Liselotte de Koning, Rode Kruis Prinses Margriet Fonds

Op deze pagina is ook content beschikbaar exclusief voor leden, Log in om toegang te krijgen tot deze content

“We moeten veel meer investeren in preventie”

Ze heeft met eigen ogen gezien hoe de hulpverlening werkt in vele landen in de wereld. Maar Liselotte de Koning is rationeel genoeg om afstand te nemen als dat nodig is. “Laten we stoppen met die kortetermijnoplossingen. We moeten niet nadenken voor de komende vier jaar, maar voor de komende negen generaties. Net zoals de Masai in Kenia dat doen.”

Liselotte de Koning is directeur van het Rode Kruis Prinses Margriet Fonds en een van de sprekers tijdens het Jaarevent van het Verbond van Verzekeraars. Ze houdt een inleiding bij het webinar over Herstel na natuurrampen. Een week daarvoor vindt het interview al plaats. Ze is er blij mee, “want ik wil veel meer vertellen dan in twaalf minuten kan”.
De Koning werkt al bijna vijftien jaar bij het Rode Kruis en blijkt een makkelijke prater. Het gesprek vindt plaats via Teams en gaat naast rampen en natuurgeweld ook over corona, de rol die verzekeraars kunnen spelen en het enorme belang van preventie. “Noodhulp blijft altijd nodig, maar we kunnen zoveel meer doen om kwetsbare mensen en gemeenschappen weerbaarder te maken tegen al dat natuurgeweld.”

Wie is Liselotte de Koning?

Liselotte de Koning is sinds 2013 directeur van het Rode Kruis Prinses Margriet Fonds, dat onderdeel is van het Rode Kruis.
Het Prinses Margriet Fonds, dat in 2011 is opgericht, geeft steun aan projecten die gemeenschappen minder kwetsbaar maken voor rampen. “Als we samen met de lokale bevolking maatregelen nemen vóórdat een ramp plaatsvindt, kunnen we levens redden en zowel schade als leed voorkomen”, is de overtuiging van De Koning.

Voordat ze directeur van het Prinses Margriet Fonds werd, was ze directeur bij het Rode Kruis Amsterdam. En weer daarvoor heeft De Koning veel commerciële ervaring opgedaan en gewerkt bij een koepel voor zorginstellingen.

Je werkt sinds eind 2006 bij het Rode Kruis, waarvan de laatste acht jaar bij het Prinses Margriet Fonds. Hoe ben je bij het Rode Kruis terechtgekomen?

“Dat is wel een grappig verhaal. Toen ik nog aan de VU studeerde, reed ik met mijn beste vriend langs een pand van het Rode Kruis. Ik wees en zei: daar zou ik wel eens willen werken. Jaren en een aantal banen later werd ik gevraagd door een bestuurslid van het Rode Kruis Amsterdam om, samen met enkele andere kandidaten, te solliciteren naar de functie van directeur. Ik werd aangenomen en toen ik die vriend belde om te vertellen dat ik de baan had, moest hij lachen. Weet je nog dat je dat ooit zei? Ik was het helemaal vergeten, maar toen wist ik het weer.”

Had je ervaring in de hulpverlening voordat je in 2013 directeur van het Rode Kruis Prinses Margriet Fonds werd?

“Het Rode Kruis Amsterdam deed en doet veel aan hulpverlening. Ik herinner me de storm van 2007, de poldercrash in 2009 en heb ook de treinramp van 2012 meegemaakt. Het Rode Kruis is altijd aanvullend aan de hulpverlening van de overheid – dat is bij wet geregeld - dus zijn wij vaak vooral met noodhulp aanwezig bij een ramp. Verder ben ik onder meer in Sudan, Colombia, China, de Filipijnen en Haïti geweest om te zien hoe de hulpverlening van het Rode Kruis werkt.”

Het Prinses Margriet Fonds richt zich specifiek op natuurgeweld. Volgens het World Disasters Report 2020 zijn in de afgelopen tien jaar 1,7 miljard mensen getroffen door natuurrampen. Schrik jij nog van dat soort aantallen?

“Wij zijn er dagelijks mee bezig en werken samen met het Klimaatcentrum van het Rode Kruis dat wereldwijd opereert. Ik weet dus wat er gaande is en ken de cijfers, maar nee: dat went nooit. Het gaat ons steeds weer aan het hart en juist daarom proberen we er ook wat aan te doen. Want vergis je niet, in de laatste tien jaar was maar liefst 83 procent van alle natuurrampen gerelateerd aan extreem weer. Door orkanen, overstromingen, extreme droogte e.d. zijn in die tien jaar 410.000 mensen overleden en het klimaatgeweld raakt ook nog eens vaak landen met lage en middeninkomens. Arm krijgt meestal de hardste klappen.”

"Arm krijgt meestal de hardste klappen"

Heeft de coronacrisis die problemen nog verder verergerd?

“Dat kun je wel zeggen. Tijdens de eerste zes maanden van de pandemie zijn meer dan vijftig miljoen mensen getroffen door zowel COVID-19 als andere rampen. Maar liefst 99 procent van hen werd getroffen door een klimaat- of weergerelateerde ramp. Je moet dan denken aan hittegolven, orkanen en overstromingen. In een nieuw onderzoek dat het IFRC vorige maand samen met ons Klimaatcentrum naar de zogenoemde ‘dubbele klappen’ heeft gepubliceerd, komen geen percentages voor, maar wel cijfers. Vanaf de start van de coronapandemie zijn tot augustus dit jaar minstens 139,2 miljoen mensen getroffen en zeker 17.242 mensen omgekomen door extreem weer.”

Wat bedoel je met ‘dubbele klappen’?

“In het Engels noemen we dat compounding disasters. Er is niet echt een goed Nederlands woord voor, maar houd het maar op verergeren. Of: ramp op ramp. Een concreet voorbeeld daarvan is Kenia. De bevolking heeft daar het ene jaar te kampen met droogte, het andere jaar met overstromingen, maar ondertussen hebben ze nu ook nog last van COVID en een sprinkhanenplaag. Door de COVID kunnen de dagloners en boeren van wie de oogst is mislukt, niet of heel moeilijk aan ander werk komen, waardoor ze belangrijke inkomsten mislopen. Daarnaast stijgen de voedselprijzen in de steden, terwijl de mensen ook daar zonder werk zitten vanwege corona. Wij zeggen daarom altijd dat de prioriteit van de financiering zou moeten liggen bij de meest kwetsbare landen en gemeenschappen, maar dat is vaak niet het geval.”

Waarom gebeurt dat niet?

“Omdat onze invloed beperkt is. Helaas. Wij kunnen wel lobbyen dat de prioriteit bij de meest kwetsbaren moet worden gelegd en dat doen we ook, maar we hebben geen invloed op de wereldwijde geldstromen. Aan de andere kant snap ik ook heel goed dat het hele systeem niet in één keer op de schop kan. De wereld is mooi, maar ook verre van perfect.”

"De wereld is mooi, maar verre van perfect"

Zijn de rampen waar jullie hulp verlenen in toenemende mate te wijten aan de klimaatverandering?

“Het heeft niet alleen met klimaatverandering te maken. Je moet ook kijken naar de bevolkingsgroei, verstedelijking en sociale en economische ongelijkheid. Bovendien heeft klimaatverandering niet alleen effect op het aantal rampen, maar ook op de intensiteit ervan. We verwachten bijvoorbeeld meer, maar intensere periodes van droogte en natuurbranden. En van bijvoorbeeld orkanen verwachten we er niet eens méér, maar vooral dat ze zwaarder worden. We moeten daarom vooral kijken naar de impact die een ramp heeft. En hoe kwetsbaarder de gemeenschap des te groter de impact. Denk ook eens aan conflictgebieden, waar mensen al grote problemen hebben en klimaatverandering er nog eens overheen komt.”

Is het daarom zo belangrijk om in actie te komen voordat een ramp zich voltrekt, zoals het Rode Kruis uitdraagt?

“Wij willen inderdaad preventie hoger op de agenda hebben. In onze internationale missie staat letterlijk dat we menselijk lijden zoveel mogelijk willen voorkomen en verzachten. Daar zit een duidelijke preventieboodschap in.”

Hoe komt het dat het vizier nog maar zo weinig op preventie is gericht?

“Meer preventie vergt een lange termijnvisie. Die ontbreekt nu vaak. Gevolg van deze kortetermijnoplossingen is, dat de noodhulp steeds in dezelfde gebieden nodig is. Die noodhulp is en blijft overigens altijd nodig, maar we kunnen veel meer doen om te voorkomen dat er een ramp plaatsvindt. Als we één euro investeren in preventie scheelt dat (gemiddeld) zeven euro in noodhulp en wederopbouw achteraf.”

"Eén euro investeren in preventie scheelt gemiddeld zeven euro achteraf aan noodhulp en wederopbouw"

De kosten gaan dus voor de baat uit?

“Dat niet alleen. Als we de mensen ter plekke weerbaarder maken, rampbestendige scholen bouwen, een landschapsvisie ontwikkelen, meer mangroves aanleggen die als golfbrekers dienen, dan snijdt het mes aan veel meer kanten. We pakken in dat geval immers ook de oorzaken aan. Het project in Grand Ford in Haïti is een mooi voorbeeld van een systeem met dammetjes. Deze bleven na orkaan Matthew (2016) intact en zorgen ervoor dat er geen overstromingen in de vallei benedenstrooms waren. Een perfect voorbeeld van het effect van preventieve interventies. Het zal voor verzekeraars gesneden koek zijn, maar er is een relatie tussen milieu en natuurrampen. Het herstellen van het landschap is zo’n ontzettend belangrijke factor. Aangetaste ecosystemen zijn belangrijke bijdragende en versterkende factoren voor rampenrisico’s. Gezonde ecosystemen kunnen als buffer voor deze risico’s fungeren, een belangrijk element bij het creëren van veerkrachtige, zelfredzame gemeenschappen. Als we ons alleen maar richten op het weerbaar maken van de gemeenschappen, en niet naar het omliggende landschap kijken, zullen we het eerste niet bereiken.”

Het is een en- en verhaal? Naast humanitaire hulp moet er ook aandacht zijn voor natuurherstel?

“Precies. We moeten dat vooral gaan doen. Letterlijk met de poten in de modder gaan staan en niet alleen er over blijven praten. Internationaal, met elkaar. We weten dat klimaatverandering overal gevolgen gaat hebben, maar we weten ook door het IPCC-rapport (zie ook kader De impact van wereldwijde risico’s onderaan deze longread) waar de grootste risico’s zich voordoen. Daar kunnen we ons dus op voorbereiden. Het helpt als je weet waar je moet zijn en uiteraard moeten we dan starten met programma’s in landen waar het het meest nodig is. Zo hebben wij in Mali nieuwe landbouwtechnieken (half moons en zaï) geïntroduceerd die de oogst beter beschermen tegen droogte. De eerste resultaten zijn geweldig. Eén boer had nu een oogst van 1.300 kilo per hectare, terwijl hij normaal gesproken 400 kilo oogst. Bij de keuze voor programma’s moeten we ons inderdaad laten leiden door een en- en verhaal. Naast de economische ontwikkeling en de ‘gewone’ maatregelen die we toch al nemen, zoals waarschuwingssystemen, moeten we ook kijken naar het landschap. Wij kunnen dat niet allemaal zelf. Daarom werken wij samen met (lokale) partners.”

Wat zijn voor jullie belangrijke partners?

“Corporate partners, maar ook stichtingen en vermogensfondsen en institutionele donoren. Met een corporate partner blijft een financiële bijdrage broodnodig, maar tegelijkertijd willen we samen met onze partners programma’s inhoudelijk ontwikkelen. Wij hebben als Rode Kruis niet alle expertise in huis.”

Kunnen verzekeraars ook partner worden?

“Zeker, graag zelfs. Ik roep verzekeraars bij deze op om contact met ons op te nemen, zodat we het gesprek kunnen aangaan over preventie, onze hulpverlening en hoe we elkaar verder kunnen helpen. Ik denk ook dat we elkaar goed kunnen aanvullen. Onze rol is altijd humanitair, terwijl verzekeraars met name met financiële modellen werken. Daar kunnen wij nog wel wat van leren. Een voorbeeld dat het Rode Kruis in een aantal landen toepast, is Forecast-based Financing. We maken dus afspraken ver voordat een ramp plaatsvindt, onder meer bij welke omstandigheden we in actie komen, wie dan wat doet en hoeveel geld er beschikbaar komt. Als we vervolgens in de weersvoorspellingen zien dat de drempelwaarde wordt bereikt (bepaalde hoeveelheid neerslag of een tyfoon van een bepaalde categorie), dan treedt het protocol in werking en komt er direct geld beschikbaar om de voorbereidende acties uit te voeren. Uiteraard kijken we daarbij naar het waar en het hoe (waar is het het hardst nodig om financieringsplannen en tools te ontwikkelen? En welke landen/gemeenschappen lopen de meeste risico’s?). Op dit moment wordt de opzet van een Mangrove Insurance Fund ontwikkeld. Het is voor nu te veel om daar dieper op in te gaan, want het is complexe materie, maar juist daar zie ik een hele mooie, inhoudelijke match tussen verzekeraars en het Rode Kruis. Door een partnership met ons kunnen verzekeraars bovendien een strategische en inhoudelijk relevante invulling geven aan hun MVO-beleid.”

Wat is je belangrijkste boodschap op het Jaarevent van het Verbond?

“Verzekeraars zijn net als wij met risico’s in de weer en willen graag schade en leed voorkomen. We vinden elkaar in die preventie, omdat we in de kern allebei hetzelfde willen: minder leed en minder schade bij rampen en crises. Als er wereldwijd meer zou worden geïnvesteerd in preventie, zijn de meest kwetsbare mensen geholpen. Ik heb veel dromen, maar de belangrijkste is wel dat er met bewustwording ook actie en daadkracht komt, zodat we zijn voorbereid op de nabije toekomst. We moeten ons daarbij niet beperken tot de komende vier jaar, maar zoals de Masai zeggen: het moet voor de komende negen generaties leefbaar zijn en daarvoor nemen wij verantwoordelijkheid. Dat zou pas van een visie getuigen. Als dan over een jaar of tien blijkt dat het Rode Kruis niet alleen meer bekend is om zijn ‘rode’ kant (van de noodhulp), maar ook om de meer ‘groene’ kant (van de preventie), dan zou dat een droom zijn die werkelijkheid wordt.”

"Op dit moment zijn we druk bezig met de ontwikkeling van een Mangrove Insurance Fund"

De impact van wereldwijde risico’s: IPCC-2 komt eraan

Het IPCC-rapport dat dit najaar is uitgekomen, heeft de tongen behoorlijk losgemaakt. Uit dit nieuwe rapport van het IPCC blijkt overduidelijk dat het klimaat is opgewarmd door de mens. Die opwarming heeft wereldwijd al grote veranderingen veroorzaakt en er komt nog veel meer aan. Uit het vorige rapport bleek dat de effecten per regio verschillend zullen zijn. Zo zal de droogte met name Afrika en de landen rondom de Middellandse Zee teisteren, terwijl het noorden van Europa vooral met extreme neerslag en overstromingen te maken krijgt. Datzelfde geldt voor delen van Azië, Afrika en Zuid-Amerika.
De Koning roemt het rapport dat is gestoeld op wetenschappelijke kennis. “Het geeft de laatste stand van zaken van de klimaatverandering weer. Heel interessant, maar ik kijk nog meer uit naar deel 2 dat in februari 2022 uitkomt. Dat gaat specifiek over de impact, de kwetsbaarheden en de adaptie van natuurrampen, en daarbij komt vanzelfsprekend ook de kwetsbaarheid van gemeenschappen in beeld. Eerlijk gezegd houd ik mijn hart vast.”

(Tekst Miranda de Groene - Fotografie Ivar Pel)


Was dit artikel nuttig?