Uit onderzoek van Citisens, maar ook uit een recente ESB-publicatie blijkt dat overstroming laag op de zorgenlijst van Nederlanders staat. Dat is begrijpelijk in een land met sterke dijken en goed waterbeheer. Voor verzekeraars is er toch reden tot toenemende zorg. Niet omdat Nederland morgen onder water staat, maar omdat extreem weer wereldwijd toeneemt en daardoor de grenzen aan verzekerbaarheid dichterbij kunnen komen.
Een risico dat ver weg voelt
Waar maakt Nederland zich zorgen over als het gaat om noodsituaties? Vooral over een langdurige stroomstoring, problemen met de drinkwatervoorziening en cyberaanvallen. Een overstroming wordt veel minder vaak genoemd. Slechts 11 procent van de Nederlanders maakt zich daar de meeste zorgen over. Bovendien acht 45 procent een noodsituatie in de eigen omgeving onwaarschijnlijk.
Dat lage gevoel van urgentie is ergens verklaarbaar. Nederland behoort tot de best beschermde delta’s ter wereld. Onze dijken, duinen, dammen en stormvloedkeringen bieden een hoog beschermingsniveau. Daar mogen we op vertrouwen. Maar vertrouwen is iets anders dan achteroverleunen. Als verzekeraars kijken we niet alleen naar de vraag hoe waarschijnlijk een risico vandaag voelt. We kijken ook naar de mogelijke impact, naar de opeenstapeling van schade en naar de ontwikkeling over een langere periode. Vanuit dat perspectief neemt onze zorg toe.
"Vertrouwen is iets anders dan achteroverleunen"
Extreem weer is geen toekomstmuziek
De impact van klimaatverandering merken we nu al. Het KNMI ziet een toename van extremen in hitte, droogte en neerslag. In alle KNMI’23-klimaatscenario’s krijgt Nederland te maken met verdere zeespiegelstijging, nattere winters en drogere zomers. Ook neemt de intensiteit van zware buien toe. Dat betekent niet dat ieder jaar een flink schadejaar wordt. Extreem weer blijft grillig. Zo was de verzekerde klimaatschade in Nederland in 2025 lager dan in verschillende eerdere jaren. Tegelijkertijd veroorzaakten hagel en neerslag dat jaar samen circa 85 miljoen euro aan verzekerde schade aan auto’s en woningen, blijkt uit onze Klimaatschademonitor. In 2024 bedroeg alleen de verzekerde schade door neerslag ongeveer 100 miljoen euro.
Een relatief rustig jaar ontkracht de ontwikkeling dus niet. Het laat vooral zien dat we ons moeten voorbereiden op grotere uitschieters. Bovendien zien verzekeraars maar een deel van de totale maatschappelijke schade. Schade aan publieke voorzieningen, bedrijfsonderbreking, omzetverlies en gezondheidsproblemen zien we niet in onze cijfers terug. De Onderzoeksraad voor Veiligheid waarschuwt dat de uitvoering van maatregelen momenteel niet in hetzelfde tempo verloopt als de toename van extreme regen. Vooral kwetsbare wijken, vitale infrastructuur en sterk versteende gebieden vragen om aandacht. Dat is een zakelijke constatering, geen doembeeld.
Niet iedere vorm van waterschade is hetzelfde verzekerd
Schade door directe neerslag is doorgaans gedekt via een opstal-, inboedel- of zakelijke verzekering. Net als schade door lokale overstromingen, bijvoorbeeld vanuit kleinere rivieren en beken of na het bezwijken van een secundaire kering. Voor een overstroming vanuit zee, de grote meren of rivieren ligt dat anders. Volgens het Verbond is naar schatting 99 procent van de huishoudens en bedrijven daarvoor niet verzekerd. Bovendien kan de potentiële schade in één keer zo groot en zo sterk geconcentreerd zijn dat verzekeraars dit risico niet alleen kunnen opvangen.
Dat gegeven is onvoldoende bekend. Mensen kunnen daardoor denken dat alle waterschade vanzelf onder hun verzekering valt of dat de overheid de schade na een ramp volledig vergoed. Beide aannames zijn te stellig. Juist daarom zijn duidelijke informatie en heldere afspraken tussen overheid en verzekeraars nodig.
Verzekerbaarheid begint vóór de schade
Een verzekering helpt mensen en bedrijven na een incident weer op weg. Maar verzekeren kan nooit het enige antwoord zijn op een groeiend klimaatrisico. Hoe beter we schade voorkomen en beperken, hoe beter risico’s ook op langere termijn betaalbaar en verzekerbaar blijven. Dat vraagt om keuzes bij de inrichting van Nederland. Water en bodem moeten daadwerkelijk meewegen bij de vraag waar en hoe we bouwen. Klimaatadaptief bouwen moet geen verzameling vrijblijvende lokale initiatieven blijven, maar een herkenbare landelijke norm worden. Denk aan voldoende ruimte voor waterberging, minder verharding en gebouwen en vitale voorzieningen die bestand zijn tegen extreme neerslag.
Daarom pleit het Verbond ook voor een landelijke, wettelijke norm voor wateroverlast. Nieuwe woningen en bedrijfspanden moeten zo beter bestand zijn tegen hevige neerslag. Ook moeten burgers en ondernemers beter weten welke risico’s zij lopen en welke dekking zij hebben. Dat vraagt om duidelijke informatie, goed advies en meer aandacht voor preventieve maatregelen. Zo blijkt uit onderzoek van een beleidsadviseur van het Verbond dat klimaatadaptieve maatregelen in een wijk tot minder schade leiden.
Ook bestaande buurten verdienen aandacht. Daar kunnen grotere aanpassingen nodig zijn dan een groen dak of een regenton. En bewoners en ondernemers moeten gemakkelijk kunnen zien welke risico’s op hun locatie spelen, bijvoorbeeld via de Klimaateffectatlas en Overstroomik.nl. Ook ontwikkelt de Rijksoverheid de Waterwijzer voor gebouwen. Dit is een online openbare tool met als doel om inzicht te geven in blootstelling van panden aan hevige regen en hoe schade hiervan te verminderen.
Daarnaast helpt tijdig waarschuwen. Het Verbond werkt daarom samen met het KNMI aan betere waarschuwingen en concrete preventietips. Wie weet dat extreem weer nadert, kan spullen verplaatsen, afvoeren controleren of bedrijfsprocessen tijdelijk aanpassen. Niet alle schade is te voorkomen, maar vaak wel een deel.
"Permanente angst maakt een samenleving niet weerbaarder. Een realistisch beeld van het risico doet dat wel."
Nuchter vooruitkijken
Dat veel Nederlanders zich niet dagelijks zorgen maken over een overstroming, is op zichzelf geen probleem. Permanente angst maakt een samenleving niet weerbaarder. Een realistisch beeld van het risico doet dat wel. Onze boodschap is daarom niet dat mensen zich méér zorgen moeten maken. Wel dat we ons beter moeten voorbereiden. Door risico’s inzichtelijk te maken, preventieve maatregelen te nemen, klimaatadaptief te bouwen en te herstellen waar nodig, tijdig te waarschuwen en duidelijke afspraken te maken over schadeafhandeling.
Geeke Feiter, Directeur Schade bij het Verbond van Verzekeraars