Europa heeft nieuwe regels voor het bestrijden van witwassen gemaakt die de Wwft opzijzetten. Wat zijn de grootste veranderingen voor verzekeraars?
“Eigenlijk wordt alles geraakt: governance, beleid, processen en systemen. Wat ik zelf een grote verandering vind, is dat er nu geen overgangsregeling is. Tot nu toe had je als verzekeraar, als de Wwft werd gewijzigd, een overgangsperiode. Bij bestaande klanten hoefde je dan geen aanvullend onderzoek te doen. Dit moest pas als een bestaande polis tot uitkering kwam of er een nieuwe werd afgesloten. Nu is er dus geen overgangsregeling en moeten binnen vijf jaar ook alle bestaande cliënten volgens de nieuwe richtlijnen worden onderzocht. Dat is een zware belasting voor verzekeraars.”
Een tweede punt is volgens De Kreij dat een risicogebaseerde aanpak steeds minder mogelijk wordt gemaakt met de nieuwe regels. “In Nederland willen we graag een meer risicogebaseerde aanpak. Verzekeraars moeten hierbij zelf risico’s inschatten en op basis daarvan bepaalde (groepen) klanten aanwijzen als laag of hoog risico. Als er sprake is van een laag risico, is er minder onderzoek nodig. Maar de AMLR vertaalt 'minder' vooral in frequentie en diepgang, niet in de aard van het onderzoek zelf. En onder de AMLR moet je als verzekeraar bij een standaardrisico meer bewijsstukken opvragen en meer onderzoek doen.”
Zie je vooral voor- of nadelen bij de nieuwe Europese regels?
“Als ik heel eerlijk ben, zie ik geen enkel voordeel. De regels zorgen voor meer administratieve belasting; zowel voor de klant als voor ons. Dan denk ik: dit kan toch niet de bedoeling zijn? Uiteraard moet je bij hoog risico (groepen) klanten uitgebreid onderzoek doen en er als verzekeraar voor zorgen dat je niet betrokken raakt bij witwassen of het financieren van terrorisme. Maar het gaat nu wel erg ver. Zo moeten we volgens de regels nu alle nationaliteiten van klanten gaan uitvragen als zij meerdere nationaliteiten bezitten. Ik zie zelf niet zo goed de toegevoegde waarde daarvan. Dit kan bovendien al snel gezien worden als discriminatie, zoals laatst bleek uit onderzoek van de Algemene Rekenkamer.”
"De regels zorgen voor meer administratieve belasting; zowel voor de klant als voor ons. Dan denk ik: dit kan toch niet de bedoeling zijn?"
Wat is de inzet van het Verbond hierbij?
“Het Verbond is al jaren bezig om de (Nederlandse) wetgever erop te wijzen dat levensverzekeraars toch echt een ander risico hebben dan banken, gelet op de aard van het product. Helaas zie je nu ook dat zowel Nederlandse als Europese wetgevers banken als uitgangspunt hebben en verzekeraars ook langs die lat beoordelen. Zo moet er bijvoorbeeld een transactieprofiel worden opgesteld. Hierbij geef je als financiële instelling aan wat je verwacht aan bedragen en wat past bij een bepaalde klant. Bij een bank heel logisch, maar bij een verzekering waarbij per maand steeds dezelfde premie wordt afgeschreven is een transactieprofiel niet relevant.”
Verzekeraars moeten helaas ‘met de stroom mee’ want ze worden net zo streng beoordeeld als banken. Mogelijk is het goed om good practices voor de sector op te stellen: hoe kan je invulling aan bepaalde eisen geven? “Het is belangrijk om aan de eisen te voldoen, maar hierbij hoef je als verzekeraar niet direct het braafste jongetje uit de klas te zijn; een zeven is ook voldoende. Wij willen als CIB de sector helpen te bepalen wat die ‘zeven’ is. Want elke levensverzekeraar zit met de vraag hoe precies invulling moet worden gegeven aan de AMLR-eisen.”
Van Wwft naar ALMR
De AMLR zal voor levensverzekeraars vanaf juli 2027 een groot deel van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft) en bijbehorende besluiten vervangen. De introductie van de Anti Money Laundering Regulation (AMLR) vraagt van onder andere levensverzekeraars dat bestaande Wwft-processen opnieuw worden beoordeeld.
De Commissie Integere Bedrijfsvoering heeft voor de Verbondsleden een verschillenanalyse opgesteld met de belangrijkste verschillen tussen de Wwft en de AMLR. Daarnaast is een document opgesteld dat een overzicht geeft van de datapunten die de EBA/AMLA hebben voorgesteld op te vragen bij levensverzekeraars om hun risicoprofiel te bepalen. Het is essentieel dat de invulling van de anti-witwasverordening door AMLA zo risicogebaseerd en lastenluw mogelijk gebeurt om onnodige lasten te voorkomen. Het Verbond blijft zich daarvoor inzetten.
Hoe verhoudt een en ander zich tot het UBO-register?
“Gelukkig krijgen levensverzekeraars vanaf de tweede helft van het jaar (via Stichting CIS) toegang tot het register, al is dat nog wel ‘met potlood geschreven’. Het UBO-register wordt namelijk essentieel om aan de nieuwe eisen te voldoen.”
De CIB-voorzitter geeft aan dat ook het UBO-begrip zelf gaat veranderen. “Je hebt nu bijvoorbeeld de introductie van de term ‘gevolmachtigde aandeelhouder’, dat is de aandeelhouder die namens de echte aandeelhouder optreedt; dat moet je als verzekeraar vaststellen. Maar als je niet elke zakelijke klant wil bevragen, dan zul je dat in het UBO-register moeten kunnen vinden. De Kamer van Koophandel moet het UBO-register dus ook gaan aanpassen. Zo moeten bedrijven waarbij een aandeelhouder een belang van 25 procent heeft, nu ook opgenomen worden in het register. Eerder was dit ‘meer dan 25 procent’. Ook moet in het UBO-register en het bedrijvenregister worden opgenomen of een bedrijf gesanctioneerd is. Alles moet klaar zijn in 2027, dus dat wordt nog een behoorlijke kluif voor de KvK.”
De wens vanuit het Verbond is duidelijk: komen tot (meer) risicogebaseerde controles zodat verzekeraars en andere poortwachters sneller, efficiënter en gerichter kunnen controleren. In hoeverre brengt de AMLR dit dichterbij? Wat kunnen overheid en toezichthouders daarnaast nog doen om te komen tot risicogebaseerde controles?
“Het zesde anti-witwaspakket staat vast, dus op dat vlak heeft lobbyen weinig zin meer. Feit is dat de AMLR verder gaat dan de Wwft. Ik ben bang dat de aanvullende richtsnoeren vanuit de AMLA dat zeker niet minder gaan maken. Wij proberen via Insurance Europe invloed daarop uit te oefenen. Verder proberen wij als CIB waar we kunnen voor de leden de pijn te verzachten, bijvoorbeeld door te pleiten voor toegang tot de Basisregistratie Personen, in navolging van de banken. Dit is nodig, omdat we in de nieuwe regelgeving ook bestaande klanten moeten kunnen checken.”
De Kreij verwacht tot slot niet dat er afspraken te maken zijn om tot (meer) risicogebaseerde controles te komen. “Daarom is het van belang om als sector goed invulling te geven aan de ALMR, maar wel op een manier waarbij we onze relaties zo min mogelijk lastigvallen.”