Verbond noemt E-card “geen goed idee”

}
Op deze pagina is ook content beschikbaar exclusief voor leden, Log in om toegang te krijgen tot deze content
24-05-2017

Als het aan ‘Brussel’ ligt, moeten aansprakelijkheidsverzekeraars voortaan een gestandaardiseerd verzekeringscertificaat en een gestandaardiseerde verklaring over het schadeverleden aan hun klanten geven. “Geen goed idee”, reageert Egbert Bouwhuis, die bij het Verbond is belast met de Public Affairs in Brussel.

Volgens Bouwhuis zal het voorstel van de Europese Commissie (EC) vooral leiden tot meer administratieve verplichtingen voor verzekeraars. En niet, zoals de EC beoogt, tot meer internationale concurrentie. “De EC wil met een gestandaardiseerd certificaat de interne markt voor diensten versterken. Zij stelt dat het lastig is om aansprakelijkheidsdekking in het buitenland te vinden, maar onze leden herkennen dat niet.”
Hij geeft een voorbeeld. “Stel dat een Nederlandse ondernemer een klus in België wil aannemen. Volgens de EC is het dan lastig om dekking te vinden in België, maar in de praktijk speelt dit nauwelijks. De een zoekt dekking via zijn Nederlandse verzekeraar, terwijl een ander in België een verzekeraar zoekt. Volgens onze leden levert het in de dagelijkse praktijk nauwelijks problemen op en dus zetten ook wij onze vraagtekens bij nieuwe voorschriften voor aansprakelijkheidsverzekeraars.”

Onnodig
In eerste instantie heeft de EC haar European services e-card gericht op de zakelijke dienstverlening, waaronder bijvoorbeeld architecten en accountants vallen, en de bouw. Ze vindt dat in die sectoren veel potentieel van de interne markt onbenut blijft. In de verordening zijn ook voorschriften opgenomen voor aansprakelijkheidsverzekeraars. Zo moet het gestandaardiseerde certificaat onder meer informatie bevatten over de aansprakelijkheidsdekking, de verzekerde risico’s, de duur, de verzekerde bedragen per schadegeval en mogelijke uitsluitingen. “Onnodig”, meent Bouwhuis, “omdat veel van die informatie al op het polisblad staat en de uitsluitingen zijn opgenomen in de voorwaarden of clausules.”

Statement
Het voorstel zal de komende maanden verder worden besproken door de Raad en het Europees Parlement, die beiden nog een standpunt moeten bepalen. Bouwhuis benadrukt dat het overleg in de Raad nog in een prille fase zit, maar weet dat enkele andere lidstaten, waaronder Duitsland en Frankrijk, zich al kritisch hebben uitgelaten. “Onze collega’s van Insurance Europe zitten er bovenop. Zij hebben naast contact met betrokken Europarlementariërs inmiddels ook contact gezocht met de andere belanghebbende partijen. Dat heeft geleid tot een gezamenlijk statement van de sociale partners in de bouw, schoonmaak- en verzekeringssector, waarin wij onze zorgen uiten.”
Bouwhuis, die uiteraard samen met de collega’s van Insurance Europe de behandeling van het voorstel nauwlettend blijft volgen, verwacht dat het Parlement niet eerder dan december een standpunt zal hebben bepaald.

Cookies

{cookieText}