Verzekerd van een veilige energietransitie

Op deze pagina is ook content beschikbaar exclusief voor leden Log in voor toegang of vraag account aan.

De energietransitie, het overstappen op duurzame, onuitputtelijke energiebronnen, moet de CO2-uitstoot en de klimaatverandering zoveel mogelijk tegengaan. In het Klimaatakkoord is daarom afgesproken dat het aandeel hernieuwbare elektriciteit in 2030 zeventig procent moet zijn. De Nederlandse overheid zet daarom vol in op het gebruik van duurzame energievormen, van zonnepanelen tot waterstof. Huiseigenaren, bedrijven en overheden worden via wet- en regelgeving en stimuleringsmaatregelen aangespoord om over te gaan op duurzame energie. Elke particulier en ondernemer krijgt ermee te maken, verzekeraars daardoor ook.

Een veilige energietransitie

Verzekeraars leveren met hun beleggingsbeleid een belangrijke bijdrage aan het Klimaatakkoord. Door aandacht te besteden aan duurzaam en maatschappelijk verantwoord te beleggen, door hun bijdrage aan het IMVO-convenant, dragen verzekeraars bij aan het tegengaan van klimaatverandering. Maar, de ontwikkelingen volgen elkaar snel op. Denk aan accu’s van elektrische apparaten, waaronder fietsen en auto’s, het (na)isoleren van gebouwen, het aanbrengen van zonnepanelen of aan het gebruik van waterstof in woonwijken, auto's en industrie. Stuk voor stuk mooie duurzame ontwikkelingen, maar ze kunnen ook nieuwe risico’s opleveren.

Zorgen over (brand)veiligheid energietransitie

Nieuwe (brand)veiligheidsvraagstukken duiken op. Verzekeraars juichen de energietransitie dan ook toe, maar hebben wel zorgen wanneer het aankomt op veiligheid. De transitie en verregaande verduurzaming zorgen op grote schaal namelijk ook voor nieuwe én andere risico’s. Verzekeraars pleiten er daarom samen met Brandweer Nederland voor om al in de ontwikkelingsfase (brand)veiligheidsrisico’s mee te nemen en daar niet pas in een later stadium over na te denken. Op dit moment lijkt de kwantiteit van de verduurzaming het te winnen van de kwaliteit, terwijl verzekeraars vinden dat dit hand in hand moet gaan.  

Meekijken in vroeg stadium

Eén van de ‘makkelijkste’ verbeterpunten die verzekeraars voorstellen, betreft het meekijken in een vroeg stadium. Nu komen verzekeraars vaak pas als sluitstuk in beeld bij alle partijen (zoals adviseurs, overheid en wetenschap), terwijl juist veel winst te behalen is als ze eerder worden ingeschakeld. Verzekeraars zijn immers risicodeskundigen bij uitstek en hebben hierover veel kennis en kunde in huis. Deze willen ze graag delen bij de verdere ontwikkelingen rondom de energietransitie. Soms gebeurt dat al, zoals bij de ontwikkeling van de Scios scope 12, een inspectiemethode voor zonnepaneleninstallaties. Ook waren verzekeraars betrokken bij het onderzoek naar het ontwikkelen van een richtlijn voor het gebruik van dompelcontainers bij het blussen van branden met elektrische voertuigen en denken verzekeraars mee bij de pilot waterstof van Stad aan 't Haringvliet. Met die betrokkenheid willen en kunnen ze bijdragen in de zoektocht naar randvoorwaarden en oplossingsrichtingen die bijdragen aan zowel de energietransitie als de veiligheid. 

Verzekerbaarheid energietransitie

Het verzekerbaar maken en houden van risico’s die uit de energietransitie voortkomen, is topprioriteit voor verzekeraars. Dat doen ze door het gevraagd en ongevraagd delen van kennis en kunde met de overheid, wetenschap en techniek. Verzekeraars pleiten daarbij voor meer, veiliger en uniforme standaarden en wet- en regelgeving om nieuwe (brand)risico’s zoveel als mogelijk te beteugelen. Dat wil niet zeggen dat de sector de duurzaamheidstransitie niet steunt. Integendeel, de financiële sector in het algemeen en verzekeraars in het bijzonder hebben het commitment bij het Klimaatakkoord ondertekend vanuit hun rol als grote institutionele beleggers. Zij zien de noodzaak voor verduurzaming door klimaat- en weer-gerelateerde schades, zoals de overstromingen in Limburg (juli 2021). Daarnaast willen verzekeraars risico’s graag verzekerbaar houden en zoveel mogelijk voorkomen dat particulieren of bedrijven die zich moeten of willen verzekeren, dat niet (voldoende) kunnen. De sector helpt daarom in toenemende mate zijn klanten bij het mogelijk maken van de transitie. Denk aan ‘asbest eraf en zonnepanelen erop’, projecten met groene woningen en pilots met waterstof. 

Energietransitie: verzekerd van veilige zonnepanelen

Het aantal zonnepanelen in ons land groeit hard. Elke vijf seconden komt er een nieuw paneel bij, maar helaas gaat er bij de installatie weleens iets mis. Verzekeraars komen in de praktijk dan ook geregeld onveilige situaties tegen. Zonnepanelen zijn in de basis veilige systemen. Het is meestal het menselijk handelen dat zorgt voor gevaarlijke situaties. Dit issue speelt voornamelijk bij grote (bedrijfs)daken waarop veel zonnepanelen worden gemonteerd. 

De onderkant van de panelen kan bijvoorbeeld zomaar tot negentig graden warm worden. Als er dan onvoldoende ventilatieruimte is tussen de panelen en het dak, dan kan het al snel misgaan. En als er eenmaal brand uitbreekt in de omgeving van brandbare (isolatie)materialen, dan is dat vaak behoorlijk rigoureus. Dat komt ook doordat de brandweer pas kan blussen als de situatie veilig is en de stroom is uitgeschakeld. Een installatie die nog onder stroom staat, is levensgevaarlijk. Een ander risico, dat minder vaak voorkomt dan brand, maar wel veel schade kan opleveren, betreft het instorten van het dak. Niet elke dakconstructie is meteen geschikt voor de aanleg van zonnepanelen. De Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) heeft hier onderzoek naar uitgevoerd bij grote daken zonder woonbestemming. Daaruit blijkt dat 15 procent van de grote daken ‘zwaar’ beperkt is en 45 procent een ‘lichte’ beperking heeft.  Bij 60 procent van de gebouwen zou dus een of meerdere (soms ingrijpende) aanpassing(en) nodig zijn, voordat ze geschikt zijn voor de aanleg van zonnepanelen. 

Deeltjes zonnepanelen

Na een fikse brand zijn kleine deeltjes van zonnepanelen soms tot wel kilometers ver terug te vinden. Bijvoorbeeld op omliggende landbouwgronden. De landeigenaren kunnen de grond pas weer gebruiken als alle resten zijn opgeruimd. De kosten daarvan worden soms niet of deels gedekt door een verzekering. De verduurzaming brengt nieuwe producten en technieken met zich mee die vragen om andere verzekeringsoplossingen. Verzekeraars kijken nu hoe deze schade verzekerd kan worden, tegelijkertijd is het risico nog onvoldoende duidelijk. Ook onderzoekt het Verbond of stichting Salvage (eerste hulp namens verzekeraars na calamiteiten) een eerste coördinerende rol kan spelen bij het opruimen van de deeltjes.  

Risico op schade neemt toe door aanleg zonnepanelen  

Het is van belang dat men zich bewust is van het feit dat het risico op schades toeneemt als er zonnepanelen worden geïnstalleerd. Met een speciale preventiebrochure, geschreven voor en door verzekeraars, wil het Verbond de bewustwording hiervoor aanwakkeren. Ook raadt het Verbond aan om áltijd eerst te overleggen met de verzekeraar voordat panelen worden aangelegd. Dat kan teleurstellingen achteraf voorkomen. De brochure heeft vooral betrekking op grotere zonnepanelen-installaties, waaronder panelen op het dak van een stal bij een agrarisch bedrijf of een bedrijfspand bij een distributiecentrum. Op die daken worden soms wel honderd panelen gelegd, maar het dak is niet altijd berekend op dat extra gewicht. Als er dan nog meer belasting komt, bijvoorbeeld in de vorm van sneeuw of regen, kan dat leiden tot doorbuigen. Het water blijft dan op het dak staan, waardoor het instortingsgevaar toeneemt. 

Regeling voor de inspectie van zonnepanelen-installaties (Scope 12) 

Een eerste voorwaarde voor de aanleg van zonnepanelen is dat de installatie goed en veilig moet zijn. Om dat te borgen, is een goede inspectie een must. Zowel bij oplevering als periodiek daarna. Op dat front is er goed nieuws: de SCIOS Scope 12SCIOS Scope 12 is een regeling voor de inspectie van zonnepaneleninstallaties. Daarmee kunnen gecertificeerde inspecties worden uitgevoerd. 

Data 

Om beter inzicht te kunnen geven in branden met zonnepanelen heeft het Verbond besloten te bekijken of daarover data bestaat en hoe die te verzamelen is, dit geldt met name (ten aanzien van grote branden in relatie tot de energietransitie).  

Energietransitie: verzekerd van veilige laadpalen in parkeergarages

Brandgevaar van elektrische auto's in parkeergarages is een toenemende zorg voor de maatschappij. Verzekeraars zien dat het Bouwbesluit op dit moment ingericht is op vluchtveiligheid en niet op brandveiligheid. Verzekeraars en Brandweer Nederland willen toe naar een situatie waar brandveiligheid het uitgangspunt is, waardoor de kans op brand (en ook schade) zo klein mogelijk is. 

Energietransitie: verzekerd van veilig gebruik waterstof

Nederland gaat van het gas af, daarom worden er naar nieuwe vormen van schone energie gekeken zoals waterstof. Inmiddels zijn er in meerdere steden pilots, waar Stad aan 't Haringvliet de bekendste van is. Verzekeraars denken en praten mee in deze pilot over hoe waterstof veilig ingezet kan worden als nieuwe energiebron. Het Verbond ontwikkelt een preventiebrochure voor verzekeraars. De brochure wordt verwacht in de eerste helft van 2022. 

Verzekerd van veilige accu's en batterijen (EOS)

Een lithium-ionbatterij is lichtgewicht, oplaadbare batterij of accu in elektrische fietsen, scooters, auto’s, smartphones, tablets, laptops en hoverboards. Ze worden dagelijks door miljoenen mensen gebruikt. In dit type batterij zit in verhouding veel meer energie dan in een standaard penlite batterij. Volgens Brandweer Nederland heeft ieder huishouden gemiddeld wel 125 (!) van deze batterijen. 

Het gebruik van dit soort batterijen is niet zonder risico. Ze kunnen oververhit raken en in brand vliegen. Dat gebeurt bijvoorbeeld tijdens het opladen, door het gebruik van niet-originele opladers en bij overladen of beschadigingen.  

Het is belangrijk om veilig om te gaan met dit soort ‘batterijen’. Lees onze preventietips: 

  1. Lees de handleiding. Lees en volg de bijgeleverde handleiding van de fabrikant over specifieke tips voor de accu. Daarin staat duidelijk beschreven hoe en waar de batterij opgeladen kan en mag worden. 
  1. Gebruik alleen geleverde of geadviseerde lader/accupakket. Imitatie-opladers kunnen de accu beschadigen, ook al hebben deze soms dezelfde specificaties. Een lader- en accupakket zijn van fabriekswege op elkaar afgestemd. 
  1. Voorkom blootstelling van accu en lader aan extreem hoge of lage temperaturen. Lithiumaccu’s zijn gevoelig voor extreem hoge en lage temperaturen. Zeker bij extreem hoge temperaturen kunnen de accu’s nog warmer worden en daardoor doorbranden of zelfs ontploffen. Denk aan een mobiele telefoon in de zon op een dashboard. 
  1. Laad tenminste eens in de drie maanden op. Ook lithiumbatterijen lopen langzaam leeg en kunnen bij lage spanning beschadigen. 
  1. Is de accu gevallen, beschadigd of vervormd? Leg deze buiten en lever de accu zo snel mogelijk in. Gevallen, beschadigde of vervormde accu’s kunnen doorbranden of zelfs ontploffen. 
  1. Laad de accu altijd door een deskundige onderhouden. Laat niet door een willekeurig iemand aan de accu sleutelen of repareren, daar is dit type accu te gevoelig voor. 
  1. Let de accu op een stabiele, onbrandbare plek tijdens het opladen. Tijdens het opladen wordt de accu warm en kan daardoor op een brandbare ondergrond spontaan tot brand leiden. 
  1. Laad de accu bij voorkeur overdag op. Gaat er iets mis tijdens het opladen? Dan is dit overdag gelijk zicht- en ruikbaar en kan je actie ondernemen. 
  1. Haal de accu van de lader als deze vol is
  1. Gebruik rookmelders in de ruimte waar de accu's opgeladen worden

Energietransitie: verzekerd van veilige isolatiematerialen

In Nederland zijn er de laatste jaren de nodige incidenten geweest met brandbaar isolatiemateriaal. Isolatie is vanuit het oogpunt van duurzaamheid belangrijk, maar uit kostenoverweging en om aan de klimaatstandaarden te voldoen wordt nog steeds te vaak gekozen voor brandbare kunststof isolatiematerialen, zoals het brandbare EPS.  

Naast huizen, bedrijven, ziekenhuizen en scholen, zijn ook stalbranden voorgekomen waarbij brandbaar isolatiemateriaal een grote rol speelde. Toegepaste constructiematerialen kunnen bijdragen aan preventie, brandbare isolatiematerialen zorgen er echter voor dat branden zich sneller uitbreiden dan gewenst. Het is daardoor moeilijker om te vluchten en om de gevolgen van een brand te beperken. Verzekeraars vinden dat verbetering noodzakelijk is. Bij nieuwbouw en renovatie kunnen bijvoorbeeld flinke verbeterslagen worden gemaakt.

Verzekeraars vinden dat bij de bouw, daar waar mogelijk, alleen onbrandbare constructiematerialen moeten worden gebruikt. Dat moet dan in elk geval gelden voor de hoofddraagconstructie, de gevel, daken en wanden – inclusief isolatiemateriaal. Ook vinden zij dat het gebruik van schuimkunststof isolatiematerialen moet worden vermeden en wordt Eurobrandklasse A1, A2 en/of B geadviseerd. De door het Verbond opgestelde brochure ‘Brandgedrag van isolatiematerialen’ maakt inzichtelijk wat de verschillen tussen isolatiematerialen zijn en op welke plaatsen deze materialen gebruikt mogen worden. 

Laatst gewijzigd op: 11-1-2022