Hij zegt het tamelijk plompverloren, midden in zijn betoog. Vorig jaar publiceerde ESB een artikel over het geld dat de Nederlandse economie in 2024 heeft verdiend. Meer dan twee derde van de winst ging ten koste van mens en milieu. “Dat kan toch niet onze bedoeling zijn? Wij denken vaak dat we in de westerse wereld vooroplopen, maar het tegendeel is waar. Wereldwijd lopen we achteraan."
Kees Klomp staat bekend als duurzaamheidsexpert. Hij is een groot aanjager van de betekeniseconomie en stond vorige week voor een volle zaal bij a.s.r. in Utrecht. In de zaal zitten naast verzekeraars ook sociale partners. Doel van de dag is om kennis en inspiratie op te doen voor duurzaam werkgeverschap dat het paritaire gremium Regieteam Sociale Agenda ‘geen luxe, maar noodzaak’ noemt. Of, zoals Klomp het verwoordt: “het wordt hoog tijd dat we een andere invulling geven aan geld verdienen”.
In het dagelijks leven is Klomp programmamanager AGENCY! aan de Hogeschool Windesheim. Daarvoor werkte hij aan de Hogeschool in Rotterdam aan de motivatie van studenten voor duurzaamheid. “Studenten alleen leren of vertellen wat duurzaamheid is, is niet genoeg", benadrukt Klomp. “Ze vinden duurzaamheid meestal een sta-in-de-weg, maar zijn tegelijkertijd heel creatief. En ze zien kansen.”
Volgens Klomp is een van de belangrijkste kenmerken van de betekeniseconomie dat er op een andere manier naar kansen wordt gekeken. “Een bedrijf is niet langer op aarde om zoveel mogelijk winst te maken, maar om zoveel mogelijk impact te hebben. We zijn met andere woorden niet langer gericht op het gat in de markt, maar op het gat in de maatschappij.”
Van agrarische naar betekeniseconomie Het is een tijdlang een buzzwoord geweest. Ineens willen zowel bedrijven als werknemers purpose hebben. Klomp legt tijdens de kennis- en inspiratiesessie over duurzaam werkgeverschap uit dat de Amerikaanse onderzoeker en auteur Aaron Hurst als een van de eersten merkte dat potentiële werknemers anders naar bedrijven zijn gaan kijken. “Een meer ethische blik op werk deed zijn intrede op de werkvloer.”
Kort samengevat zitten wij nu, volgens Klomp voor de vierde keer in een economische revolutie. “Onze vroege voorouders hebben als jagers rondgetrokken en verzamelden dagelijks hun levensonderhoud bij elkaar. Er was met andere woorden nog geen economisch systeem. Pas met de eerste, vaste nederzettingen ontstond er (ruil)handel en spreken wij over de agrarische economie, waarin met name grondstoffen werden geruild.”
Met de opkomst van de stoommachines ontstond vervolgens de industriële economie. De aandacht verschoof van het bewerken van het land naar de fabriek, waarin met name eindproducten werden gemaakt. En sinds halverwege de vorige eeuw leefden we in een kenniseconomie. Klomp: “In die economie staan de diensten centraal. Met name data vormen de belangrijkste waarde. Daarom wordt die kenniseconomie ook wel een informatie-economie genoemd.”
En nu zijn we, volgens onderzoeker Hurst, in een periode beland waarin we vooral behoefte hebben aan betekenis. Deugden vormen de basis van deze betekeniseconomie, die het gevolg is van onze sociale betrokkenheid, solidariteit en maatschappelijk engagement.
Klomp maakt van zijn hart geen moordkuil en strooit met oneliners. “Alle Hogescholen in Nederland zijn met verandervaardigheid aan de slag, maar niemand weet nog precies hoe dat moet. Studenten moeten leren om een vak uit te oefenen in een sterk veranderende wereld. En hoewel wij vaak denken dat we vooroplopen, lopen we wereldwijd achteraan. Zeker als je kijkt naar het percentage jonge mensen die echt geëngageerd zijn en daar in hun werk iets mee willen doen.”
Op zich is dat ook niet zo onlogisch, meent Klomp. “Studenten in een land als Bangladesh hebben met een andere realiteit te maken. Daar moeten miljoenen mensen verhuizen, omdat de zeespiegel al zoveel is gestegen en dat doet iets met de manier waarop jijzelf functioneert. Purpose heeft in Bangladesh een andere betekenis.”
Aan alles is te merken dat Klomp voor de klas staat en studenten moet overtuigen van nut en noodzaak van de betekeniseconomie. Hij schudt het ene na het andere inspirerende voorbeeld uit zijn mouw. “Er komen steeds meer bedrijven die zich druk maken om een maatschappelijk probleem. Een van de mooiste voorbeelden vind ik de Plastic Bank, die is bedacht door een Canadees. Hij zag dat de armste streken in de wereld de meeste last hebben van plastic afval. Dat bracht hem op het idee om die mensen de kans te geven dat plastic op te ruimen en ze daarvoor te betalen. Hij is begonnen in Haïti, later ook op de Filipijnen, en dat is een enorm succes. Op de website van Plastic Bank vind je prachtige verhalen van families die zeven of acht generaties lang in de sloppenwijken hebben gewoond en nu voor het eerst hun kinderen naar school kunnen laten gaan. Dat geld maakt daar een enorm verschil.”
Volgens Klomp is er langzaam maar zeker een kentering gaande. “Tot ongeveer een jaar geleden ging het bij de meeste bedrijfsvoeringen maar om één ding: geld. Die ‘oude’ manier van waarde berekenen zit bij verzekeraars onder meer in termen als winst, omzet, assets en beurswaarde. Tegenwoordig kijken we ook naar andere waarden. Je werk moet immers ook zin hebben en plezier geven. Steeds meer bedrijven meten het werkgeluk van hun medewerkers. Mooi, maar in alle eerlijkheid vraag ik me wel eens af of ze dat doen, omdat ze oprecht bezig zijn met het werkgeluk van hun medewerkers of omdat tevreden medewerkers minder vaak ziek zijn? In het laatste geval is het een truc om meer winst te maken.”
De boodschap van Klomp is helder. Er is werk aan de winkel. “Het bedrijfsleven is niet langer een plek om alleen maar geld te verdienen. Ook de gemeenschap moet worden verbeterd. “Dat vergt andere kwaliteiten”, merkt hij op. “En eerlijk is eerlijk, studenten weten allang hoe ze geld moeten verdienen. Maar als ik vraag hoe we de armoede moeten bestrijden, hebben ze geen idee. En als ik vraag of we meer winst in de biodiversiteit moeten nastreven, vragen ze wat biodiversiteit is. Diezelfde studenten moeten straks wel met een CO2-footprint aan de gang in een bedrijf. We moeten ze dus leren hoe de wereld in elkaar steekt. Want wie heeft bepaald dat een bedrijf altijd geld moet verdienen? En waarom kunnen we geen prijskaartje op de natuur plakken?”
Hij kijkt aandachtig de zaal in. “Als jullie de stap willen zetten van minder erg naar meer goed, dan lukt dat alleen als jullie anders (leren) kijken naar waarde.”
Samen bouwen aan duurzaam werkgeverschap
Duurzaam werkgeverschap is geen luxe, maar noodzaak. Daarom staan we dit jaar in een reeks artikelen stil bij hoe verzekeraars dit in de praktijk vormgeven. Met inspirerende voorbeelden en concrete inzichten over onder meer vitaliteit, inclusie, ontwikkeling en sociale impact. Houd onze website in de gaten!
Aan het slot van zijn betoog gaat Klomp nadrukkelijk in op het minimale winstbeginsel. De kunst bij dit beginsel is om de opbrengsten hoog en de winst minimaal te houden, zodat je de rest in projecten kunt stoppen om mensen te helpen. “Echte waarde creëren dus!”
Klomp illustreert het weer met een inspirerend voorbeeld, van zijn grote held: Bernie Glassman, oprichter van de Greyston Bakery. “Hij is in de jaren tachtig van de vorige eeuw een bakkerij begonnen in een van de allerslechtste wijken van Amerika, in New Yersey. Op de hoek van de bakkerij leefden veel mensen op straat. Daklozen, verslaafden, prostituees, bendeleden. Niemand kwam de bakkerij binnen, want niemand durfde langs die mensen.”
En toen kreeg Glassman een simpel, maar vooral ook geniaal idee. Hij zette zijn deuren open en heeft die mensen als medewerkers binnengehaald. Wil je werken? Kom binnen! Klomp: “Het was de geboorte van het Open Hiring-model, maar boven alles was het het Ei van Columbus. Die mensen zwierven niet voor hun lol over straat, maar zaten vast in een vicieuze cirkel. De actie van Glassman zorgde voor een nieuw bestaan.”
De missie van Greyston Bakery is ‘we bakken geen brownies om mensen in dienst te nemen. We nemen mensen in dienst om brownies te bakken’. En het punt dat Glassman wil maken, is dat open hiring gaan verdien-, maar een verbetermodel is. “De organisatie is volledig op mensen gericht. Ter illustratie: twee jaar geleden is de toenmalige CEO aan kanker overleden. Hij heeft zeven jaar de fabriek geleid en voordat hij bij de bakkerij kwam werken, heeft hij drie keer in de gevangenis gezeten.”

Nieuwsgierig naar meer? Lees het boek van Bernie Glassman waarin hij het minimale winstbeginsel introduceert!
(Tekst: Miranda de Groene - Beeld: Ivar Pel)