Comeback vroegpensioen: Montae & Partners zet de voor- en nadelen op een rij

Op deze pagina is ook content beschikbaar exclusief voor leden, Log in om toegang te krijgen tot deze content
05-02-2021

Na een jarenlang ontmoedigingsbeleid door de overheid wordt de deur weer op een kier gezet om met vervroegd pensioen te gaan. Verbondspartner Montae & Partners, gaf in januari een toelichting en zette de voor- en nadelen op een rij.

Liesbeth Hufen, consultant van Verbondspartner Montae & Partners, was duidelijk tegen het grote aantal deelnemers aan het webinar: "van de mogelijkheden voor vroegpensioen via de RVU, zoals nu geregeld in de wet ‘Bedrag ineens, RVU en verlofsparen, kan een beperkte groep mensen gebruikmaken die drie jaar voor hun AOW-gerechtigde leeftijd willen pensioneren.”

Uitgangspunt van de wettelijke regeling is dat medewerkers de mogelijkheid krijgen eerder uit dienst te gaan vanuit inzetbaarheid en vitaliteit. “Het is fijn dat het geregeld is, maar”, zo benadrukt Hufen, “het is ook belang je te beseffen dat alleen een RVU-uitkering vaak niet voldoende is om van te leven”. Dat betekent dat je hoogstwaarschijnlijk zelf geld moet bijleggen, bijvoorbeeld door je pensioen te vervroegen. De driejarige uitkering bedraagt € 1.847,-- (bedrag 2020) bruto per maand en is een tijdelijke vervanging van de AOW-uitkering.

Wat wijzigt er?

De RVU-regeling betreft een tijdelijke versoepeling waar naar schatting ongeveer 10.000 mensen gebruik van gaan maken de komende vijf jaar. “Alleen als je geboren bent tussen 1955 tot 1961 kan je aanspraak maken op deze regeling, maximaal 36 maanden voorafgaand aan pensionering. De uitkering van € 1.767,-- (AOW-gehuwd) mag je aanvullen door je ouderdomspensioen eerder in te laten gaan of spaargeld of ander vermogen in te zetten. Maar let op: “Als je gebruik maakt van deze regeling, mag je geen WW-uitkering aanvragen,” zo waarschuwt Hufen.

De versoepelde RVU biedt volgens Hufen mogelijk soelaas voor met name mensen met zwaardere beroepen. Het uit te keren bedrag wordt ieder jaar opnieuw vastgesteld met een na-correctie op inflatie. Wil je meedoen, dan dien je uiterlijk 31 december 2025 een handtekening te hebben gezet. “Je mag het bedrag in een keer laten uitkeren, maar dat heeft men liever niet om geldproblemen in de toekomst te voorkomen.”

Cao voor het verzekeringsbedrijf

Wat heel bijzonder is, is dat de cao voor het verzekeringsbedrijf de eerste cao in financiële sector is die deze regeling opneemt. “Het afwijzen van een aanvraag door kan alleen bij zwaarwegende redenen, bijvoorbeeld als iemand echt nog niet gemist kan worden,” benadrukt Hufen. “En werkgevers met minder dan 10 werknemers zijn niet verplicht om de regeling aan te bieden.” Eind 2021 wordt de regeling door de cao-partijen geëvalueerd: of het doel bereikt wordt en de gemaakte afspraken werkbaar en betaalbaar zijn.

Aanpassing overheidsbeleid

Het deels opheffen van de RVU-heffing is een deel van de ontziemaatregelen vanuit de overheid. Waar het beleid er voorheen op gericht was mensen zo lang mogelijk te laten doorwerken (met een flinke boete voor werkgever én werknemer bij vervroegd uittreden), komt men nu langzaam maar zeker terug op dit beleid. “Langer doorwerken bleek lang niet voor iedereen haalbaar. Inmiddels stijgt de AOW-leeftijd minder snel (deze is ‘getemporiseerd’ en er zijn fiscale maatregelen getroffen) en iedereen gaat dat merken”. Hoe? Dat illustreert Hufen aan de hand van verschillende voorbeelden: Het verlofsparen wordt verhoogd van maximaal 50 weken naar 100 weken en je kan het opgespaarde Levensloopsaldo opnemen tot 31-12-2021. Werkgevers bieden generatieregelingen aan (ook wel bekend als senioren of demotieregelingen) en je kan bijsparen in de pensioenregeling om eerder te pensioneren. Wel waarschuwt Hufen dat er bij verlosparen ofwel de ‘Vrijstelling Velofstuwmeren’ een behoorlijk bedrag bij de werkgever komt te staan. “En dan is het goed je af te vragen of dat wel veilig is. Is het wellicht verstandiger om je opgespaarde geld buiten je werkgever te stallen?”

Bedrag ineens

Een ander onderdeel van de wet is het ‘Bedrag ineens’ dat per 1 januari 2023 pas ingaat omdat er meer tijd nodig is voor de invoering en om werknemers goed te informeren. “De regeling houdt in dat je 10 procent van de waarde van je ouderdomspensioen in één keer op mag nemen. Dat mag ook bij de oudedagsvoorziening in 3e pijler, het nettopensioen en de nettolijfrente.” Het gaat volgens Hufen om een bedrag van gemiddeld € 20.000,-- euro, maar het mag ook een lager bedrag zijn. Hufen: “Het komt er op neer dat je zelf mag aangeven wat je wensen zijn: de afkoop vindt plaats op de ingangsdatum van het ouderdomspensioen. Je mag de afkoop niet combineren met een hoog/laag constructie. Je maakt gebruik van het een of het ander”, stelt Hufen. Ook moet het resterende ouderdomspensioen boven de afkoopgrens liggen. Daarnaast dient de partner mee te tekenen als door de afkoop de hoogte van het partnerpensioen wordt verlaagd. “Dus je moet je goed afvragen: waar heb ik meeste baat bij?”, concludeert Hufen.

Duurzame inzetbaarheid als rode draad

In de cao zijn ook regelingen opgenomen waarbij duurzame inzetbaarheid de rode draad vormt, gekoppeld aan woorden als ‘geschikt’ (competent), gezond en vitaal. Hufen zet ze op een rij:

  • Vitaliteitsregeling: deze regeling helpt de werknemer om tijdelijk een stapje terug te zetten, zodat deze daarna weer met nieuwe energie aan het werk kan en/of vitaal naar zijn pensioen kan toewerken.
  • Duurzaam inzetbaarheidsbudget: bijvoorbeeld voor een persoonlijke loopbaancoach, loopbaanscan, een financiële foto;
  • Cursussen ter voorbereiding op aanstaande pensionering;
  • Een persoonlijk ontwikkelplan en loopbaanscan eens in de drie jaar.

Hufen rondt haar presentatie af door te benadrukken dat communicatie het toverwoord is bij het maken van de juiste keuze. Want aan alle regelingen zitten voor-en nadelen. De pensioenuitvoerder informeert de werknemer, maar geeft geen advies. De kern van Hufen haar betoog is dat het heel belangrijk is om het pensioen voor een individuele werknemer goed af te stemmen op de persoonlijke leefsituatie en bestedingsbehoefte. Het maken van een financiële foto kan daarbij helpen. “Keuzes die je maakt kunnen van invloed zijn op de verschuldigde loon-en inkomstenbelasting, de inkomensafhankelijke regelingen en de AOW-premie. Let dus goed op en laat je goed adviseren, Montae & Partners helpt u daar graag bij.”


Was dit artikel nuttig?