Spaargeld of beleggingen, een partnerpensioen of een overlijdensrisicoverzekering (ORV) kunnen ervoor zorgen dat men de woonlasten kan blijven dragen als een levenspartner wegvalt:
- Van alle Nederlandse gezinnen in de leeftijdsgroep tot 40 jaar loopt ruim de helft veel risico als ze geen ORV hebben afgesloten. Dat betekent dat nabestaanden zonder externe hulp of extra inkomsten vrijwel zeker niet in de huidige woning kunnen blijven wonen.
- Slechts 1 op de 3 gezinnen met een particuliere huurwoning heeft een ORV. Van de mensen zonder verzekering heeft meer dan 80 procent geen andere financiële buffers. Dit is risicovol omdat de maandelijkse huur met gemiddeld 1.830 euro hoog is ten opzichte van het gezinsinkomen. Van de huurders met een sociale huurwoning is slechts 44 procent afdoende verzekerd; van de onverzekerden is zo’n driekwart kwetsbaar of zelfs zeer kwetsbaar omdat ze geen andere voorzieningen hebben.
- Bij mensen met een koopwoning is het beeld minder ongunstig, maar ook in deze groep is sprake van “kwetsbaarheid” bij het wegvallen van een partner. Van de ondervraagde woningeigenaren geeft 36 procent aan geen ORV te hebben – van deze groep loopt bijna 30 procent een hoog risico, omdat bij het wegvallen van een partner ook andere financiële buffers ontoereikend zijn.
Wat als één inkomen wegvalt?
Het Verbond van Verzekeraars waarschuwt dat er te weinig aandacht is voor de financiële weerbaarheid, vooral bij huurders. ‘’Het is goed als bij het sluiten van een huurcontract ook de vraag gesteld wordt: wat als één inkomen wegvalt. Is de huur dan nog wel te betalen?’’, aldus Verbondsdirecteur Harold Herbert.
Herbert maakt zich zorgen dat ook veel woningeigenaren kwetsbaar zijn en dat dit risico bij het sluiten van een hypotheek niet altijd afdoende aan de orde wordt gesteld. “Je wilt toch echt voorkomen dat je bij het wegvallen van je partner, je woonlasten niet meer kan betalen.”
Klik op de afbeelding om in te zoomen.
"Nog niet over nagedacht"
Het overlijdensrisico bij jongeren is gelukkig laag, maar de financiële impact van het wegvallen van een partner is juist groot. Op vragen waarom geen voorziening voor overlijden is getroffen, wordt door respondenten vaak geantwoord met “nog niet over nagedacht’’ of ‘’ik dacht dat het bij huur niet nodig was’’. Over de prijs van een ORV bestaat veel onbekendheid. Herbert: “Veel mensen weten niet dat ze zich voor een tientje per maand al voor een aanzienlijk bedrag kunnen verzekeren.” Het Verbond van Verzekeraars is in overleg met onder meer de Consumentenbond over hoe het bewustzijn van dit risico kan worden vergroot.
Onderzoeksrapport
Het Data Analytics Centre van het Verbond van Verzekeraars analyseerde de reacties op een vragenlijst van 2.000 mensen met een partner en/of kinderen tussen de 18 en 67 jaar om zo een beeld te krijgen van hun financiële kwetsbaarheid. Het is voor het eerst dat zo’n ‘staalkaart’ is opgesteld. Meer informatie is te vinden in het onderzoeksrapport.
