Rondetafelgesprek Tweede Kamer over overstroming

Op deze pagina staat ook informatie speciaal voor leden. Log in voor toegang of vraag een account aan.

De extreme regenval heeft afgelopen zomer niet alleen tot overstromingen, maar ook tot veel vragen geleid. Reden voor de Tweede Kamer om vandaag een rondetafelgesprek te organiseren, waarbij Verbondsdirecteur Geeke Feiter namens verzekeraars het woord voerde. Zij benadrukte dat niet alleen de schade, maar ook de impact voor gedupeerden groot is.

Feiter was, samen met hoogleraar Verzekeringsrecht Michael Faure, in het derde blok aan de beurt, waarin de systematiek van schadeafhandeling centraal stond. Zij begon haar relaas met een toelichting op de laatste cijfers, die het Verbond vanmorgen naar buiten heeft gebracht.
“Van de 25.000 claims die zijn ingediend, waarvan 15.600 in Limburg, is inmiddels zeventig procent van de particuliere en vijftig procent van de zakelijke schades afgehandeld. De schade is groot, maar dat geldt misschien wel nog meer voor de impact ervan. We hebben het niet (alleen) over stenen, maar over iemands huis en thuis. En in het geval van ondernemers hebben we vaak te maken met iemands levenswerk. Dat gaat veel verder dan fysieke stenen, maar helaas vergen die grotere (en daardoor ook complexe) schades meer tijd. Bovendien kunnen verzekeraars het boek pas sluiten als de schade volledig is hersteld.”

"Iedereen snapt dat je op een natte muur niet kunt behangen"

Evaluatie

Volgens Feiter, die niet teveel op de tijd vooruit wilde lopen, is een evaluatie aan het einde van dit jaar wel op zijn plaats. “Wij willen, samen met betrokken partijen als de Stichting Salvage, terugblikken. Op de gebeurtenissen, maar ook op de rol en inzet van onze sector.”
De Verbondsdirecteur heeft zelf de nodige gesprekken met gedupeerde burgers en ondernemers gehad. Daaruit maakt ze op dat een aantal ondernemers niet goed was verzekerd en “natuurlijk levert dat schrijnende situaties op”. Ook heeft ze met mensen gesproken die dachten verzekerd te zijn, maar dat uiteindelijk niet waren. “Ik heb in ieder geval voor mezelf opgeslagen dat duidelijkheid en handelingsperspectief cruciaal zijn in tijden van crises. Iedereen snapt dat je op een natte muur niet kunt behangen, maar het uitkeren van een voorschot helpt al enorm. Als iemand een voorschot ontvangt, spreekt daar immers vertrouwen uit dat het wel goed komt.”

Beurspolissen

Op vragen van enkele Kamerleden over het verschil tussen een ‘normale’ en een ‘beurspolis’, antwoordde Feiter dat het grootste verschil zit in de verantwoordelijkheid. “Bij een normale, ook wel provinciale polis genoemd, ligt de directe verantwoordelijkheid bij de betrokken verzekeraar. Zowel voor het product als voor de communicatie en de dienstverlening. Bij een beurspolis daarentegen is vaak sprake van een groot object dat één verzekeraar niet kan dekken. Een makelaar zoekt dan naar meerdere verzekeraars om de dekking rond te krijgen. Dat kan alleen in Nederland zijn, maar het kan ook in het buitenland zijn, bijvoorbeeld bij Lloyds of Londen. Op deze zogenoemde beurspolissen is de Dutch flood standaard uitgesloten. Je kunt het wel meeverzekeren, maar dan moet je daar als klant wel expliciet om vragen.”

"Duidelijkheid en handelingsperspectief zijn cruciaal. Het uitkeren van een voorschot helpt al enorm"

Horeca

En juist daar wringt de schoen, meent Feiter. “Ik heb ondernemers gesproken en gezien die dachten dekking te hebben, maar niet of niet goed verzekerd bleken te zijn. Zo heb ik in Valkenburg horecaondernemers gezien waarvan ik me hardop afvroeg waarom ze op de beurs waren verzekerd. Ik heb daarover ook met tussenpersonen gesproken en kreeg als antwoord dat provinciale verzekeraars soms aanvullende (preventieve) eisen stelden en de klant dat liever niet wilde. Dat is zuur, maar de vraag rijst daarmee ook of een ondernemer die het risico ziet, bereid is om ervoor te betalen.”
Aan het slot van haar betoog benadrukte Feiter nog dat het Verbond van Verzekeraars samen met de VNAB (Vereniging Nederlandse Assurantie Beurs) enkele studies naar de verzekerbaarheid van secundaire waterkeringen laat doen. “Samen investeren houdt misschien ook wel in dat we samen een aanloop kunnen nemen naar meer verzekerbaarheid van wateroverlast.”

Wet tegemoetkoming schade bij rampen (Wts)
De Wts, die in eerdere blokken al veelvuldig aan de orde kwam, bleef ook in de bijdragen van Feiter en Faure niet onbenoemd. Zo noemde Feiter twee oplossingsrichtingen voor de toekomst van groot belang. “Dit is niet de laatste keer geweest, helaas. En als het misgaat, willen we er graag zijn, maar dat kunnen we niet alleen. Daar hebben we de overheid bij nodig. Wat mij betreft verdient de wateroverlast een plek in het regeerakkoord.”

Faure waarschuwde op zijn beurt voor een Charity Hazard. “Dat betekent dat omwonenden zelf niks doen, omdat ze erop rekenen dat de overheid toch wel bijspringt.”
Hij wees er, aan de hand van Amerikaans onderzoek, verder op dat mensen van nature geneigd zijn kleine risico’s op een grote schade enorm te onderschatten, waardoor vrijwillige verzekeringen niet werken. “Een verzekering tegen overstroming heeft alleen bij tussenkomst van de overheid kans van slagen. Zo geldt in Frankrijk een verplichte dekking op een vrijwillige verzekering (opstal), juist om te voorkomen dat er antiselectie optreedt en verzekeraars alleen de slechte risico’s in huis krijgen. Dat werkt een stuk beter dan de huidige Wts. Dat zie ik meer als Sinterklaas spelen.”

 


Was dit artikel nuttig?