IMVO Convenant: Klein, maar fijn (4)

Op deze pagina is ook content beschikbaar exclusief voor leden, Log in om toegang te krijgen tot deze content
23-01-2020

Het eerste jaar van het IMVO Convenant Verzekeringssector zit erop. Dat convenant is bindend voor alle leden van het Verbond en voor een groot concern is het makkelijker om aan de afspraken te voldoen dan voor een kleine verzekeraar. Of niet? Onder de noemer ‘Klein, maar fijn’ zetten we een paar mooie voorbeelden op een rij. “Wij zijn vooral gericht op continuïteit.”

Serie over IMVO Convenant Verzekeringssector

In de zomer van 2018 ondertekenden het Verbond en Zorgverzekeraars Nederland het IMVO Convenant Verzekeringssector dat bindend is voor alle aangesloten verzekeraars. Doel van dat convenant is het voorkomen, verminderen en eventueel herstellen van negatieve impact van beleggingen.
Uit de eerste jaarrapportage is gebleken dat er onder verzekeraars veel verscheidenheid bestaat bij het voldoen aan de afspraken. Grote verzekeraars zijn vaak verder dan kleine en onder middelgrote verzekeraars is het beeld divers. Maar er zijn uitzonderingen. Een van de kleine verzekeraars die nu al grotendeels aan de afspraken voldoet, is onderlinge uitvaartverzekeraar De Laatste Eer in Steenwijk.
In dit vierde deel van de serie Klein, maar fijn komt David Meiboom aan het woord. “Wij denken minder traditioneel en zijn vooral gericht op de toekomst. We willen maatschappelijk relevant zijn en alles kunnen uitleggen.”

David Meiboom is directeur van De Laatste Eer (DLE), een onderlinge uitvaartverzekeraar en -verzorger met zo’n 14.000 verzekerde leden. In totaal bezit DLE zo’n tien miljoen aan vermogen, dat onder meer zit in twee panden, twee uitvaartbedrijven, spaarrekeningen, obligaties en aandelen. De aandelenbeleggingsportefeuille die onder het convenant valt, bedraagt zo’n 2,5 miljoen euro.

Roer is om

Volgens Meiboom is het roer drie jaar geleden radicaal omgegaan bij DLE. “We zijn drie jaar geleden begonnen met duurzaamheid en maatschappelijk verantwoord ondernemen en hebben de nodige discussies in ons bestuur gevoerd. Vinden we duurzaamheid belangrijk of niet? Heel toevallig zijn we ook drie jaar geleden lid van het Verbond geworden. Heel bewust, omdat we graag willen professionaliseren, maar ook willen toetsen of we de juiste keuzes maken. Het convenant helpt ons daarbij.”
Als uitvaartverzekeraar heeft DLE met een lange termijnhorizon te maken. “Wij kijken naar de gemiddelde leeftijd van onze verzekerden en naar de gemiddelde leeftijd van overlijden. Daar komt uit dat wij rekening houden met een beleggingstermijn van circa dertig jaar. Dat vergt een andere manier van beleggen dan bijvoorbeeld voor een schadeverzekeraar. Wij hebben onze obligaties overwegend in staatspapier van de Nederlandse overheid zitten en onze aandelen zijn vooral in beleggingsfondsen ondergebracht die rekening houden met duurzaamheids- en MVO-criteria.”

Vermogensbeheerder

Meiboom is van huis uit gecertificeerd belegger, maar noemt het ‘niet integer’ om zelf de portefeuille te beheren. “Ik kan toch geen drie verschillende petten opzetten en naast het directeurschap het geld beheren en ook uitgeven? Bovendien, als je het goed wilt doen, moet je er echt bovenop zitten. Dat is voor onze organisatie geen haalbare kaart.”
DLE is daarom overgestapt naar een vermogensbeheerder, maar niet na één nacht ijs, benadrukt Meiboom. “We hebben daar goed over nagedacht en heel nadrukkelijk gekozen voor een vermogensbeheerder die bij ons past en voldoet aan onze criteria. Wij vinden het belangrijk hoe je met elkaar omgaat en hebben diverse vermogensbeheerders getoetst. Over rendementen, maar zeker ook over rapportages, compliance en processen.”

Engagement

De onderlinge zoekt in het beleggingsbeleid niet de extremen op, zoals Meiboom het aanduidt. “Je kunt met duurzaamheid erg ver gaan, maar moet je ook afvragen waar je begint en waar je eindigt. Wij gebruiken bijvoorbeeld ‘groen’ papier. De een vindt dat goed, terwijl een ander vindt dat we eigenlijk papierloos moeten werken. Dat is met duurzaam beleggen niet anders. Wij willen niks met wapens te maken hebben en beleggen het liefst in fondsen. Ook willen we dat onze vermogensbeheerder zich houdt aan bepaalde richtlijnen. Toch sluiten wij olie- en gasbedrijven niet standaard uit, omdat we ook wel heil zien in engagement en het opzoeken van de discussie. En natuurlijk, als ik morgen een van onze auto’s moet vervangen, dan wordt die waarschijnlijk elektrisch, maar zolang wij zelf met een van onze rouwauto’s nog op diesel rijden, willen we ook niet roomser zijn dan de Paus.”

Actueel thema

Meiboom laat er weinig twijfel over bestaan. Het thema duurzaamheid is hot en wordt alleen maar actueler. “Dat betekent dat je het moet omarmen en dicht bij jezelf moet zien te houden. Wij hebben onze spaarrekening bewust bij ASN ondergebracht en proberen zo duurzaam mogelijk te zijn, door led-verlichting in onze gebouwen, ons afval te scheiden, duurzame uitvaartkisten te gebruiken, etc. Dan kan ik toch moeilijk uitleggen aan onze verzekerden dat wij wel beleggen in wapens, omdat dat voor het rendement beter is? Het convenant gaat voor ons veel verder dan alleen de beleggingspoot. Wij willen in alles zo duurzaam mogelijk zijn en onze maatschappelijke verantwoordelijkheid als onderlinge invullen.”

"Wij willen in alles zo duurzaam mogelijk zijn"

Verschil met grote verzekeraars

Het verhaal van Meiboom is duidelijk. DLE heeft veel minder geld te besteden dan een beursgenoteerde verzekeraar, maar als je het beleggingsbeleid uitbesteedt aan een vermogensbeheerder, maakt dat niks uit. “Natuurlijk ligt een verzekeraar als NN of Achmea veel meer onder een vergrootglas dan wij. Activisme richt zich nu eenmaal op grote bedrijven.”
Het grote verschil tussen grote en kleine – onderlinge – verzekeraars zit wat Meiboom betreft in de communicatie. “NN en Achmea brengen complete verslagen uit over het beleggingsbeleid en wij leggen het uit in ons bestuursverslag en op onze ledenvergadering. Wij laten onze leden de balans zien en vertellen hoe we met het vermogen omgaan, waar we in beleggen, etc. We zijn dus zeker transparant, maar wel op onze eigen onderlinge manier.”

 


Was dit artikel nuttig?