Noodzakelijk voor levens- en schadeverzekeraars
Het kabinet wil banken toegang geven tot de BRP om klantgegevens sneller en betrouwbaarder te kunnen controleren. Dat is nodig omdat banken op grond van Europese regels tegen witwassen en terrorismefinanciering (AMLR) verplicht zijn klanten te identificeren en te verifiëren. Levensverzekeraars en hypotheekaanbieders voeren dezelfde Europese regels uit als de banken. Net als banken hebben levensverzekeraars lange klantrelaties en bieden zij noodzakelijke producten voor het dagelijks leven, zoals overlijdensrisico-, pensioenverzekeringen en lijfrentes. Daarom is toegang tot de BRP ook voor hen essentieel. Zij moeten bij het afsluiten van verzekeringen en het uitkeren van claims ook weten met wie zij zakendoen.
Privacy gewaarborgd
Zonder toegang tot een authentieke bron zoals de BRP zijn levensverzekeraars afhankelijk van documenten van klanten zelf, wat foutgevoelig is en extra administratieve lasten veroorzaakt voor de klant en de verzekeraar. Bovendien vergroot dat de kans op fouten en fraude, zoals identiteitsfraude of uitkeringen aan de verkeerde persoon. Volgens het Verbond kan BRP-toegang onder strikte voorwaarden plaatsvinden, waarbij het gebruik beperkt blijft tot identificatie en verificatie en de privacy van klanten goed wordt beschermd.
Meer dan 1 miljoen klanten identificeren en verifiëren
Daarnaast moeten verzekeraars onder de nieuwe Europese anti-witwasregels jaarlijks meer dan 1 miljoen klanten identificeren en verifiëren. Daaronder vallen ook mensen die minder digitaal vaardig zijn of geen mobiele telefoon hebben. Omdat levensverzekeraars maar weinig fysieke locaties hebben, is het in de praktijk een grote uitdaging om deze groep goed te controleren zonder toegang tot een bron als de BRP.
Consultatie loopt nog
De internetconsultatie over het voorstel loopt tot en met 23 maart. Daarna besluit het kabinet of en hoe het plan wordt aangepast. De Tweede Kamer kan zich nog uitspreken over het ontwerpbesluit, na verwerking van het advies van de Raad van State. De beoogde invoering ligt in 2027. Het Verbond blijft komende maanden de ontwikkelingen volgen en onderneemt waar nodig verdere actie.