Het is algemeen bekend dat elektriciteit schade kan veroorzaken. Vroeger werd vooral blikseminslag gezien als een indrukwekkende en gevreesde schadeoorzaak. Tegenwoordig zijn er meerdere schadeoorzaken die verband houden met elektriciteit. Denk aan spanningsuitval, overbelasting of kortsluiting door een defecte installatie, overspanning door inductie na een nabijgelegen bliksemontlading, of spanningspieken op het elektriciteitsnet door een storing bij de stroomleverancier.
Wanneer elektriciteit uitvalt, ontstaat vaak gevolgschade. Die schade kan in sommige gevallen zeer omvangrijk zijn. Voorbeelden zijn het verstikken van dieren wanneer de klimaatregeling uitvalt¹, of het stilvallen van informatie- en communicatiestromen waardoor volledige bedrijfsprocessen worden onderbroken.
Uit onderzoek blijkt dat bij één op de drie woningbranden de slechte staat of het onjuist gebruik van de elektrische installatie een rol speelt. Bij bedrijven ligt dit aandeel zelfs nog hoger. Dat is zorgwekkend en vraagt om alertheid van alle gebruikers. Mede vanwege dit risico vragen verzekeraars ook in de particuliere markt om preventieve inspecties bij risicovolle objecten, zoals monumentale woningen, panden met kamerbewoning of brandbare bouwaard als rieten dak. In het bedrijfsleven zijn dergelijke inspecties al langer gebruikelijk, bijvoorbeeld de op het brandrisico gerichte keuring conform SCIOS Scope 10. De keuring conform Scope 10 is eveneens van toepassing op accu’s/energieopslagsystemen (EOS).
Tot voor kort hielden energiebedrijven toezicht op de aanleg, het gebruik en het onderhoud van elektrische installaties. Sinds de privatisering van de energiebedrijven en hun gewijzigde rol behoort dit niet langer tot hun taken.
Voor iedere nieuwe elektrische installatie moet kunnen worden aangetoond dat deze voldoet aan de geldende installatievoorschriften. Dit gebeurt met een rapportage van de opleverinspectie conform NEN 1010. Helaas levert niet iedere installateur zijn installatie op met een opleverinspectie u kunt dan een Scope 8 EBI opleverkeuring aanvragen. Eventuele afwijkingen en gebreken in de nieuwe installatie kunt u dan reclameren bij de aanleggende installateur.
Vanuit de Arbowet geldt voor bedrijven met personeel dat de installatie-eigenaar de installatie en de aangesloten arbeidsmiddelen aantoonbaar periodiek moet laten onderwerpen aan een veiligheidsinspectie volgens NEN 3140 om letsel te voorkomen.
Daarna is het van belang dat de afwijkingen die in deze inspectierapportages worden vermeld, tijdig en adequaat worden hersteld. Zo wordt het risico voor mens, dier, omgeving en bedrijfscontinuïteit zoveel mogelijk beperkt.
Elektriciteit is de stroom van elektrisch geladen deeltjes door een geleidend materiaal.
Elektriciteit kan op verschillende manieren worden opgewekt. Van oudsher voornamelijk via generatoren. Die werken hetzelfde als een dynamo op de fiets. Een magneet beweegt zich langs een spoel, hierdoor ontstaat er een spanning in de draad die ervoor kan zorgen dat er een elektrische stroom gaat lopen. Als de magneet rond blijft draaien ontstaat er een wisselende spanning.
De tweede manier is het fotovoltaïsch effect zoals in zonnecellen, die zetten zonlicht direct om in een elektrische spanning. Het zonlicht ‘duwt’ de elektronen in een materiaal zoals silicium naar een bepaalde kant van de cel, waardoor er een negatieve elektrische lading aan die kant ontstaat. Als deze lading via een kabel door een apparaat weer teruggaat naar de andere kant van de cel, dan heeft het een gelijk stroom gecreëerd.
Daarnaast zijn er de mogelijkheden via chemische reactie en thermo-elektrisch effect. Deze worden nog beperkt toegepast.
Bij roterende opwekeenheden zoals een generator ontstaat wisselstroom. De spanning wisselt van negatief naar posities en steeds door een nul punt. Dit met de frequentie in Europa van 50 Hz. Bij gelijk stroom is een constant spanningsverschil. Met een omvormer is van gelijkstroom wisselstroom te maken of omgekeerd.

Het verschil tussen gelijkstroom en wisselstroom. Bij gelijkstroom is de spanning constant, bij wisselstroom wisselt de spanning 50 keer per seconde tussen positieve en negatieve spanning.
Elektriciteit is een vorm van energie die naar behoefte wordt omgezet in bijvoorbeeld licht, warmte of mechanische arbeid. Bij een defect in leidingen of een storing in de aangesloten apparatuur wordt elektrische energie vaak in warmte omgezet. Door de weerstand kan de temperatuur die hierdoor ontstaat, zover oplopen dat dit het begin van een brand veroorzaakt. Als dichtbij deze ongewenste warmtebron brandbare materialen aanwezig zijn, kan zo’n beginnende brand onverwacht snel leiden tot een grote ramp.
Elektriciteit is in principe een veilige vorm van energie mits installatie, leidingen en apparatuur in orde zijn, afgestemd zijn op het gebruik waarvoor het is bedoeld en door een erkende vakman wordt aangelegd én onderhouden. Voor uw gemak hebben we hier onder een opsomming gemaakt van mogelijke risico’s en wat u kunt doen om de risico’s tot een minimum te beperken.
De begrippen ‘spanning’ en ‘stroom’ worden vaak door elkaar gehaald. Als een lamp op een stopcontact wordt aangesloten en de schakelaar staat ‘uit’, is er wel spanning, maar loopt er nog geen stroom. Er loopt een stroom als de schakelaar op ‘aan’ wordt gezet. Door de schakelaar te gebruiken is er een ‘gesloten circuit’, en stromen er elektronen.
Voorheen was er in Nederland een centraal elektriciteitsnetwerk. De stroom werd opgewekt in grote centrales en getransporteerd met hoogspanningslijnen naar de eindgebruikers. Door de lokale opwerkkers zoals PV is het elektriciteitsnetwerk in transitie naar een decentraal netwerk.
Het gebruik van hoogspanningsnetwerken heeft het voordeel dat hiermee meer energie getransporteerd kan worden op een hoog spanning niveau. Dit volgt uit de volgende formules.
Het landelijke netwerk werkt op 380 en 220 kilovolt (KV). Daaronder zitten de lokale netwerken met 150, 110 en 50 KV. Met in de steden en dorpen transformatoren die het verlagen naar middenspanning van 20 -10 KV. Via een transformatorhuisje wordt de middenspanning omgezet in laagspanning van 400 Volt wat de meeste gebouwen voedt. Grootverbruikers hebben vaak een aansluiting op 10 of 20KV.
Figuur 1
De elektrische installatie van een gebouw is in drie hoofdgroepen te verdelen:
Het is erg belangrijk om op de hoogte te zijn van de risico’s van elektriciteit, zowel thuis als op de werkplek. Elektriciteit is namelijk onmisbaar, maar kan ook gevaarlijk en zelfs levensbedreigend zijn. Als je niet bewust en veilig met elektriciteit omgaat kan dit leiden tot ongelukken en letsel. Brand is één van de grootste risico’s van elektriciteit. Onveilig gebruik kan tevens leiden tot schade aan installaties en apparatuur, bedrijfsschade en productieverlies. Voor het gebruik van elektriciteit zijn wettelijke verplichtingen en verantwoordelijkheden.
Op de hoogte zijn van de risico’s is belangrijk omdat het:
Elektrocutie is stroom die door het lichaam loopt.

Gevaren:
Situaties:
In bedrijven extra risico:
Warmteontwikkeling door slechte verbindingen (overgangsweerstand) of te hoge belasting.

Oorzaken:
Gevolgen:
In bedrijven extra:
Onbedoelde verbinding tussen fase en nul/aardebekabeling.
Gevaren:
Zakelijk risico:
Een elektrische ontlading door de lucht.
Gevaren:
Komt vooral voor bij:
Beveiligingssystemen werken niet goed (aardlek, zekeringen).
Gevaren:
Voorbeelden:
De meeste incidenten komen door fouten van mensen.
Voorbeelden:
Bliksem slaat rechtstreeks in op gebouw of installatie. Zeer hoge stromen (tienduizenden ampères)

Gevaren:
Bliksem slaat in de buurt in of van wolk naar wolk. Dit gebeurt veel vaker dan directe inslag. Via kabels of grond ontstaat een spanningspiek
Gevaren:
Spanning die ontstaat in kabels door een veranderend magnetisch veld (bijv. bij bliksem of zware installaties).
Voorbeelden:
Gevaren:
In bedrijven extra kritisch:
Spanning hoger dan de installatie aankan.
Oorzaken:
Gevaren:
Voorbeelden:
TV, laptop, router kapot na onweer
Industriële apparatuur die uitvalt
Spanning onder het normale niveau.
Oorzaken:
Gevaren:
In bedrijven:
Dieren zoals muizen, ratten, insecten of zelfs vogels die in of rond installaties komen.

Gevaren van ongedierte
Muizen en ratten knagen isolatie van kabels kapot
Gevolg:
Verhoogd brandrisico
Storingen en uitval
Gevolg:
Insecten in installaties
Vogels of knaagdieren kunnen:
Gevolg:

Elektriciteit is allang niet meer alleen een primaire voorziening voor het leveren van stroom. De opkomst van duurzame energie, zoals het zelf opwekken van elektriciteit met zon en wind, en het opslaan ervan, brengt nieuwe ontwikkelingen met zich mee. Deze innovaties bieden veel voordelen, maar gaan ook gepaard met nieuwe en eerder onbekende risico’s waar we ons bewust van moeten zijn. Meer hierover is te lezen in onze preventie brochure PV-installaties (zonnepanelen) en in onze Brochure Energie Opslag Systemen (EOS)
Let op: Het is niet mogelijk stroom te ruiken of te zien; voelen kan daarentegen wél, maar is zeer gevaarlijk! Ga daarom altijd voorzichtig om met stroom: gebruik het gezonde verstand!
Neem bij twijfel altijd contact op met een erkende vakman.
• de meterkast moet goed toegankelijk zijn en mag geen opslagruimte zijn.
• de verzegeling van de zekeringkast van de stroomleverancier moet intact zijn.
• de kWh-meter moet intact en verzegeld zijn.
• Test aardlekschakelaars ten minste 2 x per jaar (bijvoorbeeld bij overgaan op zomer- en wintertijd). Dat doe je door de T knop op de aardlekschakelaar in te drukken.
• de installatie moet afgestemd zijn op het gebruik. Let extra op bij de installatie van zonnepanelen, laadpalen en (thuis)batterijen.
• onder aansluitschroeven mogen niet meer aders worden aangebracht dan waarvoor de constructie is ontworpen.
• waterleidingen en cv-leidingen mogen niet boven een verdeelkast lopen, omdat bij een eventuele lekkage kortsluiting kan ontstaan.
Scherm een eventuele gasleiding en meter af met een brandwerende plaat
• alle lasdozen en verdeelkasten moeten zijn voorzien van een deksel, en ongebruikte wartels dienen te zijn afgedicht.
• het schakelmateriaal moet deugdelijk zijn bevestigd.
Denk aan de brandbaarheid van de bekabeling. Uitklap voor tekst hieronder
Brand kan veroorzaakt worden door elektra maar je wilt niet dat brand en rook zich snel verspreid door of over elektrische kabels. Kabels zijn brandbaar, en soms in grote aantallen aanwezig in leidingschachten welke zich over vele verdiepingen uitstrekken of kabelgoten welke aan de binnenlucht grenzen. Het Bouwbesluit/ BBL, de bouwregelgeving geeft dit ook aan onder de noemer: beperking van het ontwikkelen van brand en rook. Voor sommige ruimten is dit extreem belangrijk denkende aan beschermende vluchtwegen, of gebieden waar zelfredzaamheid gecompliceerder ligt zoals ziekenhuizen, kinderopvang met bedgebied, dierverblijven enz. Dit houdt in dat kabels hier aan bepaalde brandklasse moeten voldoen. De kabels worden getest conform de NEN-EN 13501-6 en krijgen dan een classificatie mee bijvoorbeeld B2ca-s1,d1,(a1). In de bouwregelgeving kun je vervolgens opzoeken naar gebruiksfunctie, status van ruimte en grenzen de kabels aan binnen- of buitenlucht waar het aan moet voldoen. De NEN 8012-1:2023 sluit hier bij de minimale bouwregels aan. (zie bijv:Het Bouwbeluit 2012 vervangen door het BBL, Er zijn leveranciers die selectietools aanbieden). Dit is dus de minimale eis waar kabels aan moeten voldoen.
Als je zwaardere eisen wilt stellen aan beperking van brand, rook vanaf kabels dan kun je dit regelen aan de hand van de NEN8012-2:2023. Deze is niet verplicht maar is op basis van vrijwilligheid. Hier speelt gevolgschade een grotere rol. Divers kabels bevatten halogenen, bij brand komen er dan zeer agressieve/ corrosieve dampen vrij dit kun je aflezen als (a1-a3). Corosieve dampen kunnen veel gevolgschade toebrengen in de bedrijfsvoering denkende aan machines en elektronica. Een impact van een kabelbrand kan zeer groot zijn dus weeg af welke kabels je voorschrijft;
• in verband met mogelijke mechanische belasting moeten alle kabels deugdelijk zijn vastgezet of zijn ondersteund.
• controleer of de aarding en vereffening van kabelgoten goed geregeld is.
• controleer op vraat en zo nodig op de bestrijding van ongedierte.
• kabels mogen niet zijn afgeklemd waardoor de isolatie kan beschadigen.
Leg geen snoeren, kabels of andere spanning voerende elementen op of over verwarmingsbronnen (thermische stabiliteit), kabels drogen uit waardoor de isolatie afneemt en er vlambogen kunnen gaan ontstaan;
Hou bij het doorvoeren van kabels rekening met de brandscheiding, de doorvoer mag de brandscheiding niet negatief beïnvloeden (denk ook aan vulgraad en de specificaties van de brandwerende voorziening);
• verlichting moet worden gemonteerd op een niet of moeilijk brandbare ondergrond.
• het gebruik van driewegstekkers en meerdere verlengkabels achterelkaar is brandgevaarlijk.
• er mag geen spinrag aanwezig zijn.
• de omgeving van elektrische apparatuur moet stofvrij zijn.
De elektrische apparatuur moet afgestemd zijn op zijn omgeving (IP-codering).
• niet gebruikte apparatuur uitschakelen of spanningsloos maken (niet in de stand-by mode).
• denk aan voldoende natuurlijke ventilatie bij acculaadplaatsen. Naast ventilatie is het van belang dat de accu’s eerst worden aangesloten en dan de lader wordt ingeschakeld. Op deze manier kan er geen vonk ontstaan als de accu wordt aangesloten op de lader. Ook moeten de kabels van de acculader regelmatig worden gecontroleerd op o.a. draadbreuk: Op die plaatsen ontstaat vaak overgangsweerstand en kan warmteontwikkeling ontstaan. Ook het inwendig schoonhouden behoort tot het onderhoud, stof is mogelijk brandstof en een isolator voor de warm wordende componenten in de laadinrichting.
• controleer of er voldoende ventilatie is achter vriezers en rondom koelinstallaties.
• controleer of er voldoende ventilatie is rondom televisies en computers.
• in alle situaties geldt dat open vuur zoveel mogelijk vermeden moet worden.
• bij veilig werken moet iedere keer goed worden stilgestaan bij de veiligheidsprocedures
• denk aan de explosieveilige uitvoering ingeval van spuitcabines,
verfkluizen 1en gebieden waar stof of gas aanwezig kan zijn (zone 20/21/22, 0/1/2). Er kan onderscheid worden gemaakt in verf op basis van organische oplosmiddelen (meestal brandbaar) en op basis van water. De laatste zijn niet explosie gevaarlijk, er wordt soms naast water gebruik gemaakt van alcohol waardoor er weer wel een explosiegevaar is. Echter kan je ook denken aan een koelinstallatie met een natuurlijk koudemiddel als propaan (R290), rond de installatie is mogelijk een EX zone aanwezig. Hier verwijzen naar de aparte pagina van ATEX (of uitklappen – zie Word bestand ATEX)
• pas bij voorkeur overspanningsbeveiligingen toe in de elektraverdeelkast en bij de aansluiting van kritische apparatuur (denk ook aan de netwerk/signaal-zijde).
• plaats een bliksemafleider indien noodzakelijk.
• ook is het mogelijk om in de elektraverdeelkast een vlamboogautomaat of brandbeschermingsschakelaar toe te passen
• onderhoud alle bezittingen goed: maak spullen regelmatig stofvrij en schoon.
• ruim rommel altijd op.
• brandcompartiment & technische ruimte (met evt rook- en temperatuurbewaking) – blusser + alarmering