Het College (1): risicomanagement

Op deze pagina is ook content beschikbaar exclusief voor leden, Log in om toegang te krijgen tot deze content
15-04-2020

Wat is een risico? Wat houdt goed risicomanagement in? En werkt dat nu, in coronatijd, anders dan anders? Risicodeskundige René Doff, verbonden aan de Universiteit van Amsterdam, geeft antwoord. “We hoeven ons voorlopig nog geen zorgen te maken over de buffers van verzekeraars.”

Collegereeks Bedrijfsvoering van een verzekeraar
Het Verbond van Verzekeraars heeft samen met de Amsterdam Business School van de Universiteit van Amsterdam een unieke masterclass van zes colleges ontwikkeld over de bedrijfsvoering van een verzekeraar. Het eerste college stond vorige week op het programma, maar helaas gooit de coronacrisis roet in het eten. In plaats van een fysiek college legt docent en risicodeskundige René Doff nu in een interview uit wat goed risicomanagement inhoudt.

Laten we beginnen bij het begin. Wat is een risico?

“In de breedste zin van het woord is een risico alles wat je anders overkomt dan dat je had verwacht. Dat kan dus ook iets positiefs zijn, maar in het domein van het risicomanagement kijken we meestal naar negatieve factoren.”

Zoals?

“Verzekeraars hebben producten zoals autoverzekeringen, die schade bij ongevallen afdekken. Een mooi voorbeeld zijn botsingen. Laten we ter vereenvoudiging het jaar indelen in een zomer en een winter. In de winter zijn de omstandigheden heel anders. Het kan ijzelen en mistig zijn. Stel dat de gemiddelde temperatuur 5 graden is en we twee tot drie dagen sneeuw of ijzel hebben. Daarmee is niet gezegd dat het komende winter niet veel vaker kan ijzelen. Of dat er meer sneeuwdagen zijn, waardoor er ook meer botsingen plaatsvinden. Juist omdat er sprake is van gemiddelden moeten verzekeraars altijd rekening houden met meer of minder.”

Valt dat onder goed risicomanagement? Rekening houden met mindere tijden?

“Goed risicomanagement bestaat uit twee aspecten. De eerste is dat je erkent dat er risico’s zijn. Het leven bestaat nu eenmaal uit mee- en tegenvallers. Daar kun je sommetjes op los laten en statistieken op bouwen. Hoe groot is de kans dat? Wat als dit gebeurt? Hoe gaan we daarmee om? Risicomanagement houdt in dat je in scenario’s leert denken. Het tweede punt is dat je met die scenario’s ook daadwerkelijk rekening houdt. Je moet dus echt erkennen dat je de wereld niet kunt voorspellen, ook niet met heel gedetailleerde statistische modellen. Een verzekeraar moet altijd blijven nadenken, zijn gezonde verstand én risicomodellen gebruiken. Dat klinkt makkelijker dan het is, want de wereld is een stuk weerbarstiger dan wij vaak denken. Kijk maar eens wat een virus uit China allemaal losmaakt, wereldwijd.”

"Een verzekeraar moet altijd blijven nadenken"

Werkt risicomanagement nu, in crisistijd, anders?

“Ja en nee. In theorie niet, omdat brandrisico’s of botsende auto’s ook in crisistijd blijven bestaan. Bovendien houden verzekeraars in hun beleggingsbeleid rekening met een crisis. Als zij beleggen in een bepaald fonds, verwachten ze op de lange termijn rendement. Die verwachting verandert niet fundamenteel, omdat er nu een crisis is. De andere kant van de medaille is echter dat mensen tijdens een crisis veel minder bereid zijn om risico’s te nemen. We maken even een pas op de plaats. Dat is gewoon menselijk gedrag en hoewel we vroeger dachten dat verzekeraars heel rationeel zijn, zijn zij ook gewoon mensen en trappen ze – ongemerkt – ook op de rem in crisistijd.”

Hebben verzekeraars het nu moeilijk of komt dat later?

“Dat komt pas later. Overigens hangt het er wel van af in welke sector je als verzekeraar actief bent hoeveel last je van corona hebt. Ziekenhuizen lopen nu over, dus hebben zorgverzekeraars meer last van corona dan een schadeverzekeraar met een grote autoportefeuille. Veel mensen werken thuis, waardoor er minder auto’s op de weg zijn en er dus ook minder botsingen plaatsvinden. Aan de andere kant hebben veel bedrijven het moeilijk en dat werkt natuurlijk door in de bedrijfsschadeverzekering. De organisatie van Wimbledon heeft het toernooi verzekerd tegen pandemie en is een claim van ongeveer 140 miljoen euro aan het voorbereiden. De betreffende verzekeraar is dan behoorlijk aan de beurt, maar zal daar niet van omvallen. In zijn algemeenheid eist de toezichthouder namelijk dat een verzekeraar die grote risico’s verzekert ook meer vet op de botten heeft en dus grotere buffers moet hebben. Overigens limiteren verzekeraars hun risico’s weer door herverzekeringscontracten af te sluiten. ”

Als er aan de ene kant minder schade valt, en aan de andere kant wat meer, dan kunnen verzekeraars toch gewoon een beetje schuiven met geld?

“Helaas, zo werkt het niet. Er zitten vaak denkbeeldige muren tussen de diverse branches bij verzekeraars. Met name tussen leven en schade kun je niet zomaar geld overhevelen en die tussenschotten zijn er natuurlijk niet voor niks. Je wilt immers niet dat geld dat voor levensverzekeringen is gereserveerd, tijdelijk voor andere verzekeringen wordt ingezet. In een financiële huishouding van een verzekeraar zijn grofweg twee potjes. Het ene potje heeft een sticker ‘Technische voorzieningen’ en dat betekent dat het geld voor de verzekerden is bedoeld. Zowel voor een levensverzekering op de lange termijn, als voor een schade-uitkering op de iets kortere termijn. De verzekeraar kan in ieder geval niet aan dat geld komen. Het andere potje heet het ‘kapitaal’ of ‘eigen vermogen’. Dat potje dient ervoor om tegenvallers op te vangen. Bijvoorbeeld als er een strenge winter is en auto’s vaker botsen, maar ook om de lage rente op te vangen. Pensioenfondsen hoor je vaak mopperen over die lage rente, maar ook verzekeraars teren daardoor in op hun eigen vermogen.”

"Regelgevers zijn ook mensen. Zij worden in een crisis net zo zenuwachtig als wij"

De toezichthouder stelt eisen aan verzekeraars en bepaalt onder meer hoe groot die potjes moeten zijn. Kan diezelfde toezichthouder in tijden van crisis de eisen ook (tijdelijk) verlagen?

“Dat zou wel mooi zijn, maar ik zie het niet gebeuren. Regelgevers zijn ook mensen. Zij worden in een crisis net zo zenuwachtig als wij allemaal en koersen eerder op meer zekerheid. We hoeven ons trouwens absoluut geen zorgen te maken dat een verzekeraar het niet redt door corona. De Nederlandsche Bank stimuleert onze verzekeraars namelijk om ruim boven de minimum eisen te gaan zitten en de meesten zitten er heel stevig boven.”

Een geluk bij een ongeluk? Verzekeraars hebben nu baat bij een strenge toezichthouder?

“Zo zou je het kunnen zeggen. Verzekeraars moeten volgens ingewikkelde rekensommen berekenen hoeveel geld ze in kas moeten hebben. Onze toezichthouder is daar redelijk streng in, maar verzekeraars hebben ook te maken met een complex raamwerk dat door Europa wordt bepaald. Dat is Solvency II. Les twee van onze collegereeks, die in een volgend interview aan bod komt, maar laat ik vast een tipje van de sluier oplichten.
Ik vergelijk de buffers van verzekeraars wel eens met de dijken in ons land. Rivieren kunnen overstromen. En dan kunnen we wel dijken bouwen van 35 meter hoog, maar als er een golf van 36 meter komt, is die dijk alsnog niet hoog genoeg. We kunnen dus nooit een dijk bouwen die honderd procent en altijd en overal zekerheid biedt. Het leidt uiteindelijk tot hogere statistiek, maar kort samengevat komt het erop neer dat ons raamwerk zo is gebouwd dat wij in de verzekeringsbranche eens in de 200 jaar te maken kunnen krijgen met zo’n denkbeeldige golf van 36 meter. Dat betekent echter ook dat we in 199 van de 200 jaar veilig achter de dijk zitten en we dat kleine risico (moeten) accepteren.”

Over twee weken, op 30 april, verschijnt het tweede college, waarin René Doff ons meeneemt naar de wereld van Solvency II. Tot dan!


Was dit artikel nuttig?