uit dat de focus van deze maatregel vooral ligt op de uitvoeringsproblemen bij het UWV, terwijl het onderliggende probleem breder is dan dat. “Ziekteverzuim en arbeidsongeschiktheid lopen sterk op, met hogere premies en toenemende arbeidsmarktkrapte tot gevolg. Met name in die context hebben we een stelsel nodig dat maximaal bijdraagt aan arbeidsparticipatie en herstel, maar óók aan het voorkomen van uitval. Dat vraagt niet om minder activering, maar om een gerichtere inzet daarvan, in combinatie met sterkere prikkels voor preventie en vroegtijdige re-integratie.”

Hoe dat zit met de IVA?

De afkorting IVA staat voor de Inkomensvoorziening Volledig Arbeidsongeschikten, een uitkering voor mensen die door een ziekte of handicap niet of nauwelijks kunnen werken en waarschijnlijk geen kans op herstel hebben. De IVA maakt deel uit van de WIA-wetgeving en wordt uitgevoerd door het UWV. De uitkering bedraagt 75 procent van het laatstverdiende loon.

De functie van de IVA: focus en zekerheid

Schmitz benadrukt dat een goed functionerend arbeidsongeschiktheidsstelsel onderscheid moet maken tussen mensen mét herstelperspectief en mensen bij wie dat perspectief ontbreekt. “De IVA vervult daarin een essentiële rol door de groep werknemers zonder reëel re-integratieperspectief af te bakenen.”
Hij noemt dat onderscheid ‘niet alleen logisch, maar ook uitlegbaar’. “Het zorgt er namelijk voor dat re-integratie-inspanningen zijn gericht op de groep waar ze ook effect kunnen hebben, terwijl mensen zonder herstelperspectief inkomenszekerheid wordt geboden. Bij het afschaffen van de IVA vervaagt dit onderscheid. Werkgevers worden in dat geval geprikkeld om re-integratie-inspanningen te richten op een bredere groep. Ook bij mensen die voorheen in de IVA zouden instromen en een uiterst geringe kans hebben op terugkeer naar werk. Het interdepartementaal beleidsonderzoek Geschikt voor de arbeidsmarkt onderstreept dit: de jaarlijkse kans op uitstroom door overlijden is in de IVA ongeveer twintig keer groter dan de kans op uitstroom door herstel.”


Daan Schmitz: "Het onderscheid tussen mensen mét en zonder herstelperspectief is niet alleen logisch, maar ook goed uitlegbaar"

 

Premiedifferentiatie

Ander aspect waarop Schmitz wijst, is dat premiedifferentiatie bij het afschaffen van de IVA zijn legitimatie verliest. “Die differentiatie is bedoeld om werkgevers te prikkelen tot preventie en re-integratie als deze daadwerkelijk verschil kunnen maken. Maar bij een groep zonder re-integratiekansen werkt die prikkel niet en wordt het draagvlak voor het instrument als geheel aangetast.”
Sterker nog, er kan zelfs een nieuwe hardheid in het stelsel ontstaan. Mensen zonder reëel herstelperspectief blijven langdurig in onzekerheid over hun inkomenspositie. Bovendien wordt het voor deze groep lastiger om een hypotheek af te sluiten.
Schmitz: “Het naast elkaar laten bestaan van meerdere uitkeringsregimes kan voor het UWV complexer zijn in de uitvoering, maar die complexiteit moet vooral vanuit het perspectief van werknemers worden beoordeeld. En vanuit die optiek is er weinig eenvoudiger dan de IVA. Een overgang naar de WGA leidt alleen maar tot meer complexiteit en onzekerheid.”

UWV-achterstanden

Schmitz laat zich niet uit over de hoogte en de duur van de uitkeringen. “Die keuze is aan kabinet en sociale partners. Maar, als zij kiezen voor harmonisering van de uitkeringshoogten binnen de WIA, dan kan een budgettaire besparing worden gerealiseerd zonder dat de IVA wordt afgeschaft. Ook het afschaffen van het duurzaamheidscriterium is onnodig en in onze ogen niet wenselijk.”
De beleidsadviseur van het Verbond van Verzekeraars vraagt zich overigens af of het afschaffen van de IVA de uitvoeringsproblemen bij het UWV daadwerkelijk verlicht. Uit de fichebundel over de OCTAS-maatregelen blijkt immers dat het vervallen van de duurzaamheidstoets naar schatting 15–25 minuten tijdwinst per beoordeling oplevert, terwijl een volledige WIA-beoordeling gemiddeld circa vijf uur kost. Schmitz: “De structurele uitvoeringswinst lijkt daarmee beperkt. Het is  zelfs aannemelijk dat het schrappen van de duurzaamheidstoets kan leiden tot meer herbeoordelingen, omdat zonder vaststelling van duurzaamheid de noodzaak tot periodieke herbeoordeling toeneemt. Daar staat tegenover dat het onderscheid tussen WGA en IVA kan leiden tot extra herbeoordelingsaanvragen. Per saldo zal het totale aantal (her)beoordelingen mogelijk niet wezenlijk verschillen. De uitvoeringsdruk neemt in dat geval niet af en kan zelfs toenemen.”

Slimmer organiseren

De oplossing ligt volgens Schmitz dan ook niet in een stelselwijziging, maar in het slimmer organiseren van de uitvoering. “Er zijn diverse maatregelen die relatief snel kunnen worden gerealiseerd en die effectief bijdragen aan het verlagen van de werkdruk bij het UWV.”
Hij noemt het beter gebruikmaken van medische dossiers uit de eerste twee ziektejaren. “Daarnaast kunnen bedrijfsartsen en verzekeringsartsen nauwer gaan samenwerken. En als we komen tot een gerichte taakherschikking en een vereenvoudiging van het maatmanloon en het WIA-dagloon, dan kunnen de uitvoeringslasten zelfs substantieel worden verlaagd.”
En er is meer. Zo kan ook het aantal herbeoordelingen fors worden beperkt door strengere eisen te stellen aan herbeoordelingsaanvragen. Bijvoorbeeld door deze alleen toe te staan bij een aantoonbaar gewijzigde (medische) situatie. “Ook financiële prikkels, zoals het vragen van een bijdrage bij het indienen van een herbeoordelingsverzoek of het opleggen van een boete als een herbeoordeling niet leidt tot aanpassing van het arbeidsongeschiktheidspercentage, kunnen een overweging waard zijn. Het convenant herbeoordelingen kan wellicht als inspiratie dienen”, aldus Schmitz. 

"De oplossing zit niet in een stelselwijziging, maar in het slimmer organiseren van de uitvoering"


Private prikkels en publieke verantwoordelijkheid

De IVA maakt deel uit van de WIA-wetgeving en Schmitz legt tot slot uit dat er in die WIA bewust is gekozen voor een heldere rolverdeling: private prikkels waar activering mogelijk is en publieke verantwoordelijkheid waar dat perspectief ontbreekt. “Het afschaffen van de IVA doorbreekt die scheidslijn, maakt risico’s minder voorspelbaar en zet de private verzekerbaarheid van arbeidsongeschiktheid onder druk. Daarmee wordt het voor verzekeraars steeds lastiger om binnen het hybride stelsel aantoonbare meerwaarde te bieden.”
Schmitz noemt het risico reëel dat verzekeraars zich in zo’n scenario terugtrekken uit de WGA-ERD-markt. “Dat betekent dat werkgevers in de praktijk alleen nog kunnen kiezen tussen volledig eigenrisicodragerschap of een terugkeer naar het UWV. De druk op de uitvoering bij het UWV wordt daarmee alleen maar nog groter. Wij snappen als geen ander dat een effectief, betaalbaar en rechtvaardig arbeidsongeschiktheidsstelsel vraagt om scherpe keuzes. Het expliciete onderscheid dat de IVA aanbrengt tussen mensen met en zonder re-integratieperspectief is eerder een noodzakelijke voorwaarde dan een probleem. Maar als dat onderscheid wordt losgelaten om uitvoeringsproblemen op te lossen, dan ontstaat het risico dat het stelsel minder activerend en minder voorspelbaar wordt. En dat kan niet de bedoeling zijn, toch?”