Ongedierte, water- en bliksemschade bij een kerk en de soms keiharde dagelijkse werkelijkheid. Het kwam allemaal voorbij tijdens de Preventiedag van het Platform Onderlinge Verzekeraars. Tijdens deze dag, die dit keer de titel Leren van de schade-expert had meegekregen, hebben verschillende experts de deelnemers meegenomen naar de dagelijkse praktijk. Want waarom gaat het alsnog mis als aan alle eisen is voldaan?
In deze longread een kort verslag van de diverse lezingen, waarin de ene na de andere gratis tip is terug te vinden. We beginnen met het verhaal uit de praktijk, waarin Mathijn Salomons de aanwezigen mee terug neemt naar die ene dag in februari 2022.
Hij is veruit de jongste in de zaal, maar zijn verhaal maakt diepe indruk. In 2022 is Mathijn Salomons 22 jaar als er brand uitbreekt in de stal. Mathijn rent naar buiten, ziet de vlammen uit het dak slaan en belt meteen 112.
Samen met zijn vader runt Mathijn de Salomons Groep in Dronten, dat bestaat uit drie pluimveebedrijven. Ze hebben 120.000 dieren, een fulltime bedrijfsleider en twee medewerkers op kantoor. Naast het eigen pluimveebedrijf levert de Salomons Groep klimaatoplossingen en helpt ze andere pluimveehouders bij het transporteren en verhandelen van mest.

Eind februari 2022 ligt Mathijn al in bed als zijn moeder zijn kamer binnenkomt. “Ze liep nog een rondje met de hond en zag de stal in brand staan. Tien minuten later komt de eerste brandweerauto ons terrein al oprijden en toen begon de bal te rollen."
Veel buren komen aangesneld om te helpen. Machines worden uit de stal weggereden en uiteraard is er aandacht voor alle dieren. “Wij hebben in totaal drie stallen op ons erf. Via het klimaatsysteem lukt het om zo min mogelijk buitenlucht de andere stallen in te blazen, waardoor alle 22.000 kippen de brand hebben overleefd. Ze hebben even een dip gehad, maar na een week konden ze allemaal weer eieren leggen, die ook nog eens van prima kwaliteit bleken.”
Mathijn was verrast door de vele hulp. “Dat is het mooie van onze sector. Iedereen wil je helpen. Voordat ik het wist, waren er twee elektriciens onderweg die ik niet heb gebeld. Eigenlijk was er maar één vervelende partij: de gemeente. Toen de brand meester was, om 3 uur ’s nachts, kreeg ik nog even een opdracht van ze mee. Voor morgenochtend ligt er een plan op ons bureau hoe jij die asbest gaat opruimen.”
De brand brak uit in de middelste schuur, met een asbestdak. Dat leverde Mathijn veel extra werk op, want er stond een flinke wind. “Achter onze stallen is een grasperceel waarop allemaal stukjes asbest terecht zijn gekomen. Dat hebben we uiteindelijk allemaal weggehaald, maar niet meteen.”
Op het moment dat de brand meester lijkt, blijkt namelijk dat het dak van de andere stal inwendig in brand staat. “Het dak hebben we moeten vervangen, maar de stal is gered door het goede bluswerk van de brandweer.”
Om 4 uur ’s nachts vertrekt de brandweer. “Dan moet je in je eentje nog even een rondje doen en op zo'n moment voel je je heel zielig. Lichamelijk ben je sterk. Ik heb in drie dagen zes uur geslapen en dat ging. Maar inwendig voel je je heel alleen.”
Hoe het met de pers was, vraagt iemand uit de zaal. Was het druk op het erf? “Omroep Flevoland was er sneller dan de brandweer", antwoordt Mathijn. “Mijn buurman had dat eerder door dan ik. Hij heeft ze weggestuurd en gezegd dat hij zijn heftruck zou pakken als ze niet meteen vertrokken.”
Mathijn is steeds nuchter gebleven, maar de kopzorgen waren groot die nacht. “Het voer voor de kippen was opgeslagen in een silo die tegen de brandende stal aan stond. We moesten dus razendsnel een plan bedenken, want kippen hebben vier dingen nodig: water, voer, licht en het juiste klimaat. De volgende dag werden er om 19.00 uur twee noodsilo's geleverd. Om 20.00 uur kwam het voer en om 21.00 uur konden we de kippen weer voeren.”
Als de rust is wedergekeerd, blijft er maar één echte vraag overeind. En nu? Mathijn en zijn vader zijn het snel eens. “Een nieuwe stal, maar we wilden het graag meteen goed doen.” Het hele proces heeft drie jaar geduurd en het resultaat mag er zijn. Er is een nieuw gebouw gekomen, onder meer voor de machineberging en de opslag van zowel het voer als de mest, dat volledig toekomstbestendig is. De achtergevel bestaat uit materiaal dat een uur lang brandwerend is en daarnaast is er veel beton gebruikt.
De stal zelf is in vier maanden gebouwd en is een etagestal geworden. Beneden en boven leven 18.000 kippen, dus 36.000 in totaal. “Ik heb drie maanden lang van 's ochtends half zeven tot 's avonds elf op ons erf geleefd en gewerkt. Vermoeiend, maar ook leuk en leerzaam. En het is uiteindelijk allemaal goed gekomen.”
Oorzaak
Tot op de dag van vandaag weten Mathijn en zijn vader niet wat er exact is gebeurd. Ze vermoeden dat de brand in kabels is veroorzaakt. Door ongedierte. “De bekabeling was al achttien jaar oud en zat in dichte goten opgesloten. Dat we dat nu niet meer doen, is al een hele vooruitgang, maar ik wil iedereen aanraden om de elektrische installatie in orde te houden. Houd zelf de normen in de gaten, maar laat de elektriciteit over aan een expert. Aan iemand die er echt verstand van heeft.”

Stalbranden ontstaan het vaakst door problemen met elektrische installaties, waar ook zonnepaneleninstallaties onder vallen. Dat blijkt uit de cijfers die Jos Leussink (links) en Marcel Brasjen (rechts), schade-experts levende have bij Lengkeek, delen tijdens de Preventiedag. “Orde en netheid op het bedrijf is het állerbelangrijkste om schade te voorkomen.”
“Kijkend naar het aantal stalbranden zien we in de periode 2020 - 2024 niet zoveel verschil, maar wel in het aantal omgekomen dieren. Dat is te verklaren door pluimveebedrijven. Daarbij worden vaak veel dieren getroffen”, legt Brasjen uit.

Een stalbrand ontstaat het vaakst (59 procent) door problemen met elektrische installaties, waar ook zonnepaneleninstallaties onder vallen. Op nummer twee staat het menselijk handelen (15 procent), met name door brandgevaarlijke werkzaamheden zoals lassen en slijpen. Verder zijn de oorzaken (hooi)broei (9 procent), verwarming (5 procent), blikseminslag (1 procent) en overig (11 procent).
Volgens de twee schade-experts is orde en netheid op het bedrijf het állerbelangrijkste om schade te voorkomen. En dat verdient blijvende aandacht, want tijdens risico-inspecties worden er nog altijd allerlei slordigheden aangetroffen. Denk aan spinnenwebben, stof en ongedierte in en om elektrische installaties.
Leussink staat ook bewust stil bij de brandrisico’s van zonnepaneleninstallaties op staldaken. “Ik weet niet precies hoever de inspecties gaan, maar in onze optiek kan het beter.” Hij toont de zaal foto’s van dode muizen op stoppenkasten en aangevreten bekabeling door ratten. “We vinden ratten, muizen en duiven en opgehoopte bladeren onder zonnepanelen. Naar mijn mening is daar nog te weinig aandacht voor.”
Een stalbrand op een bedrijf met dieren heeft een enorme impact op het boerengezin. Vaak is de brand groot, met veel schade aan dieren, gebouwen en inventaris. Daardoor valt het bedrijf (deels) stil. Vervolgens moeten er in heel korte tijd grote beslissingen en soms emotioneel zware keuzes worden genomen over o.a. afvoer puin en kadavers, aanpak gewonde dieren (euthanaseren of laten leven?), beschikbaarheid noodstal (en/of tijdelijke melkinrichting), aanpassing voersysteem, levertijd en kosten herbouw, omgaan met omzetverlies en noem maar op.
Dat het zomaar mis kan gaan, blijkt uit een stalbrand op een varkensbedrijf. De stal was nog maar zes jaar oud toen het misging. Duizenden varkens kwamen om. De precieze oorzaak is helaas niet achterhaald, maar vermoedelijk gaat het om een technisch mankement of knaagdieren. De schade? Bijna vijf miljoen euro.
Hij staat regelmatig in de puinhopen en ziet de trieste gevolgen van een stalbrand in de dagelijkse praktijk. Het verlies van opstallen, dieren die letterlijk zijn verbrand en bedrijfsstagnaties die geregeld leiden tot faillissementen. Voor Eric van Soest is er maar één remedie. “We moeten de verandering aan de voorkant zoeken. Investeren in preventie dus.”
Van Soest is brandonderzoeker bij Biesboer Expertise en ziet het ‘veel te vaak’ misgaan. “Hoe dat kan? Agrariërs mogen grote aantallen dieren houden, terwijl de bouweisen daar onvoldoende op zijn afgestemd. En of het nou gaat om het gebruik van materialen, de installaties of de brandveiligheid, dat zijn allemaal eisen die vooraf kunnen worden gesteld.”
Volgens Van Soest zijn de oorzaken van stalbranden in een paar categorieën in te delen. “Het gaat mis door mankementen in de technische installatie, maar ook door menselijk handelen. Hoe vaak maken wij het niet mee? Lassen en slijpen in de stal wordt heel gewoon gevonden. Dat gaat ook meestal goed. Maar als het misgaat, gaat het gelijk goed mis.”

Hij laat een aantal plaatjes zien die boekdelen spreken. “Van deze garage is een mancave gemaakt. Dat betekent dat er ineens veel meer elektriciteit nodig is. Voor een koelkast, een geluidsbox, etc. Dat gaat fout. En als die garage in de brand vliegt, gaat de naastgelegen stal mee.”
Hij stelt zelf de vraag. “Wie daar toezicht op moet houden? Zo'n verhoging van het risico moet een inspecteur meteen opvallen.”
Zijn volgende plaatje betreft een uitgebrande droger. “Een wasdroger staat vaak in de stal en vergoot de kans op broei, omdat de diverse oliën en vetten er in de was niet uitgaan.” Hij kijkt de zaal in. "Wie zet de droger uit als ie weggaat? Nooit doen. Ik was eens bij een strandtent waar ze midden in het programma de droger hadden uitgezet. Zo'n ding is dan juist gloeiend heet.”
Hij geeft ook het voorbeeld van een vrouw die de droger had leeggehaald en het hoopje op de bank had gelegd, omdat ze even weg moest. “Toen ze terugkwam, stond de brandweer voor de deur.”
Zijn boodschap is helder. Of het nou gaat om slijpen of een droger in de stal, mensen hebben vaak geen idee van brandveilig gedrag. Juist daarom pleit hij voor meer preventie. “Dat kan met wetgeving, doordat we strenger worden in hoe, waar en wat we bouwen. Het kan ook door meer eisen aan de inrichting te stellen. Hoe deelt een agrariër zijn stal in? Welke materialen zijn gebruikt? Houdt hij of zij rekening met het ontstaan van brand en de vluchtmogelijkheden?”
Tot slot ziet Van Soest een duidelijke rol voor verzekeraars. “Wees kritisch in de acceptatie. Waar zit het grootste risico? Preventie zit echt niet in een extra brandblusser. Stel daarnaast duidelijke clausules op voor het onderhoud en geef daar als verzekering sturing aan, door de verzekerde vroegtijdig (actief) te wijzen op het verloop van keuringscertificaten. Wij zien zo vaak dat er al wel een afspraak is gemaakt, die net te laat komt, omdat er geen rekening is gehouden met de wachttijden voor een inspectie. Samen met de verzekeraar kunnen wij het verschil maken tussen theorie en praktijk.”
Energie Opslag Systemen (EOS) spelen een steeds grotere rol in de energietransitie. Maar wat betekent dat voor (brand)veiligheid, verzekerbaarheid en cyberrisico’s? Op onze nieuwe themapagina vind je een uitgebreide, dynamische brochure die is gemaakt dóór en vóór verzekeraars. Met heldere uitleg over techniek, risico-overzicht, wet- en regelgeving (zoals PGS 37-1) én praktische preventietips.
Het zag er allemaal zo mooi uit. Vier kantoren van eigenaar Delta Lloyd aan de Joan Muyskenweg in Amsterdam worden niet gesloopt, maar getransformeerd tot nieuwe woningen. Er worden zelfs drie etages opgezet, zodat er extra woningen beschikbaar komen in een stad waar de woningnood toch al zo hoog is. Totdat het misgaat ...
Jurjen Burghgraef RR (JB Risicobeheer) neemt de deelnemers aan de Preventiedag mee terug naar die bewuste fatale dag in juni 2023. Op een balkon op de eerste verdieping van de zogenoemde optop breekt brand uit. De blusleiding is niet afgeperst waardoor de leiding kapotgaat en er geen of onvoldoende bluswater beschikbaar is. Gevolg? De brand verspreidt zich, via een kunststof regenpijp, naar het bovenste balkon. Als afdekking voor de balkons is gebruikgemaakt van composietplanken, deze zijn vervaardigd uit brandbaar materiaal en het vuur ontwikkelt zich tot aan het dak. Door de harde wind verspreidt de brand zich over een groot deel van het dak, in slechts een paar minuten. “Wat er op dat dak lag als isolatiemateriaal?", vraagt Burghgraef de zaal. “Polystyreen. Alle gebruikte materialen voldoen in de toepassing aan het bouwbesluit, want in het bouwbesluit staat de persoonlijke veiligheid immers voorop.”
De optop in Amsterdam
De kantoorgebouwen in Amsterdam zijn met lichte bouwmaterialen ‘opgetopt’. Juist door die lichtheid was het mogelijk om zonder al te veel aanpassingen aan de bestaande constructie drie nieuwe verdiepingen ‘op te toppen’, waarmee exact de hoogtegrens van het bestemmingsplan werd gehaald. In 2019 zijn de appartementen opgeleverd die bestonden uit lichtgewicht betonvloeren van staalplaat en geveldelen van houtskelet, afgewerkt met keramische beplating. Op 5 juni 2023 brak de brand uit en werd het hele complex onbewoonbaar verklaard.
Bij de brand zijn geen doden gevallen. “Dat is het goede nieuws", zegt Burghgraef. Het slechte nieuws is dat er 95 appartementen onbewoonbaar worden verklaard.
Burghgraef gaat voor een volle zaal dieper in op de vraag wat er nou eigenlijk misging in Amsterdam? “De echte oorzaak is nooit achterhaald. Zeker is wel dat de brand in het hoekje is begonnen en is verplaatst via de regenpijp."

Volgens Burghgraef is aandacht op detailniveau nu belangrijker dan ooit. “Vroeger gebruikten we in de bouw veel metselwerk en beton. Dat was altijd goed. Tegenwoordig moeten we met lichtbouw, maar bijvoorbeeld ook bij houtbouw, biobased isolatieproducten, opletten wat we doen. Anders gaat het mis.”
Hij doelt met die woorden vooral op hét nadeel bij lichtbouw. “Als er brand uitbreekt, is er meer schade. Zeker als de vloeren aan minimale eisen voldoen en er veel bluswater nodig is, zijn die niet te redden. Ook bij gipsplaten ontstaat er snel schimmel achter de beplating. Dat is er niet meer uit te krijgen, dus dat betekent dat er nieuwe platen en isolatiemateriaal nodig zijn.”
Ander kenmerk van lichtbouw is dat het herstel vaak een zeer lastige en lange weg vergt. Burghgraef: “In het appartementencomplex in Amsterdam heeft het twee jaar geduurd voordat er sprake was van volledig herstel.”
Dat kan beter, meent hij. “Optoppen op een veilige manier kan. Zelfs zonder staalconstructie. Rockzero heeft een circulair en duurzaam bouwsysteem ontwikkeld dat veilig is. En nee, ik verkoop het niet, maar waarom zouden we het niet gebruiken als het er toch al is?”
In 2021 zorgt een gesprongen waterleiding voor fikse schade aan het Strümphler-orgel (1796) in de Arnhemse Eusebiuskerk. In 2024 gaat het weer mis. Ondanks de bliksemafleider ontstaat schade door directe inslag in de toren. Een samenvatting van Derk-Jan Baarda (Donatus), Gerard Smink (Donatus) en Herman van Meeteren (Arntz Van Helden).
Mieke van der Linden, toenmalig directrice van de Eusebiuskerk, wordt op een nacht in juni 2021 opgeschrikt door een telefoontje met de melding: de kerk staat in brand! Dat blijkt niet te kloppen. De brandmeldinstallatie is niet afgegaan door brand, maar door lekkage. En door een gesprongen waterleiding boven de insteekzolder, met toilet- en opslagruimte, stroomt het water via de gewelven en de muren naar het 3.700 pijpen tellende Strümphler-orgel uit 1796.
Bij het herstel komt veel kijken. De beschadigde muren en gewelven moeten worden gedroogd, gereinigd en hersteld. Verder worden er beschadigde onderdelen van de elektrische installatie vervangen en de waterleidingen verlegd en hersteld. En dan het orgel: dat moet worden gedemonteerd, gereinigd en weer gemonteerd. Een enorme klus. Maar omdat er al restauratieplannen zijn, is dat met hulp van subsidies en fundraising direct in gang gezet. Na zo’n vier jaar restaureren is het orgel in september 2025 weer in gebruik genomen. De totale restauratiekosten bedragen ruim 1,1 miljoen euro.
Om schade in de toekomst te voorkomen, zijn er preventiemaatregelen getroffen. De insteekzolder, met toilet boven het orgel is weggehaald. De waterleidingen en koppelingen zijn gecontroleerd en waar nodig vervangen door kunststof. En de controles zijn aangescherpt.

En dan gaat het in mei 2024 weer mis. Boven Arnhem onweert het flink en in de kerktoren slaat bliksem in. De afleider doet zijn werk en geleidt de stroom naar de aarde. Het gebouw blijft onaangetast, maar er ontstaat wel veel schade aan de elektronische apparatuur. Hoe kan dat? Allereerst wordt er in deze kerk van alles georganiseerd waarvoor een betaalsysteem en audio- en video-installaties nodig zijn.
En op die dag in mei 2024 slaat de bliksem op het hoogte punt in. De elektrische lading die ontstaat, zoekt via de afleider een weg naar de aarde. De lading die zich verplaatst zorgt voor een draaiend magnetisch veld. In dit geval langs de buitenmuur van de kerktoren naar beneden. Aan de binnenkant van de kerktoren loopt vanuit de meterkast een voedende kabel omhoog naar het uurwerk. Door dat magnetisch veld ontstaat er inductie in de voedende kabel. En dat veroorzaakt overspanning die naar twee kanten wegloopt. Omhoog naar het uurwerk toe. En omlaag naar de meterkast. Uiteindelijk komt de overspanning in de meterkast terecht en slaat door naar de andere elektrische installaties. Dat verklaart in dit geval de behoorlijke schade aan onder andere internet, telefonie, camerabewaking, verlichting, betaalapparatuur en de audio- en video-installaties.
Door overspanningsbeveiliging, inclusief grof- midden- en fijnbeveiliging in combinatie met potentiaalvereffening tussen alle geleidende systemen, kan dit soort schade worden voorkomen.
Op dit moment is er nog geen datum bekend voor de Preventiedag 2026. Ben je nieuwsgierig, ook naar andere bijeenkomsten, opleidingen en webinars? Bekijk het actuele activiteitenoverzicht van het Verbond.
Reportage door Miranda de Groene (tekst) en Ellen Jonges (tekst en beeld)