Marijn van Doorn werkt als Specialist Duurzaamheid bij Glastuinbouw Nederland, de ondernemersorganisatie voor telers van groenten, bloemen, planten en zacht fruit. Naast belangenbehartiging, onderwijs en het stimuleren van innovatie houdt de organisatie zich ook nadrukkelijk bezig met duurzaamheid en energie. Zo begeleidt Glastuinbouw Nederland, met ruim vijftig medewerkers, de meer dan 2.300 professionele glastuinbouwbedrijven bij de verduurzaming, zoals het verminderen van de CO2-uitstoot. Tijdens het webinar Duurzame glastuinbouw en de rol van de verzekeringssector benadrukt Van Doorn dat de organisatie zich met diverse thema’s bezighoudt, waaronder energie en een groene teelt.
Webinar over de glastuinbouw
De Nederlandse glastuinbouw verandert razendsnel. Onder meer door verduurzaming, klimaatrisico’s en nieuwe wetgevingseisen. Verzekeraars spelen in al die veranderingen een belangrijke rol, maar hoe blijven zij zelf overeind? En hoe kunnen ze de ondernemer steunen bij het beheersen van de risico’s?
Tijdens een webinar ging het Verbond van Verzekeraars nadrukkelijker in op de vraag wat de energietransitie betekent voor de glastuinbouw en de verzekeringssector. In een serie van drie artikelen zoomen we in op de presentaties van de wetenschap, de praktijk en de verzekeraar. In het eerste deel vertelde wetenschapper Jouke Campen zijn verhaal. Marijn van Doorn (Glastuinbouw Nederland) gaat in dit tweede deel dieper in op de praktijk en vertelt het verhaal van de ondernemer.
Plantgezondheid
De eerste afbeelding die Van Doorn laat zien, straalt een en al ambitie uit. In 2030 moet het productieproces van een teler in ons land vrijwel autonoom verlopen, en werkt de kas als een biologisch ecosysteem. In 2040 moeten groenten, fruit, bloemen en planten uit een klimaatneutrale kas komen en in 2050 is de glastuinbouw volledig circulair. “Plantgezondheid is naast energiegebruik een van onze belangrijkste thema’s”, vertelt Van Doorn. “We zitten midden in een transitie. De maatschappij vraagt in toenemende mate naar minder gebruik van synthetische gewasbeschermingsmiddelen. Wij kijken hoe we dat het beste kunnen doen, via onderzoek en pilots. Ondernemers zijn er zelf ook nadrukkelijk mee aan de slag, maar dat is niet altijd even makkelijk. Bovendien lopen ze risico’s bij de omschakeling naar een nagenoeg chemievrije teelt.”
Marijn van Doorn: "Ondernemers zijn zelf ook nadrukkelijk aan de slag met plantgezondheid, maar dat is niet altijd even makkelijk"
Familie Moors
Ze laat een filmpje zien van Hannie Moors, die samen met haar man in het zuiden van het land paprika’s teelt. Doodeng vond Hannie het om haar verhaal te vertellen, maar ze vond ook dat het verhaal moest worden verteld. Want het leven van een tuinder gaat niet over rozen. “Wij telen nu voor 85 procent biologisch. Superknap! En toch, als ik deze kas binnenloop, voel ik die trots helemaal niet. We hebben een gigantische luizenplaag, waardoor de oogst voor een groot deel is mislukt. Vrachtwagens vol met paprika’s hebben we al moeten weggooien. Als je maandenlang je best doet om die teelt op een biologische en verantwoorde manier onder controle te krijgen en je ziet het voor je ogen verpieteren, dan springen de tranen in je ogen. Er worden steeds minder gewasbeschermingsmiddelen toegelaten, ook biologische. De keerzijde zie je hier en ook dat hoort bij de discussie over duurzaamheid.”
Innoveren
Innoveren kan dus soms knap lastig zijn, concludeert Van Doorn. “Heel vaak gaat het goed en toch kan het af en toe ook goed fout gaan. Kwekerij Moors zet altijd net die stap extra om te onderzoeken hoe ze de teelt, zonder het gebruik van synthetische gewasbeschermingsmiddelen, goed kunnen houden, maar dat is en blijft een uitdaging. En dat is, eerlijk gezegd, niet altijd makkelijk voor een ondernemer.”
Het verhaal van de familie Moors laat volgens haar zien hoe complex verduurzaming in de praktijk kan zijn.
Water(coach)
Het tweede (actuele) thema dat Van Doorn aansnijdt in haar presentatie, betreft de waterkwaliteit en beschikbaarheid. “Zonder water kunnen ondernemers niet telen. De Nederlandse glastuinbouw hoort wereldwijd tot de koplopers in efficiënt en schoon watergebruik, dat op veel bedrijven wordt opgevangen, gereinigd en opnieuw gebruikt.
Tegelijkertijd zorgt klimaatverandering ervoor dat ondernemers investeren in een robuuste watervoorziening, bijvoorbeeld door een grotere opslagcapaciteit, zowel boven- als ondergronds.”
Aan de andere kant moet het water dat weer van het bedrijf afgaat, ook van een zuivere kwaliteit zijn. “Onze ondernemers hebben te maken met de eisen van de Kaderrichtlijn Water. Daarom kunnen ze gebruik maken van een watercoach, die niet alleen hun bedrijf komt checken, maar ze ook met raad en daad kan bijstaan.”
"Klimaatverandering zorgt ervoor dat ondernemers investeren in een robuuste watervoorziening"
Biodiversiteit
Derde thema dat volgens Van Doorn nog niet vaak genoeg wordt besproken, maar wel enorm belangrijk is, is de biodiversiteit rondom de kas. “Wij doen al een paar jaar onderzoek naar biodiversiteitsstroken en voorzichtig durf ik wel te stellen dat dat goed gaat. Het is nog een redelijk nieuw thema, maar we weten inmiddels wel aan welke knoppen we kunnen draaien.”
Zo testen ondernemers, samen met onderzoekers, welke maatregelen rond de kas daadwerkelijk bijdragen aan meer biodiversiteit. “Die praktijkkennis levert steeds beter inzicht op in wat werkt. Voorbeelden zijn onder meer het beter evalueren van het maai- en slootkantenbeheer.” Ook noemt ze “de aanleg van natuurvriendelijke oevers” of “het inzaaien/aanplanten van inheemse kruiden, hagen en bomen” als mogelijkheden.
Circulariteit
Het vierde en laatste thema dat Van Doorn aanstipt, is circulariteit. Welke grondstoffenstromen lopen er door de kas? En welke grondstofstromen vanuit de kas kunnen naar andere sectoren? “Met water zijn we al langer circulair bezig, bijvoorbeeld door het hergebruik van het eigen water. Maar denk ook eens aan circulaire meststoffen. Er wordt nog veel kunstmest gebruikt in de kassen waarvoor veel energie nodig is, terwijl er duurzamere initiatieven op de markt komen."
Biomassa
Daarnaast liggen er volgens haar nog kansen voor de glastuinbouw als het gaat om het “verwaarden van de biomassa”. Dat verwaarden houdt in dat biologische reststromen niet meer als afval worden gezien, maar worden omgezet in grondstoffen of energie.
“Er is nog zoveel mogelijk”, benadrukt ze aan het slot van haar betoog. “Wij zijn nu een programma aan het ontwikkelen, waarin ondernemers werken aan het circulair gebruik van water, meststoffen, substraten, biomassa en andere grondstoffen. Daarmee zetten zij stappen naar een toekomst waarin de glastuinbouw minder afhankelijk is van schaarse grondstoffen en internationale ketens.”
In deel 3 van onze serie over duurzame glastuinbouw komt Bart Stengs (Achmea) aan het woord.