Brexit: gevolgen voor vijf rechtsgebieden

Op deze pagina is ook content beschikbaar exclusief voor leden, Log in om toegang te krijgen tot deze content
21-02-2020

Vanaf 29 januari tot 31 december 2020 geldt de transitieperiode waarbij het Verenigd Koninkrijk (VK) en de EU onderhandelen over de details van hun toekomstige relatie. Dit artikel geeft een overzicht van de juridische gevolgen van de Brexit voor vijf rechtsgebieden.

1. Ondernemingsrecht (herstructureringen)

In de praktijk resulteert Brexit in een toenemende vraag naar (nieuw) op te richten dochtermaatschappijen in Nederland. Op dit moment is het nog niet duidelijk óf, en zo ja, welke juridische regels voor grensoverschrijdende fusies en omzettingen na de transitieperiode nog van toepassing zullen zijn op bedrijven uit Engeland.

2. Handelsrecht

Voor ondernemers is het in aanloop naar het definitieve Brexit-akkoord raadzaam om de handelsovereenkomsten met bedrijven uit het VK tegen het licht te houden. Over onderwerpen waar geen akkoord over wordt bereikt, moet je als bedrijf nagegaan of de overeenkomst kan worden aangepast. Wil je een bestaande handelsovereenkomsten met een Engels bedrijf beëindigen, controleer dan of er een opzegtermijn geldt.

3. Arbeidsrecht

Tijdens de transitieperiode wordt de Europese arbeidswetgeving opnieuw uitonderhandeld. Denk aan de Detacheringsrichtlijn en de Arbeidstijdenrichtlijn. Indien deze wetgeving niet meer van toepassing is in het nieuwe Brexit-akkoord, dan kan dit nadelige gevolgen hebben voor werknemers.

4. Financieel toezicht

De toekomstige relatie tussen Nederland en het VK op het gebied van financiële diensten wordt gebaseerd op het al dan niet erkennen van elkaars rechts- en toezichtsysteem. De kaders voor het nemen van dergelijke gelijkwaardigheidsbesluiten moeten voor juni 2020 gereed zijn.

5. Privacyrecht

De AVG, die gedurende de transitieperiode geldig is, wordt onderwerp van onderhandeling tussen het VK en de EU. Indien het VK besluit dat de AVG niet langer van toepassing is op Engelse bedrijven, dan kan de Europese Commissie een zogenaamde ‘adequaatheidsbeslissing’ nemen. Persoonsgegevens kunnen in dat geval verwerkt worden zonder dat er aanvullende maatregelen nodig zijn. Indien een keuze uitblijft, dan de EC een modelcontractbepaling, gedragscodes of bindende voorschriften opstellen.

Bron: CM Magazine


Was dit artikel nuttig?